Home / Tag Archives: Alle-Regiobode (page 20)

Tag Archives: Alle-Regiobode

Retrospectief: Eerbeek had eeuwen geleden al crematorium

De plek waar nu de begraafplaats is aan de Coldenhovenseweg in Eerbeek moet vroeger, zo’n twintig eeuwen geleden, de plaats zijn geweest waar rondtrekkende stammen hun overledenen verbrandden. Deze conclusie werd al in 1931 getrokken uit vondsten die toen werden gedaan bij het afgraven van een heuveltje op deze plek. Het was een zuivere toevalstreffer.
Aan het begin van de vorige eeuw waren mannen aan de Coldenhovenseweg met schoppen bezig aan het afgraven van een heuveltje voor de bouw van een pand. Na ongeveer 25 centimeter diepte ontdekte men grote stukken oer. Ze waren soms wel dertig kilo zwaar. Ze lagen in kringen op elkaar gestapeld. Tussen de stenen lag een grote hoeveelheid as en in het midden van de kring werden scherven aangetroffen. Tussen de scherven lagen resten van half verbrande beenderen. Er was geen twijfel mogelijk het waren menselijke resten.
Het was de mannen duidelijk dat ze waren gestuit op een plek van historische waarde waar mensen uit lang vervlogen eeuwen hun overledenen hadden verbrand en begraven. De hulp werd ingeroepen van twee amateur-archeologen, genaamd Dekker en Grizell. Het tweetal speurde de gehele verhoging na op eventuele bijzonderheden. In de directe omgeving van de eerste vondst troffen ze nog een tiental graf- of crematieheuvels aan, allemaal afgezet met stukken oer. De urnen verkeerden allemaal in dezelfde staat. Bij de minste aanraking vielen ze uit elkaar.
Deskundige dr. Braat kwam op verzoek van de archeologen naar Eerbeek om de vindplaats verder te onderzoeken. Hij kwam in 1931 tot de conclusie dat het hier een begraafplaats betrof van een stam die langs de IJssel rond had getrokken.
Het is opmerkelijk dat op de plaats waar zoveel eeuwen geleden de doden hun laatste rustplaats vonden, ook nu, in de 21 ste eeuw, een begraafplaats is gevestigd. De kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde gemeente kreeg in 1873 toestemming om dit kerkhof aan te leggen. Het stuk grond werd bestemd om overledenen, zonder onderscheid van godsdienstige gezindte, te begraven. Voorheen moesten de inwoners van de buurtschappen Eerbeek en Coldenhove hun overledenen in Hall begraven. Een uitzondering werd nog enige jaren gemaakt met de lichamen van misdadigers, zelfmoordenaars en en zwervers. Die werden tot 1887 begraven aan de schaduwkant van de Hallse kerk. Vandaar dat men in Hall bij een begrafenis uit Eerbeek wel eens zei: “Er komt niet veel goeds over de brug!”
Het oudste graf op de Eerbeekse begraafplaats dateert van 1878. Het kerkhof werd in 1943 uitgebreid en in 1975 kwam er een aula. Ruim een halve eeuw was de Hervormde gemeente eigenaar, later ging het beheer over naar de gemeente Brummen.

Een Stief Kwartiertje: Profijtelijk polderen

We zouden het de grootste uitdaging kunnen noemen voor het nieuwe decennium, maar zijn we in een minder optimistische bui dan kunnen we het ook als ons grootste probleem definiëren. Ons leefgebied, de Veluwezoom, maar in feite de hele Veluwe, wordt steeds populairder, want het aantal bezoekers stijgt fors en daarmee ook de attracties inclusief overnachtingen. Daardoor kampen we steeds vaker met de vraag, of liever geraken we in een tweespalt, of we deze ontwikkeling moeten koesteren of dat we deze bedreiging te lijf moeten gaan. De voorstanders zullen het als een vooruitgang beschouwen want groei wordt door hen beschouwd als de weg naar luilekkerland, terwijl de tegenstanders deze zullen bestempelen als de zoveelste aanslag op het landschap.

De gemeente Brummen is zo armzalig aangekleed als een sparrenbos waar de dennenscheerder een tijdje gerecreëerd heeft en daarom heeft het de toeristenbelasting sterk verhoogd, waardoor het nu met enige berusting kan zeggen dat hoe meer belasting er op het landschap drukt des te meer belasting komt er in de gemeentekas. Uiteraard verkondigt het gemeentehuis dat ze de kool en de geit zullen sparen, maar cynici vragen zich af wie er het eerst gegeten wordt.

In De Steeg vindt men dat we gewoon moeten voortbouwen, zeker nu het weer kan. Het vervallen Rhederhof aan de Veluwezoom in Rheden moet weer in volle glorie herrijzen en dat herrijzen moeten we letterlijk zien, want er worden drie flats gebouwd die wellicht hoger zijn dan de stuwwallen waar ze tegenaan gebouwd worden. Men verwacht dat de vele bomen in de omgeving genoeg stikstof kunnen opnemen en op hun beurt voldoende zuurstof leveren zodat de mens er kan leven.
In Spankeren zoekt men het nog hogerop. Daar wil men twee windmolens plaatsen omdat de energievoorziening van de centrale overheid overgedragen wordt aan bedrijven, boeren, burgers en buitenlui, allemaal in het kader van de Regionale Energiestrategie. Deze prachtige kreet betekent dat elke gemeente energieneutraal moet worden en dat moet afzonderlijk of gezamenlijk opgelost worden, waarbij de grootste uitdaging, of zo u wilt probleem, zal zijn dat de steden geen ruimte hebben voor windmolens en zonneparken en dat die derhalve aangewezen zijn op het omliggende platteland en……. waarbij de natuur ontzien moet worden. Dat is een probleem, zegt de een, maar we moeten het een uitdaging noemen, zegt de ander.

Zijn we nog in staat om tot compromissen te komen waarmee iedereen kan leven, oftewel kunnen we polderen op de stuwwallen? Dat wordt een boeiend proces, want u weet hoe een polder zich tot een stuwwal verhoudt. Het wordt dus weer het bekende krachtenspel tussen economie en ecologie en wat dat betekent voor de aanstaande ontwikkelingen op het gebied van onze energievoorziening. Gaan we de Veluwezoom volbouwen met flats en vakantieparken tussen de windmolens en zonneparken, die we over een tiental jaren weer moeten afbreken omdat we dan voldoende waterstof produceren of polderen we net zolang door tot de waterstof tegen de stuwwallen klotst?
Het zal waarschijnlijk profijtelijk polderen worden en ik noem dat gemakshalve de Shell-methode. Die houdt in dat we heel hard roepen dat we hard moeten werken aan de alternatieve energiebronnen, maar onderwijl nog harder lobbyen om de fossiele brandstoffen aan de man te brengen, want zolang die er zijn levert dat harde pecunia op. Kortom, het probleem blijft een uitdaging, maar zo u wilt, andersom kan ook.

Desiderius Antidotum

Business & Shopping: Neijenhuis Schoen- en sleutelservice Velp heropend en klaar voor de toekomst

VELP – Met drie generaties schoenmakers is Neijenhuis Schoenservice al sinds 1943 een begrip in Velp. Na een rigoureuze verbouwing openden zij op 25 januari de deuren van de geheel vernieuwde winkel.

“Er is geen stopcontact blijven zitten”, vertelt Edward Neijenhuis. “Een hele nieuwe opzet was echt nodig om onze diensten beter te kunnen presenteren. Aangezien schoenreparatie nog steeds de belangrijkste tak is binnen ons bedrijf, neemt de sleutelhoek een prominente plek in. Neijenhuis Schoenservice aan de Oranjestraat 1B dupliceert bijna alle sleutels. Ook autosleutels voorzien van een chip. Ook de presentatie van de comfortschoenen was niet meer van deze tijd.” Ook was de verbouwing een mooie kans voor om op energiegebied met de tijd mee te gaan. “We hebben bewust gekozen voor duurzame maatregelen, dat is de toekomst. De apparaten zijn gereviseerd en het pand is volledig gasloos.”
Een reden voor de verbouwing was de toenemende vraag naar comfort, wandel- en vrijetijdschoenen. Met merken als Finn Comfort en Lomer heeft Neijenhuis een uitgebreid assortiment dat in de vernieuwde winkel een mooie prominente plek heeft gekregen.
Naast schoenen is er veel meer te koop bij Neijenhuis. Van veters tot autosleutels en van inlegzolen tot compressiekousen. Dat laatstgenoemde is in Nederland nog niet zo bekend. “In het buitenland zijn compressiekousen veel populairder en wordt het veelvuldig gebruikt door sporters om het herstel te bevorderen. Ook voor mensen die last hebben van vermoeide benen kan het een uitkomst zijn”, aldus Edward.

Edward is naast schoenmaker ook podoloog en een expert op het gebied van inlegzolen. “Voor de eerstegraads voetklachten hebben wij een breed aanbod aan kant-en-klare inlegzolen, als dat onvoldoende resultaat geeft kan ik zooltjes aanmeten.”
De winkel moest in totaal drie weken dicht om de verbouwing te realiseren. Dat kon helaas niet anders. Na de opening was het wel gelijk enorm druk. Er kwamen zo veel klanten voor reparaties, het kopen van schoenen en veters, dat er veel deur sloten inmeten even naar achter worden geschoven. “Ook tijdens de opening op zaterdag werden wij overvallen door de enorme aanloop. Er waren meer dan 300 mensen en dat hadden wij niet durven hopen. Een barista maakte de heerlijkste koffie geserveerd met een hartig hapje. Hartverwarmend om te zien dat al die mensen de moeite hebben genomen om te komen”, aldus de trotse schoenmaker.

Business & Shopping: The Travel Club Eerbeek laat reisdromen uitkomen

EERBEEK – Het uitzoeken en de juiste keuze maken bij het zoeken naar een leuke vakantie vergt vaak veel tijd. Esther van Loenen is persoonlijk reisadviseur van haar eigen reisbureau The Travel Club Eerbeek en staat vanaf 2 februari klaar om klanten alle zorgen uit handen te nemen en de ideale vakantie samen te stellen.

Esther van Loenen werkt al zo’n 20 jaar in de reiswereld. Ook woonde zij ook een tijdje in Oostenrijk en Amerika. “Hierdoor heb ik veel ervaring opgedaan en dat heeft nu geresulteerd in mijn eigen reisbureau. Als persoonlijk reisadviseur kan ik samen met u de ideale vakantie samenstellen en reserveren.” Esther wilde haar eigen reisbureau beginnen omdat zij haar klanten de volledige service wil bieden. Geen boekingen via hoofdkantoren en contact binnen kantooruren. “The Travel Club Eerbeek is 7 dagen per week bereikbaar, ook in de avonduren. Ik kom bij de mensen thuis, maar ze zijn ook welkom bij mij op kantoor.”
In tegenstelling tot wat veel mensen zullen denken zijn er geen extra kosten verbonden aan het boeken via een zelfstandig reisadviseur. “De reis heeft dezelfde prijs als de reis op internet. De klant krijgt daar extra service en advies bij.” De service van het Esther gaat verder dan alleen het regelen van de reis. Ook tijdens de reis kunnen klanten, mocht dat nodig zijn, rekenen op de hulp van The Travel Club Eerbeek.

Persoonlijke aandacht en hoge service zijn erg belangrijk voor Esther. “Ik ontzorg u graag met al uw wensen op vakantiegebied. Bespaar uzelf tijd en ergernis en schakel de hulp in van uw persoonlijk reisadviseur. U kunt mij altijd bereiken zonder wachttijden. Een vast aanspreekpunt die begrijpt wat uw wensen zijn. Veel bestemmingen heb ik zelf bezocht. Van weekendje weg tot wereldreis; u krijgt van mij altijd het beste reisadvies.”
The Travel Club Eerbeek werkt samen met reisaanbieders in Nederland, België en Duitsland. De klant profiteert van de zekerheden van ANVR, SGR & Calamiteitenfonds. Een objectieve en onafhankelijke prijsvergelijking en tips & voorpret via de gratis app behoren tot de standaard service. “U kunt ook online boeken mét de vertrouwde service en afhandeling door The Travel Club Eerbeek.”

www.thetravelclubeerbeek.nl

Rick Evers: De gin-tonic-man

Als er één hype aan mij voorbij is gegaan is dat de gin-tonic-hype. Ik hoorde iedereen om me heen het drankje wel bestellen, maar ik voelde nooit de behoefte om dat zelf ook te doen. Net als tomatensap in het vliegtuig. Of thee om drie uur ‘s middags. Als mijn collega’s zeggen: “zullen we een theetje doen”, doe ik altijd net of ik ze niet hoor.

Wie ik wel hoorde, was de gin-tonic-man in de slijter. Hij had zijn eigen marktkraampje midden in de winkel en iedereen die binnenkwam kon rekenen op een overdreven vriendelijke begroeting. En of ik misschien zin had in een glaasje gin-tonic. “Gewoon een klein proeverijtje”. Eigenlijk had ik haast, maar ik dacht: niet zo moeilijk doen Evers, tik dat glaasje weg, dan is die man ook weer blij.

Niet dus. De gin-tonic-man greep zijn kans en ging helemaal los. Niks plastic proefbekertje, maar een fors glas, een scheut gin, tonic en ijs. En net toen ik dacht: kom hier met dat glas, moest er nog een minuscuul sinaasappelschilletje in en twee koffieboontjes. Al weet ik niet zeker of het koffieboontjes waren. Het kunnen ook konijnenkeuteltjes geweest zijn.

Eindelijk kreeg ik het glas en kon ik door met waar ik voor kwam: het uitzoeken van een aantal speciaalbiertjes. De gin-tonic-man liep achter me aan naar de afdeling speciaalbier. Ik begreep de hint. Ik moest natuurlijk zeggen dat het lekker was. Vooruit dan maar. “Ja, goed is-ie hè”, reageerde hij. “Meestal blend de gin teveel in met de tonic, maar deze blijft overeind. Dat proef je echt.”

Ik proefde niets bijzonders. Water met een smaakje. Een boel gedoe om niets wat mij betreft. Ik nam nog een slok en gaf de rest aan hem terug. Het enthousiasme van de gin-tonic-man was bewonderenswaardig, maar ik wilde ineens heel graag weg. Een theetje doen desnoods.

Tanja Klip-Martin stopt als dijkgraaf

REGIO – Dijkgraaf Tanja Klip-Martin legt per 1 augustus 2020 haar ambt als dijkgraaf van Waterschap Vallei en Veluwe neer. Zij stuurde op 24 december 2019 haar verzoek om ontslag aan de Koning. Het Algemeen Bestuur van Waterschap Vallei en Veluwe is aan zet om een opvolger te vinden.

In augustus 2020 is het Algemeen Bestuur van Waterschap Vallei en Veluwe een kleine anderhalf jaar in functie, Voor de dijkgraaf een passend moment om als dijkgraaf afscheid te nemen. Tanja Klip-Martin: “Dit besluit is gebaseerd op ratio. Gevoelsmatig voelt het anders. Dijkgraaf zijn van dit waterschap is de mooiste baan die je je kunt voorstellen. Maar 66 jaar is een mooie leeftijd om ook meer tijd te gaan hebben voor andere zaken in het leven. Ik ben trots op het waterbeheer in Nederland en zeker op dat van ons waterschap. De grote kennis en kunde, het langetermijndenken, het innovatieve lef en de uitvoeringspraktijk maken de waterschappen tot een fantastische omgeving om in te mogen werken.”
Tanja Klip-Martin blijft dijkgraaf tot 1 augustus 2020. Zij werd op 1 maart 2013 benoemd tot dijkgraaf door Koningin Beatrix en is daarmee een kleine zeven en een half jaar dijkgraaf van Waterschap Vallei en Veluwe. Zij blijft tot aan het eind van haar benoemingsperiode medio 2023 lid van de Eerste Kamer.

Rick Evers: Broccolisoep

Het leuke van op bezoek gaan bij iemand is dat je nog wel eens ideetjes opdoet. De ene keer is dat een muur die in een fantastische kleur is geschilderd, de andere keer heeft iemand geweldige planten in de tuin staan en bij weer een andere keer krijg je broccolisoep voorgeschoteld. Zelfgemaakte broccolisoep.

Ik vind het lef hebben. Als wij zelf bezoek krijgen, durf ik nooit verder te gaan dan een schaaltje met Tucjes, M&M’s en paprikachips. Behalve vorige week. Voor het eerst had ik naast onze gebruikelijke visitesnacks ook een emmertje met kleine groentes gekocht. Komkommers, tomaatjes en paprika’s in miniformaat. Mijn vrouw vroeg of het wel goed met me ging. Maar de visite at het zowaar op.

Het was me al vaker opgevallen dat de gezondheidstrend zich ook doorzet naar de borreltafel. Toen ik zelf nog klein was en met mijn ouders meeging op visite, stonden er nog glaasjes met sigaretten op tafel. Zo zal het ook gaan met de huidige zoutjes en zoetigheid. Mijn kinderen vertellen later aan hun kinderen dat er in 2020 nog gewoon paprikachips op tafel stonden.

Wen er maar aan. Zoet en zout is het nieuwe roken. We halen straks alle hapjes uit de groentelade. Naast minikomkommers, minitomaatjes en minipaprika’s zijn er dan ook kleine courgettes, baby pastinaakjes en mini bloemkooltjes. De toastjes vervangen we door blaadjes sla en de M&M’s door radijsjes. En bier? Uiteraard nemen we er ook een lekker nul-punt-nulletje bij.

En ik weet het. Het lijkt gek. Maar dat dacht ik ook van de broccolisoep die ik kreeg. Hoezo broccolisoep? Ik wilde kaasvlinders, Dorito’s en chocoladerozijnen. Maar na één hapje van de zelfgemaakte soep was ik om. Morgen koop ik een staafmixer en iedereen die voortaan bij ons op bezoek komt mag proeven van mijn heerlijke zelfgemaakte broccolisoep.

Retrospectief: Hotel bij tramstation Velp

Drie heren genieten van een biertje op een terras bij het tramstation in Velp. De ober staat op de achtergrond en allen kijken naar de fotograaf. Het is een prent gemaakt rond 1910 en in die tijd ging het maken van een foto ietwat omstandiger dan heden ten dagen. De camera stond op een zwaar houten statief, het toestel zelf was een soort van houten kist met een balg en de fotograaf dook met zijn hoofd onder een zwarte lap om scherp te kunnen stellen. De kleinere balgcamera bestond in die tijd al wel, maar veel fotografen die voor ansichtkaarten op stap waren, werkten nog met de oudere techniek. Het spreekt dus voor zich dat de fotograaf aandacht trok.

Wie de mannen op het terras zijn, is niet bekend. Ze zitten in ieder geval op het terras van het hotel-restaurant dat onder twee namen bekend is geworden: als Hotel Tramstation en als het Oranjehotel. Het laatste was de officiële naam, maar uitbater en eigenaar G.W.A. Bongers gebruikte zelf liever de naam Hotel Tramstation voor zijn in 1907 gestichte bedrijf. We lezen het ook in een advertentie in een uitgave van de ANWB uit die tijd, waar Bongers zijn ‘Hotel Tramstation Velp’ aanprijsde met de toevoeging: ‘Met grooten lommerrijken Tuin, ruime Muziektent, Eetzaal, Kegelbanen enz.’
Tramstation was dan ook meer dan alleen een pleisterplaats, zoals de activiteiten hiervoor al aangeeft. En de naam dekt ook de lading, want het lag aan de Zutphensestraatweg, bij het tramstation.

Dat station in Velp lag op de plek van het huidige Esso tankstation en was een drukke overstapplaats. Het was het eindpunt van de in 1887 geopende tramlijn Dieren-Velp. Wie daarna door naar Arnhem wilde reizen, moest in Velp overstappen op de paardentram naar Arnhem. De GSM hanteerde een spoorbreedte van 750 mm en de Arnhemse trams de standaard spoorwijdte van 1435 mm. Pas in 1912 werd dat aangepast en konden de GSM-trams doorrijden tot aan Arnhem Velperpoort. De tramlijn Dieren-Velp werd in 1939 opgebroken, de Arnhemse trams reden nog tot 18 september 1944 tot in Velp.
Hotel Tramstation was toen al weer gesloopt. Dat gebeurd in 1930.

Kaarten bij ‘t Anker

EERBEEK – Kaartclub ‘t Anker komt zaterdag 8 februari bijeen voor de zesde ronde klaverjassen en jokeren. Er wordt vanaf 14.00 uur gespeeld in het gebouw van de duivensport aan de Händelstraat in Eerbeek.

Foi, Foi: Roddelen

Ut is bekend dat veural vrouwen as ze bie mekare bint aardig wat weet te vertellen oaver anderen. Dat geet veural zo in de darpen, want doar wördt alles verteld wat d’r is gebeurd maar ok wat d’r(denk ze) geet gebeuren. D’r is altied trammelant.
Mo’j is heuren wat mien pas elejen nog is verteld oaver un groep vrouwen in een van de buurtdarpen… In sommige buurten is het nog de olde gewoonte om kroamvisite te hollen. Ze nuump dit ok wel kroamschudden. Maak niet uut hoe ut enuump wördt, ut is gezellig veur de vrouwluu. In de buurte van Marie was pas elejen un kleinen geboren. De buurte maak zich druk met un wiege, un ooievaar en nog meer spektakel in de tuin. Ja, dat doet ze tegenwoordig wel meer. Ut is gezellig en met mekare ku’j dat zo versieren. Ut was un jongetje. Tegenwoordig mot dat allemoal van die aparte namen wèzen. Soms heel olderwets met Jan of Kees maar meestal un naam die op zien engels wördt uut esproaken. Dit keer heten ut jongetje Kay.
Maar d’r mos natuurlijk ok un oavondje kommen woarbie alle buurvrouwen wörden uuteneudigd. Keerls mochten niet meekommen. Zo was dat nu de gewoonte en ut jonge echtpaar hiel zich doar ok an.
D’r wörden un doatum uut ekoazen dat alle vrouwen konden kommen. De vrouwen verheugen zich doar arg op, want ut is op zo’n kroamvisite altijd arg gezellig en ie heurt nog is wat. Iedereen bracht wat mee veur de baby. Ut kind kon wel drie keer daags wat anders an kriegen. Un hele stapel kwam d’r binnen. De jonge moeder was d’r arg blie mee.
De jonge olders hadden ok al krentestoete ekregen. In veul buurten is ut de gewoonte zo’n groot krentenbrood, van ongeveer een meter, te geven, ok wel kroambrood enuump. De oavond begon dus met koffie (of thee) met kroambrood met roombotter d’r op. Sjonge, sjonge, wat wörden d’r veul eproat. De een wist nog meer nieuwtjes as de ander.Vake geet dat oaver ziekten want in iedere familie is d’r wel wat an de hand. Marie had de oren goed lös want zee was arg tuk op nieuwtjes. Niet alleen um te weten maar ok um deur te vertellen. Foi, foi, wat gebeuren d’r toch veul. Maar ut viel Marie wel op dat ut veural nieuwtjes waren woarmee de buurvrouwen zaten te pochen. Volgens heur kloppen dat niet allemoal. Ut is niet altied Hosanna…
Marie was getrouwd met Jan die niet mee mocht. Hee zat thuus maar te wachen. Ut wörden maar later en later. Hee snappen d’r niks van. Eindelijk, ut was al knap late, doar kwam Marie anzetten met un rooie kop. Jan mopperen: “Marie weurumme bi’j toch zo late. Ik zag d’r al veul noar huus goan. Weurumme mos ie as laatsen goan?”.
Marie had doar un kloar antwoord op. Ze zei: “Nou Jan, ik marken dat d’r veul nieuwtjes mooi en lilluk wörden verteld over buurvrouwen die krek weggingen. Heel spannend allemoal um dat te heuren. Wat doar allemaail verteld is, dat kan ie hoas niet geleuven!!”.
Jan zei d’r maar niks meer op. Hee kennen zien Marie die toch altied ut laat woord wol hebben en ging eindelijk noa berre..

Goed goan,
Martien, de Platschriever uut Loenen

Niks hoef d’r op un onvriendelijke manier ezeg wörden