Home / Tag Archives: Alle-Regiobode (page 38)

Tag Archives: Alle-Regiobode

Business & Shopping: Een kijkje achter de schermen bij Crematorium Dieren

DIEREN – Zondag 27 oktober houdt Crematorium Dieren een open dag van 11.00 tot 15.00 uur. Alle ruimtes zijn open voor publiek en ook het gedenkpark is toegankelijk voor een wandeling.

Tijdens de Open Dag kunnen bezoekers een kijkje nemen in de aula’s, de toonzaal en de crematieruimte. Ook het natuurrijke gedenkpark met de columbaria en urnentuinen kan worden bezocht. Medewerkers vertellen over de dienstverlening en laten bijzondere mogelijkheden zien. Uiteraard is ook de koffiekamer geopend, waar de cateringmogelijkheden te bekijken zijn en waar een hapje en drankje wordt geserveerd.
We merken dat mensen het prettig vinden op een ongedwongen manier vragen te kunnen stellen”, vertelt Joëlla Plasschaert van Crematorium Dieren. “Onze open dag is daar een ideaal moment voor. Soms zijn er hele gerichte vragen, over een eigen afscheid of dat van een dierbare. Maar ook mensen die gewoon benieuwd zijn naar Crematorium Dieren zijn van harte welkom. Wij vinden het fijn om mensen goed te kunnen informeren en daarmee hopelijk vragen weg te nemen.”
Crematorium Dieren Crematorium Dieren ligt aan de rand van de Veluwe, verscholen tussen bomen en weelderig groen. Urnen en monumenten liggen tussen de bomen verspreid. Ieder seizoen is hier anders, op zijn eigen manier mooi. Dat het deel uitmaakt van de oostelijke Veluwezoom is te zien: slingerende bospaadjes, uitbundig groen en prachtig natuurschoon tekenen hier de sfeer. Een mooie plek om een dierbare te gedenken.

Rick Evers: Oorbellen

Binnenkort is mijn vrouw weer jarig. Ik zie er als een berg tegenop. Niet omdat ze een jaartje ouder wordt, maar omdat ik dan weer een cadeau moet kopen. Niets bezorgt me meer stress dan dat. Totdat ik ineens hulp kreeg uit onverwachte hoek. Ze raakte haar dure oorbellen kwijt.

Een cadeau voor een ander is meestal niet zo’n punt. Ik laat wat bijzondere theesoorten uit het verre oosten samen met een plak eerlijke chocolade inpakken in cellofaan, strikje erom en klaar is Kees. Of ik ga naar de slijter voor een mooi pakketje. Of naar de drogist voor een mandje met handcrème, douchecel en badparels. Als er maar cellofaan omheen zit. Altijd goed.

Mijn vrouw trapt daar natuurlijk niet in. En terecht. Want je partner moet je verrassen. Die moet je laten zien dat je kosten noch moeite gespaard hebt. Dat je haar door en door kent. En ik neem me ook ieder jaar weer voor om iets bijzonders te kopen. Iets speciaals. Iets waar ze nooit aan gedacht zou hebben en ook nooit zou durven dromen. Totdat de datum ineens angstig dichtbij komt en ik weer niets heb.

Godzijdank waren haar mooiste oorbellen ineens kwijt. En met kwijt bedoel ik echt kwijt. We hebben het complete huis op de kop gezet. Ze lagen niet in het oorbellenbakje, maar ook niet tussen de haarelastiekjes. Niet in de koelkast, niet tussen het konijnenvoer, niet in de naadjes van de bank en niet in de tuin. We zochten de zakken van elk kledingstuk ooit gedragen drie keer na. Geen oorbellen.

Een week verstreek. Geen oorbellen. Die waren we dus echt kwijt. Vreselijk zonde, maar voor mij dé kans op een cadeau dat zeker in de smaak valt. Totdat ze ineens toch boven water kwamen. Uit een klein extra zakje van de paardrijbroek. Een wonder. Mijn vrouw was dolgelukkig. En ik was blij voor haar, maar toch. Die verjaardag. Ik heb nog maar twee weken. Wat een stress.

Retrospectief: Oude nederzetting in De Imbosch

Even ten zuiden van de Loenermark ligt in Eerbeek de nederzetting De Imbosch. Dit grote aangeplante bos en de aangrenzende uitgestrekte heidevelden vormen een bijzondere plek op de Veluwe. De zandwegen die er naartoe leiden zijn verboden voor auto’s. De fietsen of wandelaar die vanuit Eerbeek of Loenen het gebied doorkruist wordt onverwachts geconfronteerd met een open stuk in het bos waar statige beukenlanen elkaar ontmoeten en vier historische woningen staan.

De nederzetting (of bouwerij) aan de Imbosch ontstond in 1764 op initiatief van Assueer Jan Torck baron van Rosendael, met als doel de woeste gronden van zijn landgoed te ontginnen. De nederzetting telde in 1866 het grootste aantal bewoners van haar bestaan: 45 mannen, vrouwen en kinderen. De mannen werkten als bosarbeider en keuterboer en gingen als drijvers mee op jacht.
Omdat weiden grotendeels ontbraken bleef de veestapel klein en daarmee ook de mogelijkheid van landbouw. De woon-werkovereenkomst met de baron verviel toen in 1938 de Imbosch verkocht werd aan de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumeten. Nu maakt het gebied deel uit van het Nationaal Park Veluwezoom. Het laatste bosarbeidersgezin vertrok in de jaren zestig. Vanaf de jaren vijftig zijn de woningen aan de Imbosch door mensen uit andere plaatsen bewoond.

Het overgrote deel van het bos wordt aan verwildering overgelaten, omgevallen bomen blijven liggen en zijn een voedingsbodem voor mossen, schimmels, insecten en zaailingen van bomen.
Op den duur moet de natuurlijke groei van eik, beuk, en berk de bomen, die hier van oorsprong thuishoren, de geïmporteerde grove den vervangen.
Regelmatig wordt er percelen gekapt en uitgedund. De opbrengst van hout was vroeger heel belangrijk. Er werd in het gekapte perceel weer jonge boompjes ingeplant. Dit wordt nu niet meer gedaan. Alles wordt aan de natuur overgelaten. Het gebied bevat ook veel wild. Vooral veel wilde zwijnen komen hier voor en zetten regelmatig hier en daar de bodem open waardoor er weer zaden kunnen ontkiemen.

Een Stief Kwartiertje: Springstof

Uiteraard zullen ze in Klarenbeek last hebben van stikstof, maar dat veroorzaakt niet meer ophef dan een verdwaalde gillende keukenmeid op oudejaarsavond. Nee, het is geen stikstof, maar springstof dat het dorp, dat leeft onder de satanische dampen van Apeldoorn, bezighoudt. Het dorp staat op springen, het explosieve materiaal is onlangs door de gemeenteraad van Apeldoorn aangereikt. De gemeente Apeldoorn moet vuurwerkvrij worden en dat betekent dat volgend jaar ook Klarenbeek goeddeels vuurwerkvrij moet worden verklaard. Goeddeels, want een deel van het grondgebied van Klarenbeek ligt in de gemeente Voorst en dat is een echte plattelandsgemeente, dus voordat de gemeenteraadsleden van Voorst maar durven te overwegen om vuurwerk te verbieden zijn ze massaal afgeschoten, ze kunnen dan letterlijk geen vinger meer naar een verbod uitsteken.

Nu wil het geval dat er in Klarenbeek twee vuurwerkverkooppunten zijn, waarvan er één in de Apeldoornse en één in de Voorster zone ligt. Apeldoorn kan dan verbieden wat ze wil, maar dit is natuurlijk uitermate licht ontvlambaar materiaal. De Klarenbeekers zullen zich niet uit elkaar laten spelen, dus men zal een boekhoudkundige duizendknaller afschieten door de bestellingen in het Apeldoornse dorpsdeel te doen en de levering in het Voorster deel. Maar grover geschut is ook mogelijk en heeft een groter effect: als Apeldoorn vasthoudt aan dit beleid dan zal dat leiden tot het opblazen van de gemeentegrens, waarna deze eenvoudig verlegd kan worden. Eenvoudig vanwege de inmiddels beproefde boerenmethode, dat veel kabaal tot het intrekken van besluiten en het verleggen van grenzen kan leiden. Voor zover Klarenbeek nog niet agrarisch is wordt het dat wel. En Apeldoorn is inmiddels gewaarschuwd, er zijn best veel tractoren in Klarenbeek.

In het licht van de huidige ontwikkelingen in ons landje, die in zeer korte tijd van stikstof naar springstof zijn gegaan, kunnen we stellen dat de ontwikkelingen rondom vuurwerk in Apeldoorn symbool staan voor de groeiende kloof tussen de stad en het platteland, tussen de burger en de boer, tussen drammers en doeners; kortom tussen de dominante grootstedelijke cultuur en het conservatieve platteland van het oude vertrouwde. Net zoals in de afgelopen weken de sympathie samen met de antipathie inzake het boerenprotest over en weer vloog, zo zullen ook de vuurpijlen vliegen, wel of niet verboden. De ‘normale Nederlander’ hoopt op een beschaafde afloop, maar weet ook dat we iets moeten met het vuurwerk en met de agrarische sector; het wordt inleveren.

De Klarenbeekers weten natuurlijk ook wel dat vuurwerk overlast kan veroorzaken bij bepaalde mensen en op bepaalde plaatsen, dus zal het aanwijzen van vuurwerkvrije zones geen enkel probleem zijn. Een algeheel verbod zal echter leiden tot allerlei illegale acties, want het bestoken van het bevoegd gezag met allerlei vuurpijlen en bommen is natuurlijk het ultieme oudejaarsfeest, waarbij zelfs het uitslapen in een politiecel tot een ceremonieel festijn kan worden gerekend.
Plattelanders steken vuurwerk af en bij voorkeur carbid en dat is folklore. Iedereen weet dat vuurwerk en oorverdovend kabaal niet goed zijn voor het milieu, maar zullen de Klarenbeekers zeggen, dat wanneer we alles verbieden wat niet goed is voor het milieu dan kunnen we nog wel even en dan zullen ze zeker de gemeenteraadsleden met hun eigen inconsequenties bestoken.

Het regelen van moeilijke kwesties begint vaak met explosief materiaal, dus springstof: verplaatsing van lucht met veel kabaal en daarna is het puinruimen en opnieuw beginnen.

Desiderius Antidotum

Foi, foi: Slech zien

Un bult mensen maak ut mee as ze older wordt dat ze van lieverlee slechter goat zien. Is un lastig mankement. Gelukkig is d’r tegenwoordig heel wat an te doen. Heel veul mensen wördt an de ogen eholpen as ze staar heb. De techniek is bar veuruut egoan. Vrogger hadden ze hier toch nooit van eheurd. Noe effen noa ut ziekenhuus. De dokters schiet oe un nieuwe lense in ut oge en kloar bi’j weer. Dat geet bienoa altied goed. Ie kunt d’r weer un hele tied tegen. Tegenwoordig kunt ze oe al helpen an nastaar. Dat mot helemoal un fluitjen van un cent wèzen. Beide ogen doet ze dan achtermekare an.
Iemand afkomstig uut disse streek dach op un dag ok dat hee noa ut ziekenhuus mos want ut wörden um wel bar mistig om zich hen. Hee dach dat ut ok staar of zoiets was, maar hee vond ut wel vremp dat ut betrekkelijk bots was op ekommen.
Un paar dagen later ging hee op de fietse vot. De brille op de neuze. Hee marken dat hee veul slechter kon zien. Hee snappen d’r gien mieter van. Ut wörden niet bèter, eerder slechter. Arg mistig en onduudelijk um zich hen.
Dat duren zo drie dagen en hee ging noa de dokter um un verwieskaarte te halen veur de oogarts. De huisdokter wist ut ok niet en verwees um maar deur. D’r mos un afspraak emaak wörden. Umdat ut zo bots was op ekommen dach de dokter an wat anders en deurumme kreeg hee veurrang. Oaver twee dagen kon hee al terechte. Doar was hee blie mee want um alle dagen zo slech te kunnen zien was ok gien pretjen. Gelukkig ontdekken de man op tied zien vergissing anders had hee doar bie die oogarts mooi voor Jan met de korte achternaam estoan…
Wat gebeuren d’r? ’s Oavonds wol zien vrouw wat lèzen en pakken heur brildeuze. Die had dezelfde kleur als heur man. Ze droeg de brille niet vake alleen veur ut lèzen van bladen of un boek. Noe wol ze un boek lèzen en de brille opdoen. Zee zag direct dat d’r un verkeerde brille inzat. Ut was de brille van heur man. Ze riep um en zei: “Noe mo’j toch is kieken. In mien brildeuze zit oe brille, man ie heb mien brille op de neuze. Gien wonder da’j weinig kunt zien. Oe ogen bint heel anders as de miende. Noe zie ik ut ok wel. Man da’j niet in de gaten heb ehad da’j de verkeerde brille op heb”. De man keek verschrik en noe zag hee ut ok wel. Ut was de brille van zien vrouw. Ze leken wel veul op mekare maar ut verschil was duudelijk te zien. Hee pakken dadelijk zien eigen brille an en verduld de luch kloaren dadelijk weer op. Weg waren de klachten van mist en andere narigheid. “Wat bin ik doar blie mee”, zei hee nog, “foi wat stom van mien. Gelukkig is ut niet arnstig. Ik kan weer alles zien”.
Ut is niet bekend wat de man tegen de secretaresse van de oogarts hef ezeg dat de afspraak niet deur ging. Hee zal wel un mooi smoesjes hebben ehad.

Goed goan,
Martien,
De Platschriever uut Loenen

‘De piene en ut hartzeer geet oaver, maar un lidteken blif’

Week van het Donorregister

GELDERLAND – Sinds het aannemen van de nieuwe donorwet in februari 2018, hebben 508.000 personen hun keuze ingevuld. Dit is mooi, maar nog niet genoeg. Tijdens de Week van het Donorregister, van 21 tot en met27 oktober, informeert en motiveert het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Nederlanders hun keuze in te vullen in het Donorregister. De week staat in het teken van de nieuwe donorwet die op 1 juli 2020 ingaat. In de nieuwe wet is bepaald dat iedereen die in Nederland woont en ouder is dan 18 jaar vanaf die datum in het Donorregister komt.

Om de Nederlanders die nog niet in het Donorregister staan te informeren en motiveren hun keuze in te vullen, gaan voorlichtingsteams van de Week van het Donorregister tot de ingang van de donorwet op 1 juli door heel Nederland de straat op. Daarnaast vinden er in zo’n 70 ziekenhuizen activiteiten plaats en is de campagne zichtbaar op radio, televisie en in en op vervoersmiddelen zoals bussen en vrachtwagens. De Week van het Donorregister is onderdeel van de voorlichtingscampagne ‘Het nieuwe Donorregister’ van het ministerie van VWS.

“1 juli 2020 komt steeds dichterbij, maar nog lang niet alle Nederlanders hebben hun keuze ingevuld in het Donorregister”, aldus de minister van medische zorg Bruno Bruins. “Daarom vraag ik iedereen na te denken over orgaandonatie en hun keuze in te vullen. Ook is het belangrijk met je naasten te praten over jouw keuze in het Donorregister. Op dit moment zijn er dagelijks situaties waarbij nabestaanden bij plotseling overlijden van een naaste, niet weten of iemand organen wil afstaan. Of je wel of geen toestemming geeft, is een persoonlijke afweging. Het is een moeilijk onderwerp, maar het is belangrijk dat iedereen hier goed over nadenkt en de keuze voor 1 juli 2020 invult op donorregister.nl. Want als je niets doet, komt in het Donorregister te staan dat je geen bezwaar hebt tegen orgaandonatie”, aldus minister Bruins.

De voorlichtingsteams die vanaf de Week van het Donorregister de straat op gaan, zijn te herkennen aan roze shirts. De teams beantwoorden vragen over de nieuwe donorwet, zoals wat ‘geen bezwaar tegen orgaandonatie’ betekent. Dit helpt mensen die nog moeten beslissen over hun keuze in het Donorregister. Vanaf vandaag is ook de nieuwe Tv-commercial te zien over het nieuwe Donorregister.

Onder Ons Dieren winnaar Landelijke Kegelcompetitie

DIEREN – Op zondag 20 oktober werd de laatste wedstrijd gegooid voor divisie 5 van de Landelijke Competitie van de Koninklijke Nederlandse Kegelbond (KNKB). Onder Ons Dieren pakte de eindoverwinning.

Het hele jaar hebben 6 teams uit Nijmegen, Winterswijk (2), Brummen (2) en Dieren een onderlinge strijd gestreden. Helaas heeft halverwege het seizoen een team Doesburg afgehaakt. Bij het ingaan van de laatste wedstrijd was het eigenlijk al wel duidelijk wie de nummers 1 en 2 zouden worden. Onder Ons Dieren had al 46 wedstrijdpunten en stond daarmee 5 punten voor op GZU Brummen. De wedstrijd om de 3e en 4e plaats was daarentegen spannender. Entre Nous Brummen had 25 wedstrijdpunten en ONA Winterswijk 24,5. Dat halve puntje zou daarmee de inzet worden van deze laatste wedstrijd.

Op de eigen banen van het Kegelhuis Dieren is Onder Ons Dieren geen moment in de problemen gekomen. Met 1401 hout wisten zij de 7 wedstrijdpunten in de wacht te slepen en stelden daarmee het kampioenschap in divisie 5 veilig. GZU Brummen had wat meer moeite op de banen in Dieren. Zij moesten met 1270 hout genoegen nemen met de 4e plaats. De 4 wedstrijdpunten die ze daarmee behaalden was voldoende voor de 2e plaats in de eindklassering van het seizoen.
Zoals verwacht ging de strijd tussen Entre Nous Brummen en ONA Winterswijk. Beide teams hebben hun uiterste kunnen getoond wat resulteerde in een spannende strijd. Na de laatst gegooide bal bleek dat beide teams met exact 1274 hout van de baan kwamen. Daarmee behaalden ze beiden 5,5 wedstrijdpunt. Het is ONA Winterswijk daarmee niet gelukt om de 3e plaats op de eindklassering te bemachtigen. De deelnemers van Entre Nous Brummen kregen daarmee de bronzen medaille omgehangen.

Foto: Van links naar rechts GZU Brummen de 2e prijs winnaars, Onder Ons Dieren de 1e prijs winnaars en Entre Nous Brummen de 3e prijs winnaars

Retrospectief: Kruidenier Albino

Deze week kijken we naar een plaatje uit 1935. We zien kruidenier J. van Someren samen met zijn medewerksters in zijn winkel aan de Kerkstraat 11 in Dieren. Overigens noemde hij zich zelf in die tijd ‘leverancier van koloniale waren’. Opvallend op de foto is het grote assortiment conserven in de winkel, waar de meer traditionele kruidenier – beide branches liepen in de regel door elkaar – vooral ook losse waren verkocht, uit grote blikken geschept in papieren zakken.

Van Someren was in die tijd filiaalhouder van de Albino organisatie, een handelsorganisatie van het toen al grote Unilever. Albino was een grootverwerker van koloniale grutters- en overige kruidenierswaren uit Groningen. Ook was er een koffiebranderij en werd likeur gestookt. ‘Wij hebben een reuzen-omzet, zooals geen andere Nederlansche firma kan aanwijzen. Ieder, groot en klein, noemt steeds Albino fijn’, was hun slogan in die tijd.

Rond 1900 verliep de afzet van hun spullen in ruim 100 kruidenierswinkels. Het bedrijf breidde vervolgens uit. In 1935 waren er meer dan 250 aangesloten zaken in Nederland. Op de prijslijst – zo wordt verteld uit overlevering – werd een aantal artikelen met een kruisje gemerkt. Deze werden niet geleverd in de plaatsen waar een Keuringsdienst van Waren bestond, omdat ze mijt bevatten, muf smaakten of van inferieure kwaliteit waren.
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam het bedrijf tot stilstand. Er was amper iets te kopen en verkopen en in 1946 volgde liquidatie. Zo’n 70 overgebleven winkels werden door Unilever verkocht aan particulieren. Het Dierense filiaal was er daar één van en Van Someren ging na de oorlog als zelfstandig kruidenier verder. In 1959 hield hij daarmee op. In het pand vestigde zich vervolgens Toon Hulshof met zijn zuivelhandel.

Dieren telde in 1935, toen deze foto werd gemaakt, veertien kruideniers op een inwonertal van ongeveer 4.000. Landelijke cijfers tonen aan dat in 1930 elke kruidenier gemiddeld 270 inwoners bediende. In 2000 – kruideniers waren toen supermarkten geworden – bediende iedere winkel 2.833 inwoners. Dieren telt tegenwoordig zes supermarkten, maar die bedienen ook de inwoners van Spankeren, Laag-Soeren en Ellecom, waar alle kruideniers ook al lang verdwenen zijn.

Foi, foi: Ophokplicht

D’r bint mensen die nemp sommige veurschriften al te letterlijk. Van de oaverheid krig un mense tegenwoordig zoveul wetten en veurschriften da’j hoast niet meer weet wat noe eigenlijk nog wel mag. Tegenwoordig bemuuit Brussel zich ook al veul te veul met onze regels. Dit mot en dit mot. Veural de boeren heb d’r un bult last van. D’r komp steeds meer veurschriften.
Een van de oaverdreven regels was un tiedje elejen ut veurschrift van de minister um de kippen, watervogels en alles wat veren had binnen te hollen. De ophokplicht dus. Veul luu zaten d’r mee. A’j anderhalve kippe heb dan geet dan nog wel maar bie ung grote koppel wördt dat heel anders. Ut kost dan nog wel un bitjen geld um alles af te dekken. Want dat mos van de minister. De dieren in ut hok hollen of ut rennetje afdekken.
Ut volgende verhaaltjen geet oaver un koppeltje kippen en de familie die ze mos verzorgen. De vrouw nam de ophokplicht un bitjen al te letterlijk. Mo’j maar is heuren wat zee hef belèèf
De beestjes, un stuk of zes bruune Barnevelders, hadden bie de luu un merakel goed lèven. Alles op tied; voer en schoon, helder water. De kippetjes waren d’r goed tevrèden oaver en belonen de familie dan ok deur dagelijks mooie bruune eitjes te leggen.
Op un dat ging de vrouw ’s middags noa ut boodschappen doen effen noa de kippen um ze körsies old brood in ut hok te gooien. Zee wol ze un bitjen verwennen want met die ophokplicht hadden de diertjes ut niet best. Zee wol meteen de eitjes uuthalen, maar verduld doar kwamen de nieuwsgierige kippen in de deuropening. Gauw trok zee de deure dichte en viel in ut slot. Un paar keer trappen zee tegen de deure maar hee ging niet meer lös. Integendeel de deur ging nog vaster in ut slot zitten. Wat noe te doen? Doar zat zee midden op de middag vaste in ut kippenhok. Zee bedacht dat ut wel un paar uur kon duren veurdat heur man thuus kwam, maar ze wonen in un dubbel huus dus de kans bestond dat de buurman of buurvrouw noa buuten zollen kommen. Wachen, wachen en maar loeren deur dat luuksien hen. En ja heur zee had bar geluk. Noa un half uur kwam de buurman noa buuten. Zee blèren en rèren: “buurman, buurman, buurman…” De man schrok d’r wel van maar wist eerst niet woar ut vandan kwam. Zee zei: “Ik zit hier op esloaten in ut kippenhok”. Gelukkig, de man heuren ut en kwam richting kippenhok en deed rap de deure van de knippe. Heerlijk weer frisse lucht. Wat was zee blie, zee had de buurman wel un de nekke willen vliegen maar hield ut toch rustig. Zee had un half uur in ut hok ezèten maar ut leek wel un halve dag. Heur man, die d’r later natuurlijk bar umme mos lachen, mos ’s oavonds direct un ander slot op de deure maken want zee vuulen niks veur un nieuwe ophokplicht…

Goed goan,
Martien,
de Platschriever uut Loenen

‘Kleine dingen kunt anderen geluk geven’

Een Stief Kwartiertje: Zelfredzaamheid!!

Wanneer u een arme sloeber bent die vanwege allerlei ongemakken of gebreken maatschappelijk ondersteund moet worden en mede daardoor ook nog afhankelijk bent geworden van jeugdzorg en daarnaast ook nog in de gemeente Rheden woonachtig bent, dan bent u het ideale gezinssysteem dat in staat moet worden gesteld om de financiële problemen van de gemeente op te lossen; als het even kan zonder al te veel hulp. Lukt het u dan bent u maatschappelijk gereïntegreerd en is de gemeente u veel dank verschuldigd. U bent dan zelfredzaam, sterker nog, u bent de gemeentelijke hulpverlener geworden. Zelfredzaamheid is de redding van de gemeentelijke zorg. Zelfredzaamheid is de Rhedense vorm van zoek het zelf maar uit.

De mensen, die aangewezen zijn op de WMO (Wet Maatschappelijk Ondersteuning) en/of bijstand ontvangen of door allerlei omstandigheden werkloos zijn en dat waarschijnlijk blijven, alsmede mensen die jeugdzorg hebben om de opvoeding en zichzelf overeind te houden, moeten gezamenlijk het gat van drieënhalf miljoen euro zien te dichten. Een hele kluif voor mensen met afstand tot de samenleving.
Wanneer u tot de doelgroep behoort, die de gemeente moet helpen en u vreest dat u het moeilijke traject niet zult volbrengen, want u heeft al genoeg zorgen aan uw hoofd en kunt die van de gemeente er eigenlijk niet bij hebben, dan kunt u overwegen te verhuizen naar Doesburg. Brummen is geen optie, want daar heeft het gemeentebestuur zelf zoveel maatschappelijke ondersteuning nodig om overeind te blijven, laat staan zelfredzaam te zijn, dat alles er onzeker is, dus dat raad ik u niet aan. Daar komt bij dat de gemeente Brummen zelf als arme sloeber aangemerkt kan worden.

Doesburg is stabiel, de begroting is op orde, er zit wat vet op de botten en met een behoorlijke voorraad in de kelder komen ze daar de winter wel door. Het Hanzestadje is de laatste decennia altijd neergezet als armoedzaaier, die overal hulp vroeg maar nergens kreeg, maar die zich nu op eigen kracht uit de financiële sores heeft geworsteld. Uiteraard heeft het rijk de gemeentepot gespekt, maar dat is bij alle andere gemeenten ook het geval. Doesburg is zelfredzaam, het heeft zichzelf als een ware Baron van Munchhausen aan de haren uit de stadsgracht getrokken.
Doesburg heeft geen tekorten op het sociale domein, heeft zelfs reserves om de binnenstad te renoveren en wil het allemaal heel duurzaam doen, te beginnen met de roeken. De roeken gaan symbool staan voor de succesvolle aanpak van de sociale problematiek. De roeken geven overlast zoals veel arme sloebers, ze maken lawaai en rotzooi, ze zijn een last voor de samenleving. Doesburg gaat ze diervriendelijk verjagen, dat wil zeggen ze gaan de stadsrand als een aantrekkelijk woon- en leefgebied aankleden en de vogels verleiden te verhuizen. Het gaat op een diervriendelijke manier.

Nu zult u zeggen dat dit feitelijk een oude en beproefde methode is om arme sloebers, vroeger aangeduid als asocialen, naar de randen van de stad of het dorp te verbannen, maar door het verblijf aldaar aantrekkelijk te maken en mensen weer perspectief te bieden, kortom, door het op een mensvriendelijke manier te doen, moet het lukken dat mensen hun eigen plek in de samenleving vinden. Roeken leven in een kolonie net als de meeste mensen.
Rheden zegt dat de arme sloebers de belangrijkste veroorzakers zijn van de financiële problemen en dus zijn zij ook de eerst aangewezenen om de zaak op te lossen. Zo wordt Rheden zelfredzaam.

Desiderius Antidotum