Home / Tag Archives: Alle-Regiobode (page 49)

Tag Archives: Alle-Regiobode

Maaien van de IJsseldijk gaat nu anders

REGIO – De maaiwerkzaamheden aan de IJsseldijk zijn weer begonnen. Zoals gebruikelijk gebeurt dit in opdracht van het waterschap. In 2019 kiest Waterschap Vallei en Veluwe voor een andere manier van maaien.

Op de IJsseldijk wordt niet alle begroeiing in één keer, maar in stroken gemaaid. Hierdoor blijft de dijk bloemrijk en geschikt voor insecten en vlinders. Door de dijken gefaseerd in stroken te maaien, draagt het waterschap beter bij aan de ontwikkeling en instandhouding van flora en fauna.

Veilige dijken

De belangrijkste taak van het waterschap is: zorgen voor veilige dijken. Maaien is hiervoor een vereiste. De afgelopen jaren heeft Waterschap Vallei en Veluwe ingezet op het versterken van de dijken door te zorgen voor een goed doorwortelde grasmat. Nu de meeste dijkenbekleding hieraan voldoet, is het maaibeheer van het waterschap sinds 2019 gericht op het vergroten van de biodiversiteit. Met deze ‘brede kijk op de dijk’ geeft het waterschap invulling aan het nationale Deltaplan Biodiversiteit en de Greendeal Infranatuur.

De nieuw aangelegde dijken van de hoogwatergeul Veessen-Wapenveld vallen nog niet onder de nieuwe manier van maaien. Deze dijken moeten nog een goed doorwortelde grasmat krijgen. Dat is noodzakelijk om de dijk robuust te maken. Daarom wordt hier nu nog op de traditionele wijze gemaaid en blijven er na een maaibeurt vrijwel geen bloemen op de dijk staan. Het kan drie tot zes jaar duren voordat een nieuwe dijk een goed doorwortelde grasmat heeft. Als de grasmat goed doorgeworteld is, zal het waterschap ook deze dijken gefaseerd in stroken maaien, gericht op een bloemrijke dijk en meer biodiversiteit.

LandgoedMarkt Hof te Dieren

DIEREN – Zondag 30 juni is er weer een LandgoedMarkt Hof te Dieren. Deze markt in mediterrane sferen wordt gehouden op de grootste ommuurde wijngaard van Nederland. “De LandgoedMarkt is een gezellige markt voor liefhebbers van home, food, garden en streekproducten met een keur aan leuke, lekkere en mooie producten. Het aanbod wisselt elke markt”, aldus wijngaardenier Youp Cretier. “DIt keer wordt het een extra zomerse editie met veel antiek en brocante.” Op het wijnterras zijn hapjes en drankjes verkrijgbaar. De LandgoedMarkt duurt van 11.00 tot 17.00 uur en is gratis toegankelijk.

Een Stief Kwartiertje: Stikstof

Het gaat zo goed met ons landje, althans economisch, dat het zoveel stof doet opwaaien dat we eerdaags dreigen te stikken in de vooruitgang. De vooruitgang wordt gekenmerkt door de almaar groter wordende hoeveel stikstof, die we over onszelf uitstorten. Het werkt verstikkend, want naarmate ons banksaldo stijgt neemt onze gezondheid af. Het is dé tegenstelling van de afgelopen week en alle overheden zijn nu druk op zoek om de volgende tegenstelling op deze tegenstelling te vinden, zodat we toch weer verder kunnen op onze weg naar economische groei in een langzaam maar zeker verstikkend klimaat. Het is ingewikkeld, ik geef het toe, maar we zijn een handelsvolkje en dus laten we onze economische belangen niet sneuvelen op zo’n halfzacht element als natuurwaarde. Nagenoeg niemand is tegen natuurwaarde en dus wordt er naarstig gezocht naar de kool-en-de-geit-sparende oplossingen. We bouwen door, maar eerst een PAS op de plaats.

In 2014 hebben we PAS uitgevonden, het Programma Aanpak Stikstof, waarin natuurbehoud samen moet oplopen met de economische ontwikkelingen, oftewel met PAS moeten plannen gemakkelijker aan het volk verkocht kunnen worden. PAS behelst dat nieuwe economische activiteiten, zoals de aanleg van nieuwe wegen en het bouwen van megastallen, die meer stikstof onze samenleving instuurt, later dienen te worden gecompenseerd ten behoeve van natuurbehoud. De Raad van State (RvS) heeft onlangs gezegd dat ze het maar niks vinden, achteraf compenseren is veel te onzeker, dat gaat natuurlijk niet gebeuren als de buit binnen is; de Raad van State kent haar pappenheimers.

Met de intrekking van PAS is het alsof er verleden week een tornado langs de Veluwezoom is getrokken. De afsluiting van de Doesburgsedijk bij Dieren gaat hoogstwaarschijnlijk de ijskast in, evenals de megastal in Ellecom. De uitbreiding van de papierfabrieken in Eerbeek is onzeker, niet alleen vanwege het overvloedige watergebruik in deze tijden van droogte, maar ook papierproductie is niet stikstofvrij. Ook de uitbreiding van Vliegveld Lelystad dreigt opnieuw uitgesteld te worden, want veel stikstofuitstoot door de vliegtuigen zorgt ervoor dat de begroeiing van de Veluwe binnen afzienbare tijd geheel bestaat uit brandnetels. Kortom, alle nieuwe economische activiteiten die stikstof produceren, moeten vooralsnog worden stilgelegd. Ze moeten de bureaula in, onder het stof.

Met het niet afsluiten van de Doesburgsedijk wordt de stikstofproductie door het verkeer weliswaar in stand gehouden, maar de voorgenomen afsluiting is een onderdeel van het plan de Traverse en daarin speelt PAS een rol. De gemeente Rheden kan dus nog geen besluit nemen, maar men is er gewend om het laatste woord over hun besluiten aan de Raad van State te laten.

Het spel is nu op de wagen. Minister van Vliegverkeer, Cora van Nieuwenhuizen, wil Lelystad per se openen en gaat een list verzinnen, net zoals ze goochelt met de cijfers van Schiphol, zodat dat ook kan groeien. Minister van Veeteelt Carola Schouten heeft al een werkgroep in het leven geroepen die de uitstoot van koeien en varkens moet beperken en van de natuur verwacht ze dat die zich wel zal aanpassen, de natuur heeft immers een natuurlijke drang tot overleven. De graaf van Middachten zal met zijn status als landgoedeigenaar en daarmee van de heersende klasse zijn invloed aanwenden om de stikstofcijfers onder het maximale niveau te kletsen.
Hoe meer stikstof des te minder zuurstof; het richt de natuur ten gronde en daarmee…. juist ja.

Vive la France in Hummelo

HUMMELO- Op zaterdag 29 en zondag 30 juni wordt in Hummelo voor de zevende keer Vive La France gehouden. De organisatie is er dit jaar in geslaagd om nog wat extra ruimte voor de de brocante- en kunstfair te vinden in de straten rondom de Dorpskerk.

Op donderdagavond 27 juni kunnen inwoners en andere geïnteresseerden al helemaal in Franse sferen komen tijden de table d’hôte (‘eten wat de pot schaft’) op het terrein achter hotel-restaurant De Gouden Karper. De gezamenlijke maaltijd in Franse sfeer aan lange tafels begint om 19.00 uur, inloop vanaf 18.30 uur. Na afloop vertoont Dorpshuis De Ruimte een Franse film in de openlucht.

Op de grote brocante- en kunstfair besteden de exposanten altijd veel aandacht aan de fraaie aankleding van de stands. Zelfs handelaren uit de VS en Japan hebben de Hummelose fair al weten te vinden. Er zijn aanbieders van onder meer kant en linnengoed uit grootmoeders tijd, antieke serviesdelen, sieraden, vintage poppen en gepatineerde meubeltjes. De brocante-fair telt zo’n honderd deelnemers.

Op de kunstmarkt rond de Dorpskerk waant de bezoeker zich even op het Parijse Montmartre. Kunstenaars laten ter plekke zien hoe hun werk tot stand komt. Van olieverfschilderijen tot portrettekenen. Ook wordt gedemonstreerd hoe ambachtelijk papier wordt geschept. Bij diverse standhouders is uiteenlopend werk te zien en te koop.

Straatacts en muziek dragen bij aan de Franse sfeer. Op meerdere plaatsen klinken chansons en accordeons. Zoals van het Franse duo Malène Lamarque en Michel Refutin. Ze brengen de goguette, muziek uit negentiende eeuws Frankrijk, weer tot leven. De horeca spant zich in om de lekkerste hapjes, gerechten en gevulde glazen voor te zetten. Voor Franse versnaperingen als crêpes en croissants, met een wijntje, kan de bezoeker terecht op vijf terrassen.

Vive la France is een initiatief van Hummelose ondernemers. Jaarlijks zetten zestig tot tachtig vrijwilligers zich in om van Vive la France een succes te maken. Ook staat een groot aantal sponsoren garant. Op zaterdag 29 en zondag 30 juni is Vive la France te bezoeken van 11.00 uur tot 18.00 uur. De toegang is 3,50 euro per persoon per dag. Parkeren kost 2,50 per auto.

Foto: Stichting Vive la France

www.vive-la-france.nl

Retrospectief: De tram in de Koepoortstraat

Deze week bekijken we een Doesburgse straatfoto uit de jaren 1955-1957. We zien een motortram van de GTW, die een passagiers- en een goederenwagon trekt. De tram staat stil ter hoogte van het kantoor annex wachtkamer van de GTW, sinds 1950 gevestigd in het pand aan de Koepoortstraat 26. De kantine werd in die jaren geëxploiteerd door C. Anema en op het kantoor konden reizigers ook terecht voor kaartjes en abonnementen.

Deze ansichtkaart, door de fotograaf gemaakt in de richting van de Koepoortwal, toont feitelijk de nadagen van de tram. Eigenlijk was daar tijdens de Tweede Wereldoorlog al een einde aan gekomen. Sindsdien reden er eigenlijk alleen nog sporadisch goederentrams. Het busverkeer en de eigen transportdienst van de GTW hadden de taken van de tramlijn al goeddeels overgenomen.
De Geldersche Tramweg Maatschappij (GTM, later GTW) was de kern van het bedrijf, gevestigd te Doetinchem. De tramlijn Doetinchem – Dieren opende op 27 juni 1881. Deze lijn werd aan beide kanten verlengd, zodat in 1903 de lijn Velp – Dieren – Doesburg – Doetinchem – Terborg – Gendringen – Anholt met als eindpunt het spoorstation van de Duitse spoorwegen Isselburg-Anholt bestond. In 1926 werd de lijn nog verlengd van Velp naar Arnhem.
Na het opdoeken van de tram bleven kantoor en koffiehuis in Doesburg overigens in gebruik voor de busdiensten van de GTW en later GSM.

In de zomers van 1955, 1956 en 1957 reed de tram toch weer met passagiers, speciaal voor toeristen. Er werd gereden tussen Doesburg en Doetinchem, op het traject dat grotendeels parallel aan de Rijksweg liep. Het traject Doesburg-Dieren was al opgebroken en de schipbrug, waar de tram wankelend overheen kroop, was in 1952 gesloopt, toen de vaste oeververbinding over de IJssel door Koningin Juliana werd geopend.
De laatste tram in Doesburg reed op 31 augustus 1957, de wagons getrokken door locomotief ‘Silvolde’. Voor de liefhebbers; het museumstoomtramstel uit de periode ‘55-‘57, bestond uit stoomloc 13, rijtuig AB 48 en goederenwagen GZ 41.

De feestverlichting is een opvallend detail in deze foto. Dat had niets met de feestdagen in de donkere maanden te maken. De grote beuk op de driesprong van de Koepoortstraat en de Philip Gastelaarstraat staat vol in het blad en ook de mensen op de foto zijn zomers gekleed.

Luuk Janmaat blaast honderd kaarsjes uit

BRUMMEN – Op zondag 16 juni bereikte Luuk Janmaat uit Brummen de leeftijd van 100 jaar. Burgemeester Alex van Hedel en zijn vrouw Graziella vierden deze bijzondere mijlpaal met hem mee.

Luuk Janmaat zag op 16 juni 1919 het levenslicht in Snelrewaard in de gemeente Utrecht. Hij was de middelste in een gezin van elf kinderen en werd vernoemd naar zijn vader. Na de lagere school ging hij een jaar naar het mulo en 1,5 jaar naar het gymnasium, maar leren ging hem niet zo goed af.
Dankzij zijn vader kon hij het kappersvak leren. Elk jaar zorgde zijn vader dat zoon Luuk bij een andere kapper ervaring kon opdoen. Voor twee kwartjes per week werkte hij tot zijn achttiende bij verschillende kappers.

In maart 1939 ging Luuk in dienst. Via Amersfoort en Alkmaar kwam hij in Maastricht. Toen de oorlog uitbrak vluchtte hij de grens over naar België. Daar werd hij gevangengenomen door de Duitsers en moest hij als krijgsgevangene van België naar het Duitse Aken lopen. Van 1943 tot 1945 zat Luuk daarna in Duitsland. Hier werkte hij een aantal maanden bij een boer.
Zijn kapperstalenten bleven in Duitsland niet onopgemerkt, want ook in de oorlog werd hij als kapper ingezet. Een keer in de paar weken, ging hij op zondagochtend op pad met zijn koffertje en knipte het haar van veertig Russen.

Na de oorlog, toen hij terugkwam naar Nederland, had Luuk geen diploma, geen centen en geen verkering. Daar kwam snel verandering in. Hij haalde zijn kapperdiploma’s en trouwde in 1947 met Adriana. In Amsterdam begon hij eerst een kleine kapperzaak en daarna een grote. In 1952 werd dochter Marja geboren. Na gezondheidsproblemen van zijn vrouw werd de zaak in Amsterdam verkocht. Het jonge gezin ging op zoek naar een nieuwe woonplaats en uitdaging. Na drie maanden oriënteren kwamen zij in Dieren uit. In de Koningin Sophiastraat opende Luuk herenkapsalon Modern. Jarenlang werkte hij hier en sleepte vele prijzen in de wacht als kapper. In totaal oefende Luuk het kappersvak maar liefst 80 jaar uit.

Na zijn werkzame leven verhuisden Luuk en Adriana naar de Kampweg in Brummen. Toen het werken in de tuin een beetje te veel werd, verhuisden zij naar de Molenhorst. Hier woont Luuk, na het overlijden van Adriana, nog steeds met veel plezier. Tot zijn 96e reed hij nog auto en hij legde duizenden kilometers af op de fiets door de regio.
Op zijn honderdste woont hij nog zelfstandig. Tussen de middag krijgt hij eten bezorgd, maar zijn ontbijt maakt hij nog helemaal zelf. Zijn ogen en oren worden wat minder, maar met zijn ‘koppie’ is naar eigen zeggen niks mis. Hij kan nog feilloos de namen van alle leraren van de lagere school reproduceren. Ook zijn uiterlijk blijft onverminderd belangrijk voor de eeuweling. Voor een foto komt zijn colbertje tevoorschijn en strijkt hij nog even zijn overhemd glad. Zijn geheim van het bereiken van deze mooie leeftijd? ”Ik eet nooit vis, snoep niet, maar drink iedere dag een borreltje.”

Foto: Han Uenk

Rick Evers: De gin-tonic-man

Als er één hype aan mij voorbij is gegaan is dat de gin-tonic-hype. Ik hoorde iedereen om me heen het drankje wel bestellen, maar ik voelde nooit de behoefte om dat zelf ook te doen. Net als tomatensap in het vliegtuig. Of thee om drie uur ‘s middags. Als mijn collega’s zeggen: “zullen we een theetje doen”, doe ik altijd net of ik ze niet hoor.

Wie ik wel hoorde, was de gin-tonic-man in de slijter. Hij had zijn eigen marktkraampje midden in de winkel en iedereen die binnenkwam kon rekenen op een overdreven vriendelijke begroeting. En of ik misschien zin had in een glaasje gin-tonic. “Gewoon een klein proeverijtje”. Eigenlijk had ik haast, maar ik dacht: niet zo moeilijk doen Evers, tik dat glaasje weg, dan is die man ook weer blij.

Niet dus. De gin-tonic-man greep zijn kans en ging helemaal los. Niks plastic proefbekertje, maar een fors glas, een scheut gin, tonic en ijs. En net toen ik dacht: kom hier met dat glas, moest er nog een minuscuul sinaasappelschilletje in en twee koffieboontjes. Al weet ik niet zeker of het koffieboontjes waren. Het kunnen ook konijnenkeuteltjes geweest zijn.

Eindelijk kreeg ik het glas en kon ik door met waar ik voor kwam: het uitzoeken van een aantal speciaalbiertjes. De gin-tonic-man liep achter me aan naar de afdeling speciaalbier. Ik begreep de hint. Ik moest natuurlijk zeggen dat het lekker was. Vooruit dan maar. “Ja, goed is-ie hè”, reageerde hij. “Meestal blend de gin teveel in met de tonic, maar deze blijft overeind. Dat proef je echt.”

Ik proefde niets bijzonders. Water met een smaakje. Een boel gedoe om niets wat mij betreft. Ik nam nog een slok en gaf de rest aan hem terug. Het enthousiasme van de gin-tonic-man was bewonderenswaardig, maar ik wilde ineens heel graag weg. Een theetje doen desnoods.

Business & Shopping: Hillenaar Optiek Doesburg 25 jaar jong

DOESBURG – In het mooie pand met het trapje in de Kerkstraat in Doesburg zit Hillenaar Optiek. Een fraai pand van buiten met binnen de mooiste brillen, zo kun je het wel omschrijven. Maar dat is nog lang niet alles. Brillen verkopen kan iedereen, maar een goede bril met de juiste glazen aanmeten, daar moet je toch wel een specialist voor zijn.

Zeker voor mensen die voor de eerste keer een bril moeten uitzoeken, is het van belang dat er niet alleen de bril wordt gekozen die het mooist bij het gezicht past, maar ook het advies rondom de zo veel verschillende soorten glazen vergt veel ervaring om tot het juiste product te komen.
Stan Hillenaar verkoopt en meet brillen aan met een passie voor dit vak. “Als mensen tevreden met de bril naar buiten lopen, geeft dat een goed gevoel. Een bril draag je elke dag, dus daar moet je je dan ook echt prettig bij voelen.”
Moest je vroeger naar de oogarts en kwam je met een recept in de hand bij de opticien voor een bril, nu is het eerder andersom. Je gaat naar de opticien en laat je ogen meten, is er een probleem, dan verwijst de opticien je naar de oogarts. Hiermee is de opticien ook een eerstelijns zorg geworden en zijn er goede afspraken met huisartsen en samenwerkingsverbanden met Slingeland en Zonnestraal.

Hillenaar is zijn zaak 25 jaar geleden begonnen in een kleinere winkel een paar panden verderop, maar na verloop van tijd werden de winkel en werkplaats toch te klein. Toen kwam het huidige pand vrij en dit statige pand heeft ook werkelijk de juiste uitstraling voor de collectie brillen die er is.
Hillenaar wil zich niet vastleggen op een paar merken, maar verkoopt een heel breed assortiment. Voor iedere portemonnee is er wel een prachtig montuur te vinden en anders zijn contactlenzen ook een zeer goed alternatief.
Hillenaar is een man met een passie voor zijn vak, want hij houdt ook alle nieuwe methoden op dit vakgebied nauwgezet bij. Zo is er nog niet zo lang geleden een nieuwe manier van prisma’s meten op de markt gekomen. Hiermee kan de opticien zien of de ogen wel nauwkeurig samenwerken en is dit niet het geval, dan kan dit in een bril gecorrigeerd worden. Cursussen en toepassingen beginnen hun vruchten af te werpen. Dit resulteert in maximaal comfortabel zicht.
Dan is Hillenaar ook nog een stage leerbedrijf, dit wil zeggen dat leerlingen van de driejarige opleiding hier hun praktische vaardigheden kunnen leren en op school de theoretische. Ondertussen heeft een zestal stagiaires hier door de jaren heen al de fijne kneepjes van het vak geleerd. Zij zijn tegenwoordig ook allemaal werkzaam in de optiek.
Terugkijkend op 25 jaar is er veel veranderd, maar blijft het uitgangspunt voor Hillenaar hetzelfde, net als voldoen aan de vraag en uitzoeken welke kijkoplossing gezien de omstandigheden het beste is.

Foto: Hanny ten Dolle

Foi, Foi: Ut bakhuus

Jan Groot Zevert is un groot verteller. Hee vertellen mien un mooi verhaal dat vrogger is gebeurd oaver de Iessel. In un boerengemeente kwam un nieuwe burgemeester. Ene uut de stad nog wel. Zo’n keerl wol natuurlijk van alles veranderen, want ut is altied nog zo: nieuwe keerls hangt nieuwe hekkens. De nieuwe burgemeester maken vake un tochtjen deur zien gemeente hen. D’r was al is un paar keer un brandjen ewes bie un bakhuusjen. Hee vond ut maar gevoarlijk dat die huusies zo dichte bie de boerderiën stonden. Die konden ok gemakkelijk in brand vliegen. Hee liet de boeren in zien gemeente weten dat dat anders mos. De bakhuusies mossen minstens tachtig meter van de boerderië afstoan. De boeren waren doar heel niet blie mee. Want dat kosten nogal wat. Eerst zo’n huusien afbrèken en later weer varderop opbouwen. “Un pense met wark”, zeien ze, “en wat heb wie d’r an. Met die brand völt ut best mee. Ut is toch altied al zo ewes.” Oaveral wörden d’r hevig op de burgemeester emopperd. De boeren bleven mopperen maar de agenten kwamen geregeld kieken of de gemeentewet wörden uutevoerd. D’r kwam nog weinig van terechte. Boer Fransen had un old bakhus en ging gangs met ut afbrèken. De ene noa de andere boer ging d’r mee bezig. Wel hellig allemoal.

Alleen Harm Willems hiel de poot stief. Hee zei tegen iedereen: “De burgemeester kan mien nog meer vertellen. Mien bakhuus blif stoan woar hee steed en doarmee uut.” De darpsagent was d’r al ewes. Die had um gewaarschuwd en ezeg dat hee uuterlijk oaver drie maand de boel veurmekaar mos hebben. Zo niet dat kon hee rekenen op un beste boete en natuurlijk un uutneudiging um bie de rechter te kommen wegens weigering van un gemeenteveurschrift.
Harm trok zich doar gien bliksum van an. De luu uut ut darp keken d’r wel un bitjen raar van op. Alles bleef zoals ut was. Ok bie de buurman bleef ut stille. Niks gien brèkerie of bouwwarkzaamheden. De tied was umme en iedereen was benieuwd wat d’r noe ging gebeuren. Wat zol Harm te wachen stoan? Oaveral stonden de bakhuusies op un veilige afstand maar bie Harm nog niet. De darpsagent kwam op bezuuk en zei tegen Harm: “Harm ie bint in oavertreding. Oe bakhuus steed veuls te kortbie de boerderië. “Welnee”, zei Harm, “mien bakhuus steed veul meer dan tachtig meter vot. Mèèt maar noa”. De agent halen un rolmoate veur de dag en kwam an vijfendartig meter. “Ie bint in oavertreding”, zei hee, “want dit is gien tachtig meter”. Toen zei Harm met un grijns op zien gezichte: “Dat ha’j edach. Ie loop doar wel te meten noa dat bakhuusien, maar die is niet van mien. Ik heb eruild met Willem de buurman. Willem zienten steed hier. Mien vrouw bak noe ut brood doar en Willem zien vrouw hier. Dat geet best zo.” De agent stond met un mond vol tande en maken dat hee weg kwam um an de burgemeester te vertellen dat de boeren hun te slim af waren.”

Goed goan,
Martien, de Platschriever uut Loenen

‘Un kus is maar stof, a’j um niet hebben wilt vèèg ie um af’

Een Stief Kwartiertje: Een lopend vuurtje

De afgelopen dagen hebben we het Pinksterfeest gevierd. Ik noem Pinksteren hier Pinksterfeest, want in de huidige tijd betekenen deze dagen voor velen het bezoeken van pinkstermarkten, kermissen en festivals. We kunnen weliswaar met enige fantasie een relatie leggen met een van de oorspronkelijke betekenissen van Pinksteren, namelijk een dankfeest voor de binnengehaalde oogst, al is dat wat vreemd in het voorjaar, maar voor de meeste mensen geldt dat er met Pinksteren iets te halen en iets te oogsten en dus iets te vieren is.

Voor de christenen onder ons daalt met Pinksteren de heilige geest over de apostelen en aangezien elke gelovige zich wel een beetje apostel voelt en zeker in deze tijd, zou een aanraking met vurige tongen zeer welkom zijn, want enig nieuw elan is niet alleen wenselijk maar ook noodzakelijk. De kerken stromen leeg, het oorspronkelijke vuur lijkt op een hoopje smeulend as. Ook op de Veluwezoom ontdekte ik dat dezer dagen, al heeft de regionale Raad van Kerken in de krant van verleden week Pinksteren aangegrepen om een vurig stukje te schrijven in de hoop de geest weer door de Veluwezoomse Protestantse kerk waart. Daarbij wordt een schril contrast zichtbaar: de gelovige wordt opgeroepen tot een verbinding met de geestelijke wereld en de kerk, terwijl veel kerkelijk ingeschrevenen de weg naar de uitgang gaan.

Het valt niet mee voor de katholieken en protestanten in deze tijd. Nadat al jaren de katholieken haast wanhopig pogen hun hoofd en geest boven het wijwater te houden en hopen dat hun bidden en smeken verhoord wordt zodat het in hun kerk weer over het geloof gaat in plaats van seks, zijn het nu ook de protestanten die zich ernstig zorgen maken over de leegloop bij hun kerken. De gelovigen wandelen de kerk uit of worden eruit gedragen naar hun laatste rustplaats. De protestanten komen tot de ontstellende ontdekking dat bidden hier ook niet meer helpt; erger kan niet voor een geloofsgemeenschap. Het lopende vuurtje van de Raad van Kerken van verleden week zal waarschijnlijk de gelovigen niet in vuur en vlam zetten. Kortom, bij veel kerken is de geest eruit en de verwachting is dat Pinksteren daar weinig aan verandert, alle vurige tongen en lopende vuurtjes ten spijt. Het is allemaal niet geestig.
De regionale katholieken hebben een aantal jaren geleden al de parochie Levend Water uit pure noodzaak opgericht en een aantal kerken gesloten. Hoeveel leven er uit het katholieke water komt is mij niet bekend, maar ook hier lijkt de vruchtbaarheid tanende.

Nu is het de beurt aan de protestanten. De vier protestantse gemeenten van Spankeren tot en met Rheden willen fuseren of nauw met elkaar samenwerken. Er is geen financiële nood, maar wel een geestelijke, dus de kerken blijven als gebouw wel staan. Men gaat nu pogen de geest er bij elkaar weer in te blazen. Pinksteren is natuurlijk het meest voor de hand liggende feest om de goede geest in de dolende protestantse geesten te blazen en die moeten elkaar versterken, dat wil zeggen samenwerken. Vandaar dat het onderzoek naar de samenwerkingsvormen Samen….Gaan wordt genoemd. Die benaming moet natuurlijk positief uitgelegd worden, maar critici zullen stellen dat samen gaan ook richting de uitgang kan betekenen. De Raad van Kerken aan de Veluwezoom wil een nieuwe toekomst en nieuw leven voor de regionale protestanten, zeg maar een soort wedergeboorte, maar dan niet in de theologische betekenis maar gewoon letterlijk. Men hoopt dat iedereen weer de geest krijgt.

Desiderius Antidotum