Home / Tag Archives: Alle-Regiobode (page 80)

Tag Archives: Alle-Regiobode

Retrospectief: Dierens Harmonie Corps op concours

Deze week een foto van DHC, het Dierens Harmonie Corps, gemaakt in 1921. Waarschijnlijk ter gelegenheid van het concours dat in dat jaar in Apeldoorn werd gehouden. Zo’n gebeurtenis was voor vrijwel iedere muziekvereniging aanleiding voor het maken van een foto. Waar deze is gemaakt, is niet duidelijk. Daarvoor is de achtergrond te nietszeggend.

DHC was vijftien jaar eerder opgericht. Waarom weten ze bij de vereniging zelf ook niet precies. Maar wél dat in februari 1905 een intekenlijst rondging in Dieren, waarop men geldbedragen kon toezeggen of kon inschrijven op renteloze aandelen. Er moesten immers instrumenten worden aangeschaft en zo.

Blijkbaar lukte dat, want op 8 maart 1906 werd het Dierens Harmonie Corps actief. Op die dag werd een hoofdbestuur gevormd en een directeur (dirigent) benoemd. Door hen werd een oprichtingsvergadering uitgeschreven, een week later. Er meldden zich 27 leden aan en al op 31 augustus van dat jaar volgde op Koninginnedag het eerste optreden. Dat gegeven doet vermoeden dat er minstens aan aantal ervaren muzikanten deel uitmaakte van het corps, want in nog geen half jaar een instrument leren bespelen lukte ook toen al niet.

De eerste jaren verliepen niet alleen muzikaal met vallen en opstaan, want in het archief van de vereniging werden notulen gevonden die wijzen op enkele dirigentwisselingen in korte tijd, op het in heel korte tijd bedanken en weer terugkomen van leden en flinke conflicten tussen het zogenaamde hoofdbestuur en het bestuur uit de leden. Het doet denken aan taferelen uit de beroemde film Fanfare van Bert Haanstra, over rivaliserende muziekkanten in het dorp Giethoorn.
Maar hoe dan ook, DHC bleef bestaan en werd een vaste waarde in het dorp Dieren. Bij veel feestelijke gelegenheden was ‘de muziek’ present en menig aubade werd verzorgd. Ook trok het corps met enige regelmaat op concours en het niveau was bij tijd en wijle zeer hoog.

Dat is anno 2019 nog steeds zo. Zo’n veertig muzikanten vormen inmiddels DHO, Het Dierens Harmonie Orkest. De naam veranderde bij de viering van het eeuwfeest en tegenwoordig is DHO ook niet meer als marcherend corps op straat te zien. De muzikanten hebben zich gespecialiseerd in het geven van concerten.

Foi, foi: De nachtspiegel

In un darp oaver de Iessel wonen (joaren elejen) un vrouw die vake ‘de nachtspiegel’ wörden enuump. Wel un rare naam veur un vrouw. Toos zei ok altied as zee noa de WC mos: ‘Hol mien stoel bezet, ik mot goan nachtspiegelen’. Wel raar geproat natuurlijk. D’r wisten maar weinig mensen woar dat noe vandan kwam. Toen d’r un nieuwe buurvrouw kwam wonen en buurte maken vroeg zee gewoon (wat brutaal) op de vrouw af: “Zeg Toos noe mo’j mien toch is vertellen hoe ie an die bienaam komp?” “Mo’j is heuren”, zei zee, “ik zal ut oe vertellen. As jong deerntje van vieftien joar mos ik in betrekking. Wule waren thuus met un flinke koppel en hoe eerder a’j wat verdienen hoe bèter. En dan nog graag veur dag en nacht d’r uut.”
“Ik mosse met vieftien joar al in betrekking in Arnhem bie rieke luu die in un groot herenhuus wonen. Deftige luu! Ze proaten met un heite eerpel achter in de kèle. Ie kent dat wel. Maar ja, ik was niks gewend en mos nog hèèl veul leren. D’r waren zoveul dingen woar ik niks van wist. Dat hadden wule op de boerderie toch niet. Maar ja ie mossen ut eerst allemoal wel leren en weten. Ut begon al meteen op de eerste dag. Ik moch niet in de kamer èten met mevrouw en meneer. Nee, ik zat allene in de keuken te prakken. Ok niet gezellig. Toen ging ut belletje. Ik dach dat ze nog in de woonkamer was. Ok kieken in de keuken en doar was ze ok niet. En toen zag ik ut. Mevrouw stond op de oaverloop en riep noa mien: “Zeg Toos wij gaan naar bed, wil je de nachtspiegel even hier boven brengen?” “De nachtspiegel?”, zei ik. “Ja”, zei mevrouw, “ik denk dat die in de keuken is.” Ik zei toen netjes: “Ja mevrouw, ik zal er voor zorgen.”
“Ikke noa de keuken toe en ik prakkezeren mien rot, wat bedoelen dat mense noe toch met un nachtspiegel, doar had ik nog nooit van eheurd. Ik keek in de keuken en zag doar wel un klein goedkoop spiegeltjen hangen. Ik pakken ut d’r af maar toen dach ik dat zal ze niet bedoeld hebben. Toen maar weer effen varder kieken, maar niks te ontdekken. En um noe meteen al te zeggen, ‘ik kan ut niet vinden’, dan maak ie ok un slechte indruk. Ik zag in de hal die grote spiegel stoan en bedach mien dat ze die wel bedoeld zol hebben. Ik proberen um die zwoare spiegel boaven te kriegen. Toen ik halverwege de trappe was en natuurlijk wel wat gehijster te heuren was, kwam doar inens meneer en mevrouw boaven an de trappe loeren. “Wat doe je nou toch met die spiegel Toos?” Ze dachen dat d’r un inbrèker gangs was. “Nou ik breng u de nachtspiegel”, zei ik netjes. Nou toen ha’j ze is moeten zien lachen. Ze proesten ut uut. En ik maar wachen met die grote spiegel op de trappe. Toen ze bedaard waren kwamen ze noa beneden en vertellen mien dat ze met de nachtspiegel de nachpo (pispot) bedoelen. Foi, wat schamen ik mien toch en heb ut nooit meer verkeerd edoan. Noa die tied zeg ik altied: “Ik goa nachtspiegelen. Snap ie??”

Goed goan,
Martien, De Platschriever uut Loenen

Zo lang a’j nog niet in de hemel bint he’j geld neudig!

Rick Evers: Het blotekontenhok

Een sauna, vroeger kreeg je mij er met geen stok naartoe. Maar tegenwoordig geniet ik wel van een dagje wellness op zijn tijd. Als ik mijn zwembroek maar aan mag houden. Gelukkig mag dat steeds vaker.

Bloot is uit. Het stond vorige week in de krant. Steeds meer wellness resorts komen erachter dat hun gasten liever op badkledingdag komen dan op blotekontendag. De reden is simpel: de samenleving verpreutst. Vooral jongere mensen willen niet in hun nakie aan het meer liggen.

Ik val officieel niet meer in de categorie ‘jongeren’. Maar ik snap ze wel. Ik zit bij zo’n wellness resort altijd graag in een bubbelbad. En als ik het zat ben, stap ik eruit. Maar om dat nou bloot te doen. Dat je via dat trappertje omhoog klimt terwijl de zittenblijvers zo in je holletje kunnen kijken. Ik weet het niet. Ik vind dat geen toegevoegde waarde hebben.

Misschien is het anders als je echt alleen in de sauna zit. Maar ik doe vaak juist andere dingen. Behalve bubbelen ga ik graag een beetje zwemmen, Liny’s Leespakket lezen op een strandbedje, een hamburger eten (voor maar € 25). En waarom moet ik dat in mijn blote kont doen? Omdat dat zogenaamd hygiënischer is? Flauwekul natuurlijk.

Preuts als ik ben, ben ik dus wel blij met deze trend. Ik hoop ook dat het doorzet. Dat de blote konten de nieuwe rokers zullen zijn. De paria’s in de wellness resorts. Misschien komt er overal een apart hoekje. Naast het rokershok. Het blotekontenhok.

Een Stief Kwartiertje: Afvalligen

De afvalverwerking kan eerdaags bij het grofvuil. Nu wil natuurlijk niemand dat het nog een grotere zooi wordt dan het al is, maar als de chaos zowel bij de afvalverwerkers als bij ons, de toeleveranciers, aanhoudt dan gaat alles richting de stort. Er moet echt iets veranderen.

De afgelopen week heb ik weliswaar niet besteed aan het graaien in alle afvalsystemen die in de regio gangbaar zijn, maar aangezien elke gemeente een ander systeem en andere voorwaarden hanteert, net als de asfaltverwerkingsindustrie zelf, is iedereen de afvalweg kwijt. Het is een zooitje in meerdere opzichten. De ouderwetse stort is door de hoge vlucht van de afvalscheiding getransformeerd tot recyclepleinen, wat op veel plaatsen een verhullende term voor vuilnisbelt is. De medewerkers moeten daar als milieu-agenten optreden, omdat veel mensen op de gemakkelijkste manier van hun zooi af willen, zeker als ze ervoor moeten betalen. Het afgebroken tuinmuurtje aanbieden als tuinafval is in een aantal gemeenten aanmerkelijk goedkoper dan het als puin storten. De goeden uiteraard niet te na gesproken, die keurig het afval in de daarvoor bedoelde bak gooien. Gelukkig zijn dat de meesten, maar desondanks blijft het een zooi.

Burgers moeten tegenwoordig een graad in de hogere afvalkunde gehaald hebben willen ze wijs worden uit de instructies hoe het afval te scheiden. Het boterhamzakje staat er symbool voor; dat mag niet in de PDM-bak (plastic- en metaalverpakkingen en drankkartons) als het thuis wordt gebruikt, maar wordt het daarbuiten gebruikt dan wel. Hetzelfde geldt voor aluminiumfolie, als de plaats waar het verkocht wordt verschilt van de plek waar het gebruikt wordt, dan is het ook een verschillend soort afval. Leg dat maar eens aan de dolende burger uit. En dus pleuren veel mensen de hele handel bij elkaar en mogen de afvalverwerkers het uitzoeken, maar die kunnen het daarom niet scheiden en pleuren op hun beurt alles bij elkaar.
Daarnaast kun je met allerlei andere soorten afval creatief omgaan, want als vrienden of familie in een andere gemeente wonen waar andere regels gelden, dan kun je kijken waar je je troep het goedkoopste kwijt kunt. Kortom, overal heerst chaos en dat leidt tot bijzondere maatregelen.

Nog niet in onze regio, maar er zijn al gemeenten die een soort afvalpolitie in het leven hebben geroepen. Het zijn klikorechercheurs, die zelfs boetes mogen uitdelen. Ze schuimen als straathonden in de vroege ochtend langs de kliko’s en duiken erin op zoek naar verboden spullen. Omdat dit veel agressie oproept en er gedreigd wordt de kliko op het hoofd van de klikogluurder te ledigen, worden er nu andere en meer opvoedkundige maatregelen genomen, de klikocoach is in aantocht om het afvallige volk in de goede afvalbanen te leiden; een spoedcursus afval scheiden op de stoep. Vooralsnog zijn we daar nog van gevrijwaard, maar voor hoelang?

Het gaat er natuurlijk om dat gemeenten en afvalverwerkers opnieuw om de tafel moeten om een uniform en eenvoudig dus voor iedereen begrijpelijk systeem te ontwikkelen. Het moet afgelopen zijn met in elke gemeente verschillende bakken, plastic zakken en containers met en zonder pasje en waar je daar wel en daar niet voor hoeft te betalen. Daarnaast moeten ook de supermarkten met elkaar afspreken dat ze op een uniforme manier en met hetzelfde materiaal producten verpakken. Daar vraag je me wat. Wellicht komt het nog een keer goed als de overheid c.q. de politiek haar verantwoordelijkheid neemt en concrete afspraken maakt met de afvalverwerkingsindustrie. Niemand wil de afvallige zijn, maar nu zijn we het allemaal.

Desiderius Antidotum

Retrospectief: De sluis in de Oude IJssel

Momenteel ligt het gebied rond het sluizencomplex tussen Oude IJssel en de IJssel en Doesburg behoorlijk op z’n kop. Niet voor het eerst worden daar werken uitgevoerd ter verbetering van de aansluiting tussen bij rivieren. Er wordt ter plekke gewerkt aan het plan De Blauwe Knoop. Eén van de belangrijkste kunstwerken is de aanleg van een vistrap, die het voor vissen mogelijk moet maken tot maximaal 5 meter hoogteverschil te overbruggen. Verder wordt het gebied – een soort schiereiland tussen sluis en stuw – beter toegankelijk en beleefbaar gemaakt voor bezoekers. Samen met de passantenhaven en de voormalige GTW-loods belooft het een mooi stukje Doesburg te worden.

Op deze foto uit 1953 zien we de schutsluis in Oude IJssel. Die is een jaar daarvoor in gebruik genomen ter vervanging van een ouder en kleiner exemplaar. De eerste sluis op die plek werd in 1890 in gebruik genomen. Voor het eerst konden schepen daarna in één keer doorvaren, zonder bij Doesburg over te moeten laden. Het hoogteverschil tussen beide wateren is soms wel vijf meter en werd via een stuw overbrugd. Al sinds vele eeuwen mondde de Oude IJssel, die in het Duitse Raesfeld ontspringt, bij Doesburg in de IJssel. Momenteel is die waterweg 81,5 kilometer lang, waarvan 26,5 kilometer op Nederlands grondgebied. Het grootste deel is echter niet bevaarbaar anders dan voor kano’s. Pleziervaart kan tot Ulft komen, de beroepsvaart kan niet verder meer dan Doetinchem.

De sluis die in 1952 werd geopend meet 55 x 8 meter en heeft een zogenaamde drempeldiepte van 2,5 meter. Die maten werden aangehouden omdat ook coasters of kustvaarders – langs kusten varende zeeschepen – met hout uit Scandinavië geschut konden worden. Die voeren onder andere naar Oldenboom in Doetinchem.

In 1964 werd het sluizencomplex vernoemd naar de geestelijk vader van de waterwerken, ‘ir. R. Ver Loren van Themaat’. Een gedenkplaat over de naamgever werd na de verbouwing van het bedieningsgebouw (rechts naast de brug) overgeplaatst op het nieuwe gebouw, dat in 2007 in gebruik werd genomen. Van daaruit worden overigens ook de bruggen bij Hoog- en Laag-Keppel bediend.

Retrospectief: De Carolinahoeve

Deze week kijken we naar een beroemde pleisterplaats in de bossen van de Veluwezoom; De Carolinahoeve. Het gebouw op deze foto is opgetrokken in 1862. Maar een eerdere Carolinahoeve was op dezelfde plek al in 1765 gebouwd. Brand verwoestte die hoeve echter, waarna dus nieuwbouw volgde. Bij een verbouwing enkele decennia geleden trof men zwartgeblakerde balken aan die er op wijzen dat ook in dat latere gebouw brand heeft gewoed. Maar vast staat dat al sinds 1765 gebouwen op de plek staan die de naam Carolinahoeve dragen.

De naam dankt de hoeve aan Carolina van Oranje, die in 1743 werd geboren. Anna van Hannover, haar moeder en getrouwd met Stadhouder Willem IV, was de opdrachtgever voor de bouw en vernoemde dus naar hun dochter Carolina. De Carolinahoeve werd gebouwd aan een zogenaamde koningsweg, die deel uitmaakte van het jachtgebied van het Hof te Dieren. Om die reden kent het gebied ook nog een Carolinaberg en – genoemd naar een ander kind van Anna en Willem – een Willemsberg. De Carolinahoeve was een plek waar paarden werden gewisseld en waar een pauze in de reis kon worden gehouden.

Rond 1900 waren de drie broers en één zuster Pruis de pachters. Vrouw Pruis begon in die tijd pannenkoeken te bakken voor reizigers die over de koningsweg trokken. In 1911 kwam de Carolinahoeve in bezit van Natuurmonumenten en in 1922 begon J. Dikker als pachter. Ook hij bakte pannenkoeken en hij liet enkele gastenkamers bouwen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de afgelegen hoeve een plek waar onderduikers en Arnhemse evacués een onderdak vonden.

In 1973 eindigde E. Dikker, die zijn vader in 1946 had opgevolgd de exploitatie, dat is de tijd waarin deze foto is gemaakt. Verval van de hoeve dreigde. Een comité onder aanvoering van Wim Kan en Simon Carmiggelt zamelde vervolgens voldoende geld in voor behoud en opknappen van de hoeve. Zij waren vaste gasten. Eindelijk kwamen er waterleiding en elektriciteit en in 1978 werd de familie Just de la Paisieres de beheerder en later de exploitant. De Carolinahoeve groeide uit tot een bekende en drukbezochte uitspanning, waar menig wandelaar of fietser geniet van de rust, de gastvrijheid en een smakelijke pannenkoek.

Een Stief Kwartiertje: Slagboom

Nu ze in Eerbeek het stationsgebied hebben gepromoveerd tot de ‘Poort van de Veluwe’, de regionale hotelbranche een dringend verzoek bij de overheden heeft neergelegd om meer 4-sterrenhotels te mogen bouwen op de Veluwe en Visit Veluwe wil dat ons natuurgebied niet alleen in het voorjaar en de zomer, maar ook in de winter tot toeristische attractie wordt verheven, dan is het duidelijk dat er krachten werkzaam zijn om de Veluwe en daarmee ook de Veluwezoom tot het grootste recreatiepark van ons land te maken; één grote toeristische speeltuin. De toerist krijgt er niet meer de kans om rust te zoeken, maar moet vermaakt worden, want vermaak levert geld op.

U weet dat speeltuinen, naast de vele speeltjes, ook gekenmerkt worden door een hek, het is een afgebakend terrein. Je moet betalen om erin te mogen en ook betalen om je auto mee te mogen nemen danwel te parkeren. Betalen moet je, want ook een speeltuin moet onderhouden worden en alle speeltuinbeheerders weten dat de bezoekers geld hebben in hun achterzak. En zo gebeurt het dat de Veluwe langzaam maar zeker verandert van een uniek natuurgebied in een economische factor van betekenis met wat heide, bomen en wild als omlijsting. Zo ook onze eigen Posbank.

Natuurmonumenten is een club die neigt in de nabije toekomst parkeerterreinen als natuurmonumenten te gaan beheren en aangezien een groot deel van de Posbank eigendom is van Natuurmonumenten, zijn onze stuwwallen inmiddels verworden van een natuurgebied tot één groot parkeerterrein. Natuurbeheer is daardoor een commerciële activiteit geworden, de Posbank is een soort Ikea in de buitenlucht. Natuurbescherming is in de afgelopen decennia al getransformeerd tot natuurbeheer en van natuurbeheer is het een kleine stap naar natuurbeheersing. Dat proces is nu gaande op de Veluwe en dus ook aan de Veluwezoom; de Posbank wordt een park met natuur als attractie. Uiteraard wordt het verkocht als natuurbescherming en natuurbeheer. Nu de andere grote attractieparken zoals Amsterdam overvol raken, ontwikkelt de toerisme-industrie momenteel een spreidingsstrategie: op naar de Veluwe. Een grote toeloop, ook van vele buitenlandse toeristen, wordt verwacht en daar is de resterende natuur niet tegen bestand en dus is het wachten op de slagbomen voor de parkeerplaatsen en vervolgens op de slagbomen op de toegangswegen.

Alles moet omheind worden, niet alleen voor het wild, maar zeker ook voor de mens die op bezoek komt. Natuurmonumenten en gemeenten zijn inmiddels verworden tot clubs van geboden en verboden, van protocollen en gedragsregels; alles moet gereguleerd zijn en zeker de mens. In de Veluwse speeltuin zijn al diverse dierentuinen, waar het wild binnen de afrastering dient te blijven. Voor het kleine wild zijn er nog wel migratiemogelijkheden, maar het edelhert, het wilde zwijn en zeker de wolf dienen in het aangewezen gebied te blijven, gemarkeerd door het hek. De mens is een nagenoeg ontembare diersoort en dient aan banden te worden gelegd. Eigenlijk is de Veluwe al goeddeels omheind, maar de mens breekt er nog te vaak in en uit. En dus wil Natuurmonumenten dat er betaald wordt voor de parkeerplekken op de Posbank. Naast loofbomen nu ook slagbomen.

De leden en bestuur van Natuurmonumenten zijn mensen, de toeristenindustrie biedt werk aan mensen en alle bezoekers blijken ook mensen te zijn. De Veluwe en de Veluwezoom raken oververhit, net als het klimaat veroorzaakt door mensen. Wie laat de slagboom neer voor wie?

Desiderius Antidotum

Rick Evers: Bob de zwembadbouwer

Het is heet dus Nederland wordt gek. Op Marktplaats wordt het meest gezocht op ‘ventilator’ en ‘zwembad’. Na ‘gratis’ uiteraard, want we blijven Nederlanders. En over een maandje staan diezelfde spullen weer op Marktplaats. Maar dan aan de aanbod-kant. Je merkt aan alles dat we niet gewend zijn aan die hitte van de afgelopen periode. Live-blogs over het oplopen van de temperatuur, slapeloze nachten omdat we geen airco hebben en het onophoudelijke geklooi met die opblaas- en opzetzwembaden. De eikenprocessierups? Daar hoor je niemand meer over. We hebben een nieuwe gezamenlijke vijand: de hitte Maar even terug naar die zwembaden. Want hoe irritant is dat zeg. Je zet of blaast ze op (met veel zweet of veel lawaai), gooit er een miljoen liter water in, gaat er even inzitten en drie dagen later kun je weer opnieuw beginnen omdat het water stinkt en de bodem glibbert van de algen. Ik heb er inmiddels ervaring mee en vind het een boel gedoe voor een uurtje waterpret. Ik snap Nicole dus helemaal. Nicole uit Duivendrecht. Ineens kwam ze overal in het nieuws omdat ze eigenhandig een zwembad had gebouwd in haar achtertuin. Compleet met filtersysteem en mozaïektegeltjes aan de zijkant. Het enige wat Nicole nog oppompt, is de grote roze flamingo. Handige Nicole ging heel Facebook over en helaas zag mijn vrouw het bericht ook. Dan weet je dus al hoe dat gaat aflopen. Mijn naam werd eronder getypt, met de vier woorden: ‘dit wil ik ook’. Het voordeel is dat ons opblaaszwembad op Marktplaats kan. Inclusief algen. Het nadeel is dat ik de komende maanden ineens heel druk ben. Komt iemand helpen graven?

Zomeropenstelling Achterhoeks Planetarium

TOLDIJK – Aan de Hoogstraat 29 in Toldijk bouwde Henk Olthof op zeer ingenieuze wijze meerdere planetaria. Bezoekers kunnen hier een ruimtereis maken in Ruimteschip Aarde. Dit is een ingenieuze, draaiende aardbol die de inzittenden de sterrenhemel laat zien. Ruimteschip Aarde reist op vrijdagavonden tot en met 23 augustus van 20.00 tot 21.30 uur en op woensdagmiddag 14 augustus van 14.00 to 15.30 uur. Aanmelden via de website is noodzakelijk in verband met de beschikbare ruimte.

www.achterhoeksplanetarium.nl

Pannenkoeken smullen in de stoomtrein

REGIO – De Veluwsche Stoomtrein Maatschappij heeft dit jaar wat nieuws, de Pannenkoekentrein. Op álle vrijdagen in augustus rijdt een historisch restauratierijtuig uit 1927 met de reguliere stoomtrein mee als Pannenkoekenrijtuig.

De trein vertrekt om 10.45 uur uit station Beekbergen en rijdt via Apeldoorn naar Eerbeek en weer terug. Wanneer de locomotief al stomend en fluitend in beweging komt, zijn de koks al bezig in de keuken van het rijtuig. Terwijl de stoomtrein over een prachtig deel van de Veluwe tuft, worden aan tafel de versgebakken pannenkoeken geserveerd.
Terug in Beekbergen kunnen de reizigers tijdens de depotstop de indrukwekkende verzameling locomotieven in het stoomdepot, de werkplaats en de draaischijf van dichtbij bekijken. Een bijzondere belevenis is het water en kolen laden in de locomotief. Het vernieuwde stationsterras, met een goede blik op het historische stationsgebouw en de treinen, nodigt uit voor een drankje.

Naast de pannenkoekentrein is er natuurlijk ook nog de bekende zondagse lunch in de VSM stoomtrein. Tot eind oktober kunnen reizigers elke zondag (behalve 8 september) tijdens de stoomtreinrit genieten van een heerlijke uitgebreide lunch in het historisch restauratierijtuig.
Voor de vrijdagse Pannenkoekentrein en de Zondagse lunch is online reserveren is noodzakelijk. Dit kan op de website van de VSM: www.stoomtrein.org.