Home / Tag Archives: Alle-Regiobode (page 8)

Tag Archives: Alle-Regiobode

Foi, Foi: Vrouw kwiet

Jan en Trees hadden gien auto. Dat was hun veul te duur. Umdat de familie van Jan en Trees nogal var weg woonden was de anschaf van un bromfietse (in die tied) un ideale oplossing. Noe riejt de olderen niet meer op un bromfietse. Misschien nog op un scooter. Ut fietsen met un rappe E-bike, gewoon un elektrische fietse, doet ze noe veul meer.
Jan wol ok veilig riejen en besloat deurumme um goeie degelijke helmen te kopen. Dit was niet alleen verplicht maar ok veul veiliger.
Op un mooie zunnige dag besloaten Jan en Trees heur zus Annie op te zuuken. Ze waren d’r nog niet vake samen d’r op uut ewes, maar Jan wol d’r toch wat meer ervaring mee opdoen. Ja, heur zuster wonen niet noast de deure, wel un uurtje riejen, deurumme goed in epak en de leren jassen d’r bie an. Ja, die kosten ok wel wat, maar toch altied veul veurdeliger dan un auto.
De Zundappbrommer wörden uut de schuure ehaald. De jassen an etrokken en de helmen op ezet. De reis kon beginnen.
Onderweg zei Jan nog un keer tegen zien Trees: “Ziet ie goed?” Maar d’r kwam gien antwoord. Jan heuren niet wat, dat kwam zeker deur ut lawaai en de dichte helm. Noa un tiedjen kwam ut Kanaal in zicht. Hee mos oaversteken en oaver de brugge hen. Hee schrééuwen nog tegen Trees: “Kiek ie noa links dan kiek ik noa rechts of d’r ok verkeer ankump.” Ok noe weer gien antwoord. Dat kump deur die helm, dacht Jan weer, maar vond ut toch wel un bitjen raar. D’r kwam gien verkeer an en Jan stak de kruusing oaver en ut kanaal.
Toen begon hee ut toch wel un bitjen vremp te vinden umdat hee helemoal gien reactie kreeg. Dat leek um niks. Hee gaf gas terugge en stappen af. Toen schrok hee zich un bult. D’r zat niemand achterop. Misschien was Trees d’r wel af evallen zonder dat hee ut emark had? O, wat schrok hee toch. Dat was mien toch ok wat, hoe kon dat noe zo gebeuren? D’r zat veur Jan niet anders op dan umme te dreeien en terugge te riejen richting zien huus. Jan ging terugge en onderweg keek hee of Trees argens in de sloot lag. Ja, dat kon maar zo. “Met vrouwen wist ie nooit”, dach hee. Hoe hee onderweg noa huus ok loeren en loeren, nargens gien vrouw te vinden.
Toen hee bie huus kwam zag hee ut al. Doar stond Trees met leren jas en de helm op. Hellig! Dat ku’j wel noagoan. Ze waren zo an ut heisteren ewes met un paar keer d’r op en d’r afstappen dat hee ut niet emark had dat Trees d’r niet op eklommen was. Alderbastend hellig was zee dat Jan maar zo was weg erejen. Jan zei maar niks meer en zei rustig: “Klim d’r mar achterop.” Maar Trees bleef maar mopperen en mopperen. Ze bint wel veilig an ekommen bie de familie, maar Jan hef dat nog vake motten heuren.

Goed goan,
Martien,
de Platschriever uut Loenen

Hee hef de beste papieren maar de slechtste manieren

Rick Evers: Digitale borrel

‘Wie vindt het leuk om a.s. zaterdag eens even bij te praten? Nu de crisis aanhoudt kan dit helaas niet fysiek, maar we kunnen wel een digitaal biertje met elkaar drinken. Ik dacht vanaf een uurtje of 20.30 uur. Als jullie hier blij van worden, dan verzorg ik een uitnodiging via Teams.’

Een berichtje in de vrienden-appgroep. Normaal gesproken vol met flauwe plaatjes, slechte grappen en foto’s van rokende barbecues, maar daartussen ineens een mooi initiatief van vriendje R. Even leek het nog lastig te worden met reacties als ‘ik weet niet wat Teams is’ en ‘ik heb geen microfoon op mijn laptop’, maar toen het zaterdag half negen was, zaten we zowaar met de voltallige bende van acht achter de computer.

De borrel begon uiteraard met het belachelijk maken van elkaars kapsel. Zo zag vriendje M eruit als een Playmobiel-poppetje en had vriendje J de tondeuse aan zijn elfjarige dochter gegeven. Ach, zolang je amper de deur uitgaat, is er geen man overboord. Na de kapsels kon het gesprek beginnen. ‘Werk jij ook thuis?’, ‘Hoe is het met jouw vrouw?’ en ‘Wanneer denk jij dat de voetbal weer begint?’ bleken favoriete vragen. ‘Ja’, ‘Prima’ en ‘We zien wel’ de favoriete antwoorden.

Het nadeel van Teams is dat er maar vier personen tegelijk in beeld komen. De vier die als laatste aan het woord zijn geweest. Dus toen vriendje J al lopend maar vooral ook zwijgend met zijn laptop een rondleiding door zijn nieuwe huis gaf, hebben we eigenlijk alleen de rommelige eettafel en de kelder met zijn voorraad sterke drank gezien. Daarna werd het beeld vooral gevuld door de vier grootste praatjesmakers.

Het mocht de pret niet drukken. Het was gezellig. Vier ongeknipte gasten in beeld, af en toe een lege stoel omdat er een nieuw koud biertje moest worden gehaald, een kusje voor het kind dat naar bed moest of een zwaai naar de vrouw die ineens in beeld opdook. Het was een borrel waarvan Premier Rutte zou zeggen: trots op jullie mannen, hou vol! En daar sluit ik me van harte bij aan.

Retrospectief: De Steeg loopt uit voor de Tommy’s

In deze laatste bijdrage over de Tweede Wereldoorlog in Retrospectief, keren we terug naar 16 april 1945. Dat is de dag waarop de dorpen van de gemeente Rheden werden bevrijd. Vanuit Arnhem door de Engelse 49ste Polar Bear divisie en vanuit Brummen, waar Canadese troepen van het Loyall Edmonton regiment naar Spankeren optrokken.

Deze foto is in de ochtenduren gemaakt aan de Hoofdstraat in De Steeg. Heel het dorp liep uit, toen de bevrijders het dorp binnen trokken. Via de Diepesteeg rolden de Sherman-tanks van het Canadese Ontario Regiment het dorp binnen. Op hun voertuigen vervoerden ze infanteristen van de Hallamshire en King’s Own Yorkshire bataljons. Die ‘voetsoldaten’ – die overigens zelf ook over brencarriers en halftracks beschikten – hadden de opdracht de dorpen verder te zuiveren, terwijl de tanks over de Veluwezoom verder rolden richting Apeldoorns kanaal in Dieren, om daar contact te maken met de vanuit Zutphen komende Canadezen.

Toen de Engelse infanteristen in De Steeg halt hielden, kregen ze een – zoals ze dat zelf noemden – liberation welcome. Ze deelden chocola en sigaretten uit en de net bevrijdde Nederlanders schudden hen uitbundig de hand of kusten de ‘Tommy’s’ op de wangen. En natuurlijk verdrongen ze zich om de voertuigen van de bevrijders en wilden ze met hen op de foto.

In het boek ‘Sta een ogenblik stil’ noteert auteur Ot Hagen de volgende herinneringen uit het dagboek van de Steegse pastoor Van der Hurk op: ‘Op maandag 16 april, des ‘s morgens te 10 uur, kwamen de eerste Britsche tanks en gevechtswagens langs de Beekhuizerweg en de Diepesteeg hier. De laatste moffen waren daags en ‘s nachts te voren met den stillen trom vertrokken naar de Veluwe, zoodat De Steeg, zonder slag of stoot bevrijd is. Toen de vreemde troepen, die met uitbundige vreugde ontvangen werden, goed en wel hier waren, werd de torenklok geluid en de vlag uit de toren gestoken. Bijna heel de bevolking had zich intusschen bij de kerk verzameld en toen de vlag zich ontplooide, zongen we het Wilhelmus.’

Rick Evers: Klein ventje

Week 34 alweer. Tijd om het vluchtkoffertje klaar te zetten. Maar ook tijd om mijn wekelijkse stukje eindelijk eens te schrijven over onze aanstaande baby. Genoeg vrienden afgezeken, voldoende geouwehoerd over vogeltjes, klaar met de coronaverhalen. Het is tijd om het nieuwe leven er eens bij te pakken.

Ons nieuwe leven. En we hebben er zin in. Mijn vrouw niet zozeer in het klusje dat eerst nog even geklaard moet worden, maar wel in wat daarna komen gaat. Ze zeggen dat het prachtig is, maar ook heel vermoeiend. En dat weet ik, want ik heb er al twee. Ik weet dat ik straks geen oog meer dicht doe. Dat ik er zes keer in de nacht uit moet om het speentje weer in zijn mondje te doen. En dat ik na een week niet meer weet of mijn handen nou naar poep of naar billendoekjes ruiken.

En toch geeft het allemaal niets, want we krijgen een baby. Ik hoop met van die mollige armpjes waarbij het net lijkt alsof ie elastiekjes om zijn polsen heeft. En dan lekker samen in bad, zijn haartjes wassen met Zwitsal en hem dan knuffelen en kietelen tijdens het afdrogen. Dan de slaapzak aan, speentje in en nog even kijken naar de dierenposters op de muur voordat we een slaapliedje gaan zingen.

Jezus wat heb ik er zin in. Is het al zover? Nee, nog steeds week 34. Tijd gaat langzaam als je een column schrijft. Nog zes weken dus. Of meer. Misschien kan ik het huis nog schilderen. Of minder. Kan de box al in de kamer of is dat stom? Hoe kom ik eigenlijk aan alle adressen voor de geboortekaartjes? Wat moet er allemaal in zo’n vluchtkoffer? Zal ik ook een pak Snickers meenemen voor mezelf voor als het heel lang duurt?

Wat een vragen. Maar één ding is zeker. We gaan straks met ons tweetjes het ziekenhuis in en met ons drietjes er weer uit. In de babykamer waar al wekenlang een leeg ledikantje staat, ligt straks gewoon echt een klein ventje.

Business & Shopping: Nog steeds lekker een ijsje halen bij Bon Appetit

DIEREN – Uitgebreid binnen koffie drinken en een ijswafel eten kan op het moment niet, maar Bianca Jansen – Hachmang heeft haar IJscafé Bon Appetit in Dieren geopend voor het seizoen. Ze doet er alles aan om haar klanten zo goed mogelijk te bedienen.

De salon ziet er wel wat anders uit dan vorig jaar. Er is een verplichte looproute en er mogen maximaal twee klanten tegelijkertijd binnen zijn. “Het is jammer dat een ijsje eten met je gezin niet meer het uitstapje is dat het was”, zegt Bianca spijtig. “Even lekker zitten met je ijsje kan niet op dit moment.”
Bianca en haar team houden zich strikt aan de regels van het RIVM, voor de veiligheid van zowel de klanten als hunzelf. Helaas mag er daarom in en rondom de zaak niet meer worden gegeten of gedronken. “Het best kunnen mensen hun bestelling in hun eentje af komen halen en dan meenemen naar huis”, legt Bianca uit. “Niet zoals we het graag zien, maar we maken er maar wat van. Zo kunnen we in ieder geval ons ijs verkopen en onze klanten zo goed mogelijk van dienst zijn.”
Bianca heeft een breed assortiment Italiaans schepijs, ijskoffies, milkshakes en bonbons. Op dit moment verkoopt ze geen hoorntjes, maar alleen bakjes met ijs. “Alles voor de veiligheid.” Daarnaast verzint Bianca elke keer iets nieuws om haar klanten te verrassen. “Zo hadden we vorige week chocolade-aardbeien”, vertelt ze. Elke keer als ze iets speciaals heeft of een leuke aanbieding, maakt ze dit via Facebook bekend (zoek op IJscafé Bon Appetit).

Bianca vindt het ontzettend jammer dat ze haar klanten niet het welkom kan geven dat ze zou willen, maar is nog steeds heel blij met iedereen die haar ijscafé bezoekt. “De meeste mensen reageren heel goed op de RIVM-regels en begrijpen dat het allemaal anders is dan we zouden willen. Daar ben ik heel blij om. Het is geen makkelijke tijd voor ondernemers en we zijn daarom heel blij met iedereen die een ijsje komt kopen!”

Een Stief Kwartiertje: Wijsheid

De huidige tijd zet aan tot nadenken en dat gaat altijd gepaard met het stellen van vragen. Hoeveel vragen kun je stellen in deze tijd? Ik zou er met gemak deze hele pagina mee kunnen vullen, maar al zijn de vragen nog zo relevant, dan is het voor de krant economisch niet haalbaar. Dit schetst al zo’n beetje het dilemma van deze tijd. In de media buitelen de meningen van deskundigen van allerlei pluimage over elkaar heen en ze denken allemaal te weten hoe onze samenleving er straks moet uitzien. Ook dat schetst een dilemma, in ieder geval bij mezelf: ik heb geen glazen bol noch de wijsheid in pacht, alleen weet ik dat we nu oogsten wat we gezaaid hebben, het moet dus anders.

We hebben net onze nationale dagen achter de rug en de vrijheid gevierd in onvrijheid. We moeten dus op zoek naar een nieuwe bevrijding, de wederopbouw na de corona-oorlog. Bij veel mensen begint de saamhorigheid samen met het opgesloten zijn te knellen en de algehele onzekere maatschappelijke situatie voert ons dichter naar de allesomvattende vraag: op welke waarden gaan we de samenleving weer opbouwen? Iedereen wil graag weer aan de slag.

De afgelopen weken hebben we kunnen lezen over Booking.com, dat verleden jaar 5 miljard aan aandeelhouders en eigen mensen heeft uitgekeerd en nu bij de overheid de hand ophoudt. En over de KLM dat zich niet buigt over de retorische vraag: is de economie al die jaren gegroeid dankzij de KLM of is KLM juist gegroeid dankzij de economische groei? KLM gaf zelf het immorele antwoord.
Er zijn grote bedrijven die jarenlang belasting hebben ontdoken door winsten te parkeren in belastingparadijzen en nu gered moeten worden door dezelfde overheid onder het mom van het sociaal-emotionele argument: banenverlies. En de overheid die in de afgelopen jaren toestond dat ziekenhuizen omvielen en de zorg heeft uitgekleed; ze geeft er nu, na het bekende gesteggel, een mondkapje voor terug, met de complimenten uiteraard.
Ook de lokale overheid heeft het moeilijk vanwege de extra kosten. Rheden heeft al aan de provincie voorgesteld een Noodfonds Coronavirus in te stellen en doet er alvast een beroep op. Brummen zal spoedig volgen als ze tenminste tijdig van de intensive care komt. Doesburg zal zichzelf eerdaags aan het infuus leggen. Voor gemeenten is het Noodfonds het nieuwste vaccin.

Het wordt niet meer als voorheen en dus is het tijd voor een nieuwe arbeidsethiek. Wederopbouw vraagt om groei, maar niet om een onbeperkte. Dus tijd om met elkaar vast te stellen wat we nu werkelijk belangrijk vinden, tijd om niet langer het aanbod de vraag te laten bepalen maar ons te bezinnen wat echt nodig is, wat echt van waarde is; kortom, tijd dat de moraal het wint van het winstbejag. Dezelfde moraal die een andere manier van leven inhoudt.

Corona maakt geen onderscheid tussen moslims, joden, christenen en atheïsten, tussen arm en rijk en tussen Doesburgers en Brummenezen. De wereld kent een gemeenschappelijk vijand, die alleen gemeenschappelijk bestreden kan worden. Corona biedt ook een geweldige kans om een toekomstbestendige economie op te bouwen, om te werken aan duurzame productiemethoden, om tot een goede omgang met grondstoffen te komen en tot een eerlijke verdeling van opbrengsten; kortom sociale rechtvaardigheid op basis van wijsheid. We zijn er niet om de aarde uit te wonen maar te bewonen in harmonie met de natuur en …. met de medemens; andersom mag ook. Laten we beginnen aan de Veluwezoom.

Desiderius Antidotum

Business & Shopping: Veel lekkers en mooie cadeaus bij Lisse de Delicatessenbank

EERBEEK – Winkelen bij Lisse, de Delicatessenbank aan het Stuyvenburchplein in Eerbeek is meer dan even een wijntje, kaasje of cadeautje kopen. Het is een beleving om in de gezellige, huiselijke winkel uit het brede assortiment iets lekkers uit te zoeken

Ze had zich de opening van haar delicatessenwinkel wel iets anders voorgesteld. Door de coronacrisis bleef het geplande feestje achterwege. Maar toch heeft eigenaresse Esmee Beumkes over aandacht niets te klagen. “Ik vind het zo bijzonder dat er zoveel mensen aan ons denken en langskomen”, vertelt ze. “We hebben in deze eerste weken zelfs al mensen gehad die terugkwamen voor iets specifieks, de kaas bijvoorbeeld.”
Esmee runt Lisse, de Delicatessenbank samen met haar moeder Ivonne en weekendhulpen Hymke en Linette en samen geven ze iedere klant een warm welkom. “We willen een huiselijke sfeer creëren waarin iedereen zich op zijn gemak voelt. We vinden het heel belangrijk dat het bij ons gezellig is.”

Lisse verkoopt veel lekkere dingen en mooie cadeaus. Verschillende soorten wijnen en bijzondere biertjes, maar ook heel veel soorten thee. Achterin de winkel liggen de glimmende gele kazen en net om het hoekje staat een kar vol heerlijk geurende buitenlandse worsten. De ouderwetse toonbank ligt vol chocolaatjes en nostalgische snoepjes, er is een kast gevuld met ambachtelijke jam en tussendoor staan leuke hebbedingetjes om cadeau te doen. En dan komen daar over een tijdje ook nog verse buitenlandse kazen, tapenades, olijven en versgebrande nootjes bij. “We willen vooral dingen verkopen die niet in elke andere winkel liggen, gewoon mooie, lekkere producten. Winkelen bij Lisse moet een beleving zijn, bijvoorbeeld door het zelf tappen van je olijfolie”, zegt Esmee trots.

Als straks het horecagedeelte achterin de winkel open mag, kunnen klanten daar terecht voor een goede kop koffie of thee met wat lekkers. ‘s Middags serveren Esmee en Ivonne daar een wijntje of biertje met een borrelplank. “We hebben natuurlijk genoeg lekkers om een goede plank samen te stellen.” Lisse wordt nadrukkelijk geen kroeg, maar een rustig plek om te genieten van al het lekkers dat Esmee en Ivonne verkopen.

Foi, Foi: Sunde of Zunde

Soms zit un mense stil te prakkezeren en denk dan an zien jeugdherinneringen. Harm Knienenkamp uut ut Kluungat deed dat ok in zien lèven. Hee schreef doar oaver: “Wat sunde is weet wiele wel: as de koe in ut water drit en de stront geet drieven. Maar een van de grootste zundes is toch wel stèlen. Ik geleuve zelfs dat de bekende Tien Geboden doar mee begint. Ik bekenne hiermee een van mien jeugdzundes in dit woar gebeurd verhaal.
Ut gebeuren in ut veurjaar van 1955. Ik weet ut nog goed. In die tied moch ie reuken a’j van de legere schole afkwammen. Dat was toen op 1 april. (Later wörden dat 1 september). Ik kon hoast niet wachen töt ik un grote vent was en de geneugten van zo’n sjekke moch pruuven. Um sjek te kopen had ie centen neudig en die had ik natuurlijk niet. Noe hadden wiele in die tied in Klarenbeek kapper Koolman en die had, zoals toen gebruukelijk was, d’r ok un sigarenwinkel bie. Vuule iele al nattigheid? Op un woensdagmiddag zei mien moeder tegen mien: “Hier Harm, heb ie twee kwartjes. Goa noa de kapper loat oe hoar maar knippen, want ie loop d’r veur schande bie.” Doar zat ik net op te wachen.
Mien plannetje had ik al lange kloar. Vloetjes en lucifars had ik al versierd. Dus met de twee kwartjes van moe in de hand en de vloetjes in de broekzak noa de kapper. Noe mo’j oe effen veurtstellen: un klein winkeltjen met un teunbanke en doar achter un kamertjen as kapsalon. Op de teunbanke zag ik ze al stoan: de mooie zilverkleurige pakkies ‘Sta op sterling’-sjek. Pries 60 cent. Ik liepe noa achter en was metene an de beurte. Gelukkig kwamen d’r nog un paar klanten binnen.

Toen ik kloar was ging wiele noa de teunbanke um af te rèkenen. Ik gaf mien twee kwartjes af en de kapper ging alweer noa achteren um de volgende klante van zien weelderige hoardos te ontdoen. Ik zag mien kans schone en gritsen rap un paksien sjek van de teunbanke. Ut harte bonksen mien in de strotte. Rap op de fietse (Henk Lubberding uut Voorst had mien niet bie kunnen hollen). Bie de koalenboer rechtsaf richting Kluungat. Halfweg langs de bèke de fietse an de kante en ut zol gebeuren. Onderan de diek ut spul uut de zak ehaald en met bevende vingers ut paksien lös emaak. Maar o wat un teleurstelling toen de inhoud te veurschien kwam. Ut was zagemèèl..
Ut was un showpaksien. Met in grote boage heb ik ut hele spul in de bèèke egooid. Lustig dobberen ut paksien richting de viever van Krepel. Ik vuulen mien de ongelukkigste vent van Klarenbeek en umstreken. Ut enige wat mien nog resten was te wachen töt april.
30 meert trok ik veur de laatste keer de deure van school 16 in Oosterhuuzen achter mien dichte. Mien vader reed melkwagen en op 2 april kreeg ik van um in de Botterweg in Loenen 60 cent um bie Oudbier un echt paksien ‘Sta op sterling’ te halen. Zo zie’j maar weer: ‘Gestolen goed gedijt nog steeds niet.”

Goed goan,
Martien,
de Platschriever uut Loenen

Kiespiene dut zeer, maar laster nog veule meer

Een Stief Kwartiertje: Vrede in tijd van oorlog

We zitten in de dagen van de vaderlandsliefde, maar het vaderland is in grote verwarring. De koning zit op zijn verjaardag gegijzeld in zijn paleis. Wij zijn ook gegijzeld, terwijl we dezer dagen 75 jaar bevrijding hadden moeten vieren. We leggen daarom digitale bloemen bij herdenkingsmonumenten en een enkele doedelzak speelt voor geen publiek. Het is vrede in oorlogstijd. Onze huizen zijn schuilkelders geworden en zodra we even naar buiten mogen moet onze communicatie wellicht eerdaags achter mondkapjes verborgen blijven. Zelfs onze buren en onze medemensen zijn onbetrouwbaar, we moeten ze op afstand houden. We hebben nog wel te eten, maar lijden nu aan huidhonger, voor veel mensen om gek van te worden. Het is oorlog, maar de vijand is onzichtbaar.

De grootste collaborateurs zijn de economen en hun handlangers, de andere onheilsprofeten. Ze kennen geen genade en voorspellen een zeer langdurige en bittere strijd en jagen ons dieper de schuilkelder in. Voortdurend vallen er recessiebommen, die grote schade veroorzaken, het wakkert alleen maar angst en onzekerheid aan. Als er al een toekomst is, dan is die totaal anders dan het land van oorsprong, ons oude vertrouwde vaderland zal nooit meer dezelfde zijn. Zelfs de verzetsstrijders, die nu hun economisch leven op het spel zetten om hun en onze leefruimte nog enigszins op te rekken, opereren in de afgebakende schemering. Het lastige is dat er in de huidige oorlogssituatie met de vijand niet te praten valt, laat staan te onderhandelen; de vijand wil alleen maar doden. Onzekerder en verwarrender kan een tijd niet zijn: vrede in tijd van oorlog.

Maar aan elke oorlog komt weer een eind. Ondanks de sombere berichten hierboven is het zelfs mogelijk dat er binnen afzienbare tijd enig perspectief zichtbaar wordt. Er zijn zelfs optimisten, nu nog utopisten genaamd, die voorspellen dat het oude 5 mei nu het aanstaande 20 mei zal worden. De bevrijding zou nabij zijn, de vijand verzwakt, wellicht zelfs aangeslagen. Er gloort weer hoop.
Nog verwarrender en onvoorstelbaar is het bericht dat een behoorlijk aantal mensen wil dat de oorlog nog een tijdje voortwoekert. In hun schuilkelders vinden ze zichzelf terug, ze herkennen hun partner en kinderen weer in hun oorspronkelijkheid, de oorlog buiten werkt voor de vrede binnen.
Als ze naar buiten kijken, zien ze dat het daar precies andersom werkt. Ze zien dat de lucht helderder en schoner is geworden, niet ondanks maar dankzij de recessiebommen. Ze zien de natuur opfleuren. Nu laat zich de natuur over het algemeen niets aan oorlogen gelegen liggen, maar ze ervaart de huidige oorlog als een bevrijding. In 75 jaar heeft ze zich nog nooit zo bevrijd gevoeld.

Misschien zal de Veluwezoom haar oude luister hervinden. Vóór de huidige oorlog dreigde de Veluwezoom te bezwijken onder onze welvaartsbommen, de mens zou de natuur annexeren en genadeloos uitbuiten en tot overmaat van ramp volplempen met duizenden hectares zonneparken en honderden windmolens, die de energie moeten leveren om de samenleving duurzaam naar een nieuwe crisis te leiden. Weer een oorlog, weer de strijd tot overleven, altijd gaat de mens weer van oorlog naar bevrijding en dan weer naar de volgende crisis die ook overwonnen moet worden. En altijd ‘dit nooit meer’ en altijd ‘het moet voortaan anders en beter’. Alle wederopbouw en vooruitgang na elke oorlog ten spijt vergeten we steeds voldoende na te denken of de nieuwe vredestijd niet de ingrediënten in zich draagt voor een nieuwe oorlog, in welke vorm dan ook.

Desiderius Antidotum