Home / Tag Archives: Alle-Regiobode (page 40)

Tag Archives: Alle-Regiobode

Een Stief Kwartiertje: De voorraadschuur

Laatst heb ik u verhaald over de kerkratten die dreigden de gemeente Brummen te verlaten uit pure armoede. Inmiddels is duidelijk geworden dat ze inderdaad zijn vertrokken. De kerken lopen leeg, dus daar is nog maar weinig te halen; troostende teksten en prachtige psalmen zijn enkel voedsel voor de geest, de honger drijft ze naar elders.
De ratten hebben onderdak gevonden in de kelders onder de voorraadschuren van het provinciehuis te Arnhem. Talloze ratten, overal vandaan, zijn inmiddels daarheen gevlucht. De provincie is bezig een noodplan op te stellen want men spreekt er al van een plaag. De bewaking van de voorraad is opgeschroefd, want ratten weten altijd wel een gaatje te vinden.

Veel gemeenten bevinden zich in een armoedeval. In Brummen bijt men al jaren op een houtje, dat door het college steeds betiteld is als een zoethoutje, maar door de bevolking vaker bestempeld wordt als een zoethoudertje. Het houtje is inmiddels een spaantje. De burgemeester stelt met aanstekelijk Ruttiaans optimisme dat de gemeente nu een samenwerkingsverband is aangegaan met de provincie, maar in feite is de gemeente simpelweg onder curatele gesteld. Alles gaat in overleg met de provincie en u weet dat wie betaalt bepaalt, dus de burgemeester kan niet anders dan met de ratten meegaan, op bedeltoer, op zoek naar iets eetbaars, naar overleven.
In de andere gemeenten in onze regio is het niet veel beter en als er niets verandert aan de voedselproductie dan zullen alle Veluwezoomse ratten op weg gaan naar Arnhem.

Dankzij de NUON-gelden zijn de voorraadschuren van onze provincie nog rijkelijk gevuld, maar de gemeenten zullen armoedelijders blijven, al wordt hen waarschijnlijk wel wat brood toegeworpen. Het rijk heeft in het afgelopen decennium veel belangrijke zaken over de schuttingen van de gemeenten gegooid, maar de nodige pecunia om die zaken een beetje ordelijk en menselijk te behartigen er niet achteraan geworpen. Daarbij komt dat gemeenten in hun ijdelheid dachten het wel te kunnen rooien, maar zoals al vaak duidelijk is geworden blijkt ook nu weer dat de beloftevolle beleidsnota’s in de praktijk veel fraai klinkende maar holle volzinnen bevatten. Door het rijk worden gemeenten gedwongen tot zelfredzaamheid en die wordt weer doorgeschoven naar de burger. En voor die zelfredzaamheid wordt de burger opnieuw gevraagd extra OZB te betalen. Gemeenten verkijken zich op de verantwoordelijkheden in het sociale domein en met name die van jeugdzorg. Daar zitten lichte gevallen tussen, maar ook hele lastige ratjes. Als excuus kan worden aangemerkt dat het ook niet gemakkelijk en dus kostbaar is om van ratjes weer vrome kerkgangers te maken.

De coronacrisis heeft ons geleerd dat de Haagse graanschuren goed gevuld waren en wijd opengingen om de – vooral economische – nood te ledigen en maar mondjesmaat de noden in de zorg en het onderwijs. Wellicht moet ons hele economische systeem op de kop; moeten we anders produceren, het brood anders verdelen, eerlijker en duurzamer. Voor iedereen is echter duidelijk dat onze welvaart verdiend moet worden, maar ons welzijn verdient ook aandacht en die is niet gratis.

Ratten zijn veel beter in overleven dan mensen. De geschiedenis heeft echter geleerd dat ook mensen tot veel in staat zijn als het om overleven gaat. Dus met een beetje goede wil moet het lukken om de Brummense ratten kerkwaarts te laten keren.

Desiderius Antidotum

Foi Foi: Rooie oren

Op verzoek nog een keer ut verhaaltje van de rooie oren. Jo maak ok altied wat mee. Ie kunt niet snappen hoe dat allemoal zo kan goan. Maar meestal kump ut toch weer goed. Ik kwam laats met um an de proat en toen heuren ik weer wat biezonders. Jo hef un rare gewoonte, zoals meer luu dat heb. Veul mensen heb las van jeuk in de oren. Dat kump umdat ut oorsmeer d’r uut mot en dat geet vake niet zoals dat goan mot. Ut blif doar in die gehoorgangen hangen en dat gif lastige jeuk. En un mense weet ut: jeuk is veul slimmer as piene. De luu goat doar dan krabben. Sommigen met de pink maar a’j kleine oortjes heb en grote vingers geet dat moeilijk. Anderen doet dat met wat anders woar mee te pörken (krabben) is. Maar Jo had d’r wat anders op evonden. Ut is gewoon un vernemstige handige keerl. Hee deed ut met lucifers. Ze hadden um ezeg dat mo’j niet doen met wat scharps en de ene kante van de lucifers met de zwavelkop is ok niet scharp. Meestal redden Jo ut doar wel mee maar ut ging toch verkeerd.
Zien vrouw marken dat hee steeds dover wörden. Zee mos elke keer harder schrèèuwen en blèren um Jo wat an ut verstand te brengen. Zee had al vaker tegen um ezeg: “Goa toch is noa de dokter toe. Zo kan dat niet langer. Ie mot de oren uut loaten spuiten. Ik denke dat ze hartstikke dichte zit ondanks dat gepörk van oe met die lucifers. Ie mot ze effen druppelen met slaolie en dan un paar dagen later noa de dokter. Die maak ze oe met de waterspuite wel lös.”
Jo sputteren nog wat tegen en menen dat niet zo slim was maar hee kon d’r niet onderuut dat hee minder goed heuren kon. Bie de voetbal op de televisie mos ut toestel knap hard zetten um alles goed te kunnen volgen.
Jo halen de slaolieflesse veur de dag en deed wat grei in de oren.Un paar dagen later noa de dokter toe. Un afspraak emaak en toen was hee an de beurte. Jo deed zien klachten uut de doeken en de dokter loeren met un lampien in de oren. Hee zag wel dat de oren dichte zatten met oorsmeer maar hee zag nog meer. Binnen in ut oor zag ut d’r zo raar uut. “Wat een rare kleur rood hebt U in de oren”, zei de arts, “Ik begrijp dat niet. Het is geen bloedkleur en het is ook niet fel ontstoken. Wat moet dat toch zijn? Ik zal de oren een behandeling geven en een zalf voor de binnenkant want ik vertrouw het toch niet.”
Jo ging un lichien op maar durfen niks te zeggen. Hee herinneren zich de waarschuwing van zien vrouw om met dat peuteren met die lucifershöltjes op te hollen. Noe zat hee d’r lillek mee. Jo beloaven de dokter keurig de zalve in ut oor te doen en as hee las van ut oor bleef hollen mos hee terugge kommen. Wat mos zien vrouw effen later lachen toen zee ut verhaal heuren. De zalve hef Jo nooit gebruuk. Ut steed nog ongebruuk in de kaste.

Goed goan,
Martien, de Platschriever uut Loenen

‘Fouten bint vake dikke as de liefde dunne is’

Retrospectief: Boerderij De Kleine Veenkamp, Loenen

Tot 1967 stond aan de Horstweg in Loenen een oude boerderij, die bewoond werd door de familie Mom. Deze werd De Kleine Veenkamp genoemd. Aan de andere kant van de Loenense Molenbeek, die langs de Horstweg stroomt, staat nog altijd een oude boerderij die De Grote Veenkamp heet, waar de oudste boom van Loenen staat.
De boerderij van Mom, die naar schatting ruim tweehonderd jaar oud moet zijn geweest, was eigendom van Baron van Hugenpoth die in Loenen vele bezittingen had. Jan Mom trouwde met Anne Broekhof en zette de boerderij voort van zijn schoonvader Jan Broekhof. Zijn zoon Tinus boerde verder.
Per jaar moest Tinus Mom 300 gulden huur betalen voor de oude boerderij. Daarbij was 4 hectare grond. Hij was de laatste boer want zijn zoon Henk voelde niets voor het boerenleven. Hij ging op een fabriek in Eerbeek werken.
Meestal is de Kleine Veenkamp dubbel bewoond geweest. Willem Hafkamp heeft er ook lang met zijn gezin gewoond. Van deze boerderij ging Hafkamp wonen aan de Voorsterweg op De Achterste Molen.
Baron Van Hugenpoth wilde weinig doen aan het onderhoud van de boerderij. Het met riet gedekte gebouw werd erg bouwvallig en Mom moest er zelf het nodige aan doen om het waterdicht te houden. Het bleef behelpen voor het gezin.
Boer Mom had meestal een drietal koeien, wat jongvee, kippen en een paard. Het laatst paard dat hij had was Nelly, een vurig Russisch paardje dat hij had gekocht van Jaap de Boer. Het dier kon werken als de beste.
De baron kreeg van de gemeente Apeldoorn in 1967 een goed bod op boerderij en landbouwgronden om hier woningbouw mogelijk te maken. De oprukkende nieuwbouwwijk Hackfort was hier dichtbij en de gronden van Mom waren hierbij zeer welkom. Met de afbraak van De Kleine Veenkamp ging weer een oude karakteristieke boerderij, met de bekende grote achterdeuren, in Loenen verloren.
Henk Mom, gehuwd met Truus Uit de Weerd kreeg de mededeling om de boerderij te verlaten. Wel kreeg hij de mogelijkheid om op de hoek van de Horstweg en Hackfortweg een nieuwe woning te bouwen. Ook zijn ouders gingen mee. Vele jaren heeft de familie Mom hier nog gewoond. Na het overlijden van Truus Mom werd het verkocht. Nu wordt het al enkele jaren door een jong gezin bewoond.

Een Stief Kwartiertje: Moedertje

We leven in een wonderlijke wereld. Zo besloot Moedertje Natuur in de voorlaatste ijstijd, zo’n 200.000 jaar geleden, om de Veluwe te scheppen en daarmee ook de Veluwezoom. Een zoom geeft een grens aan en dat bleek aan de zuidkant de IJssel te worden, al kon Moedertje dat toen nog niet allemaal voorzien. Wel had ze al bedacht dat het logisch zou zijn dat water van hoog naar laag zou stromen, dat had zo zijn voordelen, meende ze, anders had ze weer erg ingewikkelde geologische processen moeten verzinnen en ze wist niet waartoe dat zou leiden. Van hoog naar laag was goed te volgen, vond ze en ze was tevreden over het geschapen landschap. Best aardig, dacht ze bij zichzelf.

Het zal u niet zijn ontgaan dat wij in de afgelopen decennia in een bijna hopeloze discussie zijn verzeild geraakt met Moedertje Natuur. Voortdurend getuigen wij van onze liefde voor haar, roemen haar schoonheid ondanks haar hoge leeftijd, waarderen haar doorzettingsvermogen, haar weerstand en dapperheid, maar onderwijl doen we amechtige pogingen het landschap en de natuur volledig naar onze hand te zetten. Moedertje is immers ook onvoorspelbaar en dat brengt onzekerheid met zich mee en wij willen verzekerd zijn, voor alles en overal.

Door het hoogteverschil tussen het Veluwe massief en de uiterwaarden van de IJssel stroomt het water middels kwelbeken en ondergrondse kanaaltjes al sinds vele eeuwen en al kabbelend naar de IJssel. Maar dat moest van ons toch een beetje sneller, dus werden er kaarsrechte beken en sloten gegraven, zodat het water eerder de IJssel bereikte en we geen natte voeten kregen, onze kelders niet te vochtig werden, onze aardappels en granen niet verzopen en onze landbouwmachines niet vastliepen in de modder. Voordien lieten we er onze molens op draaien, het begin van de industrialisatie. Dat is allemaal niet in overleg gegaan met Moedertje en die voelde zich in haar eer aangetast. Toen bleek dat het geen gezamenlijk probleem was heeft ze dat op min of meer subtiele wijze laten weten, maar die boodschap is niet overgekomen. Dus ging ze uiteindelijk in de aanval en heeft ze de waterkraan goeddeels dichtgedraaid, niet voor altijd maar inmiddels toch al een paar jaar. Dat werkte, zij het enigszins. We schrokken wel, maar waren niet op voorhand van plan ons gedrag aan te passen; sterker nog, de afgelopen week werd bekend dat wij op onze beurt de tegenaanval hebben ingezet: we gaan het water van beneden naar boven laten stromen.

Er zijn plannen om het IJsselwater te zuiveren en middels pijpleidingen de Veluwe op te laten stromen om het daar via vennen in de grond te laten sijpelen en van daaruit uiteraard weer terug te laten stromen; aan- en afvoer moeten gecontroleerd en evenwichtig zijn. Het is technisch mogelijk, kost een paar centen, maar dan hebben we het weer in de hand. Zo denken we de oude verhoudingen te herstellen; we zullen Moedertje leren en laten weten wie de baas is.
Vroeger waren wij, mensen, een onderdeel van de natuur, maar nu is de natuur een onderdeel van onze infrastructuur geworden. Wij bepalen waar de natuur zich mag vestigen, wellicht zelfs waar het zich naar eigen inzicht mag ontwikkelen, weliswaar binnen gestelde grenzen. Dat zal nog wel wat spanningen geven, want Moedertje zal zich niet zomaar gewonnen geven. Onlangs werd dat al duidelijk toen bleek dat ze een virusje achter de hand had.
We mogen ons nog steeds verwonderen over de natuur, maar meer nog verwondert de natuur zich over ons.

Desiderius Antidotum

Rick Evers: Lucht

Wat een stunt. Een luchtje op de markt brengen voor € 4,99 en het ‘Lucht’ noemen. Zeeman deed het en het bleek een gigantische hit. ‘Lucht’ was overal binnen mum van tijd uitverkocht. Helaas kreeg ik er te laat lucht van, dus ik heb het niet kunnen kopen, maar het schijnt nog lekker te ruiken ook.

Lucht is natuurlijk niet zomaar een goedkoop parfummetje. Het is een dikke middelvinger naar de cosmeticareuzen die hun ruikertjes voor belachelijke prijzen aanbieden. En dan die reclames erbij. Neem die van Dior, waarin Johnny Depp met zijn auto naar de woestijn rijdt, halverwege een bizon op de weg tegenkomt en dan ineens als een malle zijn sieraden gaat begraven.

Als je dat ziet, dan is die eenvoud van Zeeman toch heerlijk? Lucht. Niets meer en niets minder. En nu zat ik op een doodgewone zondagavond eens te denken: waarom die lijn niet wat verder uitbreiden? Laten we eens beginnen met shampoo. In plaats van die onzinnige productnamen als ‘Garnier Fructis Oil Repair 3’ doen we gewoon een witte fles met in zwarte letters ‘Shampoo’.

Daarna gaan we meteen door met zeep. Ik heb thuis een pompje met handzeep staan en daar staat op: ‘savon liquide de Marseille the blanc’. Niemand weet waarom. Er komt gewoon zeep uit. Het is me trouwens sowieso een raadsel waarom alle verzorgingsproducten vaak vol staan met Franse teksten. Op een pak ontbijtkoek staat toch ook niet ‘pain d’épice’. Ik vind het zo onzinnig allemaal.

Ik denk dat veel mensen een gat in de lucht springen als Zeeman doorgaat met de productversimpeling. Want, al die onzinnige namen in het Frans, we kunnen het niet meer luchten of zien. Gewoon het beestje bij de naam noemen, de prijs omlaag en wat mij betreft is de lucht dan geklaard.

Jeugdherinnering Wolter van den Brink: ‘Voltreffer in de paardenkont’

RHEDEN / DOESBURG – Het is 75 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog eindigde. Wolter van den Brink (85) uit Doesburg is geboren in getogen in Rheden en kan zich de oorlogsjaren nog goed herinneren. Hij heeft de gebeurtenissen uit zijn jeugd aan papier toevertrouwd en deelt er deze zomer een aantal met de lezers van Regiobode. Deze week vertelt hij een in Rheden beroemd verhaal over tante Gerrie Oosterink.

In de winter van 1944/1945 nemen de vluchten van de geallieerden naar Duitsland enorm toe. Het is voor ons als kinderen de kunst om de verschillende bromgeluiden te onderscheiden. Het zijn in het algemeen monotone zingende en brommende geluiden. Het is belangrijk om te horen of het geluid aan het uitvallen is. Dan is er iets gebeurd, hoog in de lucht. Sommige grote mensen onderscheiden zelfs Engelse en Amerikaanse zware bommenwerpers.
Een enkele keer is er bij het overvliegen ook geschoten. Dan vinden wij als kinderen plotseling ergens een diepe bomkrater. Dat kan overal zijn, maar vooral in open gebied, zoals een weiland.

Maar het is ook eens tussen de Worth-Rhedenseweg en de Buurtweg gebeurd. Boer Oosterink was daar op een dag aan het ploegen toen er plotseling werd geschoten. Waarschijnlijk vanuit de lucht, maar het kan ook een granaat vanaf ‘de overkant’ zijn geweest, dat is nooit duidelijk geworden.
De boer ploegde gelukkig met heel lange teugels. Het paard was vol getroffen in de achterhand – de kont. Het dier sloeg onmiddellijk op hol. De ploeg was gelukkig afgevallen en het paard rende dwars door het land. De merrie kwam in galop langs ons huis, ze wist precies de weg naar de boerderij.
Het was levensgevaarlijk, maar het grote probleem was: hoe het galopperende paard te stoppen? Niemand durfde zich aan zoiets heldhaftigs te wagen.
Nu liep het paard inmiddels bij de boerderij van de andere Oosterink, nog steeds in volle galop. En daar kwam tante Gerrie Oosterink aanzetten. Ze heeft een stuk beddenlaken in de hand. Tante Gerrie stopt wonder boven wonder het waanzinnige dier, dat nu dood neervalt. Sem Oosterink sleept het op een ladder weg. De gigantische open wond bloedt nog steeds en het beddenlaken is totaal dieprood. De eigenaar komt huilend en rennend van het land achter het onheil aan. Hij kan nog slechts aan een dood paard trekken.
75 Jaar later mag tante Gerrie van mij de eretitel hebben van ‘onverschrokken boerin van de Methorsterweg’.

Dit soort beschietingen vonden de hele winter plaats. Zo ook in de voortuin van Anna Plenk. Ik weet niet meer of dit haar echte naam was of een bijnaam. Anna zat voor het huiskamerraam te frunniken en plotseling viel er een granaat van de Engelsen, die in de steenfabriek van Robert Jansen zitten, in haar kleine bloementuintje. Anna was op slag dood.

Wolter van den Brink

Najaarsactie Sam’s Kledingactie bestemd voor Ethiopië

REGIO – Ieder voorjaar en najaar organiseert Sam’s Kledingactie een aantal speciale landelijke actiezaterdagen, om zo extra veel kleding op te kunnen halen voor het goede doel. Alle acties in het voorjaar zijn geannuleerd, maar in het najaar gaat de organisatie weer aan de slag. Deze keer is er gekozen voor hulp aan Ethiopië voor het verkrijgen van schoon water en sanitair.

Nu de verspreiding van het virus enigszins onder controle lijkt en de overheid de maatregelen steeds meer versoepelt, wil Stichting Sam’s Kledingactie weer een inzameling in het najaar organiseren. Temeer omdat de situatie in Ethiopië door het COVID-19 virus steeds nijpender wordt, wil de organisatie juist een stap extra doen om de mensen daar te helpen.
Goede hygiëne speelde altijd al een grote rol in de noodhulp- en gezondheidszorgprojecten van Cordaid, die Sam’s Kledingactie met de opbrengst van haar acties financieel steunt. Cordaid zorgt voor sanitair en waterpunten waar mensen hun handen kunnen wassen en ze geven voorlichting aan jong en oud. Deze gebruikelijke activiteiten zullen alleen maar een nog grotere rol gaan spelen de komende tijd.

De stichting denkt dat een inzameling, met inachtneming van alle door de overheid op dit moment geldende maatregelen op het vlak van hygiëne en afstand houden op een veilige manier mogelijk is. Daarom is een nieuwe landelijke actieperiode gepland van 7 september tot en met 11 november. een overzicht van alle inzamellocaties en -data zijn begin september te vinden op www.samskledingactie.nl.

Rick Evers: Muis

Ik gilde als een keukenmeid. Zo’n kort hoog gilletje. En niet omdat ik bang ben voor muizen, maar ik verwachtte hem daar gewoon niet. Ik kwam beneden voor een pak koffie, zag in mijn ooghoek iets lopen en hup, daar was het gilletje. Helaas schrok de muis ook van mij. Snel schoot hij weg achter de spullen op de grond.

Ik inspecteerde de kelder halfslachtig, maar van de muis geen spoor meer. Ik zag wel ineens overal kleine keuteltjes en druppels muizenurine. Bij de frisdrank, het bier, de halvarinekuipjes en de pannenkoekenmix. De tagliatelle had hij zelfs aangevreten. Er zat een gat in de zak waar hij precies doorheen kon. Die moest weg. Voor hetzelfde geld heeft meneer er drie nachten in geslapen. Dat ga je toch proeven.

Ik baalde ervan. De muis had een rotzooitje gemaakt van onze supermarkt. Want zo noem ik onze kelder. Komt doordat ik mijn bijbaantje bij Albert Heijn nooit helemaal heb kunnen loslaten. In onze kelder staat alle voorraad keurig gerangschikt op soort. De etiketten uiteraard naar voren gespiegeld en alle recente datums vooraan. Alleen de product- en prijskaartjes ontbreken.

Mensen die onze kelder zien, moeten altijd of heel hard lachen, of proberen smoesjes te verzinnen om zo snel mogelijk het huis te verlaten. Ik wou dat de muis dat ook deed. Blijkbaar voelt hij zich in onze kelder net zo thuis als hamsters bij Albert Heijn. Voor ons is het nu zaak om het knaagdiertje te vinden voordat hij zijn familie en vrienden erbij haalt.

Ondertussen baal ik nog steeds van mijn gilletje. Ik ben een volwassen kerel van dik twee meter en slaak een hoog gilletje als ergens een muis loopt. Zulke dingen zou ik eigenlijk gewoon voor mezelf moeten houden in plaats van ze in de krant te zetten.

Foi, foi.. Vlekvrie

Als keerl ku’j niet op de heugte blieven van de schoonheidsmiddelen die de vrouwen tegenwoordig gebruuk. Steeds komp d’r weer nieuwe middeltjes op de mark. Ut is un zalfjen, un schuumbad of wat al niet meer. Ze zek da’j deur ut gebruuk van die middeltjes veul jonger blief. Ut wördt oaveral an eprezen en ze doet krek of ut niks kost.
Vaak wordt d’r oavonden bie luu an huus beleg woar dat spul wordt verkoch.Ze nuump dat met un engels woord un ‘party’. Un mooie naam maar ut is gewoon un verkoopoavondjen. Op zo’n oavond passeert d’r heel wat flesjes en produkten woar un man geen weet van hef. Ze weet nauwelijks woar ut veur gebruuk wördt. Dit hef un man uut disse streek ok persoonlijk ondervonden. Hee hef d’r gien schade van ondervonden maar leuk was ut ok niet.
Zoals dat wel vaker met die keerls geet luustert ze met un half oor noa wat de vrouw te vertellen hef. As ze wat ekoch hebt mot ze dat loaten zien en heb d’r hele verhalen oaver. Alles zo mooi en leuk. Ok disse keer. Annie liet zien was zee op de party-oavond bie de buurvrouw had ekoch. Zee zei: “Kiek, dat is un hartstikke goed middel da’w goat gebruuken bie ut douchen. Ut mot prima wèzen. Un mens wördt d’r lekker fit van en deurumme heb ik ut maar ekoch. Ik zal ut in de douche leggen dan ku’j ut de volgende keer zo gebruuken.”
Jan keek wel effen op maar ging varder met ut lèzen van de krante. Hee had Foi, foi nog niet elèzen en brommen dat ut goed was. Och wat kon um dat noe toch schèlen.
Zien vrouw had nog meer ekoch. Bie dat douchemiddel had zee ok nog un zogenaamd Citroentje ekoch dat zee gebruuken kon um vlekken uut de kleren te halen. Ze vond ut schap in de douche doar un goeie plekke veur.
Un paar dagen later keek Annie wel raar op toen zee zag dat d’r heel wat van ut citroentje was gebruuk. Zee kon niet begriepen dat Jan of iemand anders d’r wat mee edoan had.
Zee wol d’r meer van weten en vroeg an Jan of hee misschien dat citroentje gebruuk had. “Jawel”, zei hee, “dat mos ik toch van oe gebruuken. Ie menen dat ut zo goed spul was. Nou dat viel mien bar tegen heur. Ik gebruuk ut niet weer. Gien fijn spul heur. De volgende keer hol ik ut gewoon bie ut olde”.
“Ik geleuf best dat ut spul niet lekker was veur ut douchen”, zei Annie, “dat was ok niet veur ut douchen maar um vlekken uut de kleren te halen! Ie had dat andere flesjen motten pakken”.
De man zei nog: “Dat ha’j at maar motten zeggen”. “Dat heb ik ok edoan”, zei zee, “maar ie heb zeker weer niet noa mien eluusterd. Dat kump d’r noe van”.
De man was gelukkug schoon en vlekvrie uut de strijd ekommen, maar hee nam zich veur nooit meer vremp spul te gebruuken. Gewoon zien olde middel dat beviel um ut beste.

Goed goan,
Martien, de Platschriever uut Loenen

‘Wat oe oge nie zut en oor niet heurt, deert oe harte niet’

Een Stief Kwartiertje: Het oude liedje

Veel mensen zouden maar wat graag het oude liedje willen horen dat verhaalt over de grote stille heide. ‘Op de grote stille heide dwaalt de herder eenzaam rond, wijl zijn witgewolde kudde, trouw bewaakt wordt door zijn hond.’ Het zijn de eerste regels van het eerste couplet van een lied dat ruim honderd jaar oud is. De ouderen onder ons zullen het zeker kennen en ook nog kunnen meezingen. Ze zullen zelfs de gevoelens van de herder bij zichzelf kunnen oproepen en wellicht terugverlangen naar de grote stille heide, waar ze in hun jeugd konden dwalen in een onmetelijke paarse vlakte.

Er is veel veranderd in de laatste honderd jaar, al is de heide zichzelf gebleven, nog even paars bloeiend en betoverend en ook lopen er nog schapen rond die de hond bij elkaar houdt. Ook op de Posbank is dat het geval en op de Loenermark zal het niet anders zijn, alleen is het er niet meer stil en de herder heeft wellicht nog even het gevoel te dwalen als hij of zij in de vroege ochtend de heide optrekt. Misschien zingt de herder dan nog stilletjes het eerste couplet dat eindigt met: hoe ver is mijn heide, hoe ver is mijn heide, mijn heide. Nou, tot aan de parkeerplaats en het is stil tot de toeristenstroom op gang komt. Het dwalen is verworden tot filewandelen op de grote drukke heide.

In het tweede couplet van het oude liedje bloeien de bloempjes lief en teer, pralend in de zonnestralen als een bloemhof heinde en veer. Gelukkig zijn de bloempjes er nog steeds en ze bloeien nog elk jaar en dus trekken in dit jaargetijde vele mensen de Posbank op met de illusie om even in de huid van de oude herder te kruipen die zingt: hoe schoon is mijn heide, hoe schoon is mijn heide, mijn heide.
Om het oude liedje te kunnen blijven zingen en de heide schoon te houden zal het mij niet verbazen als eerdaags bij grote drukte op de bloeiende heide de coronaregels voor de horeca en dergelijke ook gaan gelden voor de Posbank. Mensen kunnen thuis op de computer de oude melodie opzoeken en de tekst uit hun hoofd leren om daarna het heidebezoek digitaal aan te melden, een parkeerkaartje te kopen, een wandeltijd toegewezen te krijgen, een verzoek ontvangen om netjes op de paden te blijven en anderhalve meter afstand te houden, de aanwijzingen van de ordehandhavers gedwee op te volgen en bij een boete vanwege foutparkeren deze keurig op tijd te betalen. De heide wordt er niet stiller van, maar deze moderne variant stilt onze nostalgische gevoelens.

In het derde couplet wordt de zwerftocht van de herder afgesloten als de dag ten einde loopt en de schaapjes en de bloemen vredig ingesluimerd zijn en al rusten bij maneschijn. De herder is blij en juicht als hij terugkijkt op zijn pad dat hij die dag heeft afgelegd. Hij zingt: hoe rijk is mijn heide, hoe rijk is mijn heide, mijn heide. Hij voelt zich rijk, omdat hij al zijn schaapjes op het droge, dat wil zeggen in de schaapskooi heeft en rustig kan gaan slapen.
Politie en justitie zijn de afgelopen week ook een heel stuk rijker geworden omdat ze honderden boetes hebben uitgedeeld rondom de grote drukke heide en ze waarschuwen dat ze hiermee doorgaan als de natuurliefhebbers hun natuurlijke drang tot foutparkeren en rijden met een te hoge snelheid niet kunnen onderdrukken. De politie verzucht: het is altijd weer het oude liedje.

Desiderius Antidotum