Home / Tag Archives: Alle-Regiobode (page 12)

Tag Archives: Alle-Regiobode

Rick Evers: Klein ventje

Week 34 alweer. Tijd om het vluchtkoffertje klaar te zetten. Maar ook tijd om mijn wekelijkse stukje eindelijk eens te schrijven over onze aanstaande baby. Genoeg vrienden afgezeken, voldoende geouwehoerd over vogeltjes, klaar met de coronaverhalen. Het is tijd om het nieuwe leven er eens bij te pakken.

Ons nieuwe leven. En we hebben er zin in. Mijn vrouw niet zozeer in het klusje dat eerst nog even geklaard moet worden, maar wel in wat daarna komen gaat. Ze zeggen dat het prachtig is, maar ook heel vermoeiend. En dat weet ik, want ik heb er al twee. Ik weet dat ik straks geen oog meer dicht doe. Dat ik er zes keer in de nacht uit moet om het speentje weer in zijn mondje te doen. En dat ik na een week niet meer weet of mijn handen nou naar poep of naar billendoekjes ruiken.

En toch geeft het allemaal niets, want we krijgen een baby. Ik hoop met van die mollige armpjes waarbij het net lijkt alsof ie elastiekjes om zijn polsen heeft. En dan lekker samen in bad, zijn haartjes wassen met Zwitsal en hem dan knuffelen en kietelen tijdens het afdrogen. Dan de slaapzak aan, speentje in en nog even kijken naar de dierenposters op de muur voordat we een slaapliedje gaan zingen.

Jezus wat heb ik er zin in. Is het al zover? Nee, nog steeds week 34. Tijd gaat langzaam als je een column schrijft. Nog zes weken dus. Of meer. Misschien kan ik het huis nog schilderen. Of minder. Kan de box al in de kamer of is dat stom? Hoe kom ik eigenlijk aan alle adressen voor de geboortekaartjes? Wat moet er allemaal in zo’n vluchtkoffer? Zal ik ook een pak Snickers meenemen voor mezelf voor als het heel lang duurt?

Wat een vragen. Maar één ding is zeker. We gaan straks met ons tweetjes het ziekenhuis in en met ons drietjes er weer uit. In de babykamer waar al wekenlang een leeg ledikantje staat, ligt straks gewoon echt een klein ventje.

Business & Shopping: Nog steeds lekker een ijsje halen bij Bon Appetit

DIEREN – Uitgebreid binnen koffie drinken en een ijswafel eten kan op het moment niet, maar Bianca Jansen – Hachmang heeft haar IJscafé Bon Appetit in Dieren geopend voor het seizoen. Ze doet er alles aan om haar klanten zo goed mogelijk te bedienen.

De salon ziet er wel wat anders uit dan vorig jaar. Er is een verplichte looproute en er mogen maximaal twee klanten tegelijkertijd binnen zijn. “Het is jammer dat een ijsje eten met je gezin niet meer het uitstapje is dat het was”, zegt Bianca spijtig. “Even lekker zitten met je ijsje kan niet op dit moment.”
Bianca en haar team houden zich strikt aan de regels van het RIVM, voor de veiligheid van zowel de klanten als hunzelf. Helaas mag er daarom in en rondom de zaak niet meer worden gegeten of gedronken. “Het best kunnen mensen hun bestelling in hun eentje af komen halen en dan meenemen naar huis”, legt Bianca uit. “Niet zoals we het graag zien, maar we maken er maar wat van. Zo kunnen we in ieder geval ons ijs verkopen en onze klanten zo goed mogelijk van dienst zijn.”
Bianca heeft een breed assortiment Italiaans schepijs, ijskoffies, milkshakes en bonbons. Op dit moment verkoopt ze geen hoorntjes, maar alleen bakjes met ijs. “Alles voor de veiligheid.” Daarnaast verzint Bianca elke keer iets nieuws om haar klanten te verrassen. “Zo hadden we vorige week chocolade-aardbeien”, vertelt ze. Elke keer als ze iets speciaals heeft of een leuke aanbieding, maakt ze dit via Facebook bekend (zoek op IJscafé Bon Appetit).

Bianca vindt het ontzettend jammer dat ze haar klanten niet het welkom kan geven dat ze zou willen, maar is nog steeds heel blij met iedereen die haar ijscafé bezoekt. “De meeste mensen reageren heel goed op de RIVM-regels en begrijpen dat het allemaal anders is dan we zouden willen. Daar ben ik heel blij om. Het is geen makkelijke tijd voor ondernemers en we zijn daarom heel blij met iedereen die een ijsje komt kopen!”

Een Stief Kwartiertje: Wijsheid

De huidige tijd zet aan tot nadenken en dat gaat altijd gepaard met het stellen van vragen. Hoeveel vragen kun je stellen in deze tijd? Ik zou er met gemak deze hele pagina mee kunnen vullen, maar al zijn de vragen nog zo relevant, dan is het voor de krant economisch niet haalbaar. Dit schetst al zo’n beetje het dilemma van deze tijd. In de media buitelen de meningen van deskundigen van allerlei pluimage over elkaar heen en ze denken allemaal te weten hoe onze samenleving er straks moet uitzien. Ook dat schetst een dilemma, in ieder geval bij mezelf: ik heb geen glazen bol noch de wijsheid in pacht, alleen weet ik dat we nu oogsten wat we gezaaid hebben, het moet dus anders.

We hebben net onze nationale dagen achter de rug en de vrijheid gevierd in onvrijheid. We moeten dus op zoek naar een nieuwe bevrijding, de wederopbouw na de corona-oorlog. Bij veel mensen begint de saamhorigheid samen met het opgesloten zijn te knellen en de algehele onzekere maatschappelijke situatie voert ons dichter naar de allesomvattende vraag: op welke waarden gaan we de samenleving weer opbouwen? Iedereen wil graag weer aan de slag.

De afgelopen weken hebben we kunnen lezen over Booking.com, dat verleden jaar 5 miljard aan aandeelhouders en eigen mensen heeft uitgekeerd en nu bij de overheid de hand ophoudt. En over de KLM dat zich niet buigt over de retorische vraag: is de economie al die jaren gegroeid dankzij de KLM of is KLM juist gegroeid dankzij de economische groei? KLM gaf zelf het immorele antwoord.
Er zijn grote bedrijven die jarenlang belasting hebben ontdoken door winsten te parkeren in belastingparadijzen en nu gered moeten worden door dezelfde overheid onder het mom van het sociaal-emotionele argument: banenverlies. En de overheid die in de afgelopen jaren toestond dat ziekenhuizen omvielen en de zorg heeft uitgekleed; ze geeft er nu, na het bekende gesteggel, een mondkapje voor terug, met de complimenten uiteraard.
Ook de lokale overheid heeft het moeilijk vanwege de extra kosten. Rheden heeft al aan de provincie voorgesteld een Noodfonds Coronavirus in te stellen en doet er alvast een beroep op. Brummen zal spoedig volgen als ze tenminste tijdig van de intensive care komt. Doesburg zal zichzelf eerdaags aan het infuus leggen. Voor gemeenten is het Noodfonds het nieuwste vaccin.

Het wordt niet meer als voorheen en dus is het tijd voor een nieuwe arbeidsethiek. Wederopbouw vraagt om groei, maar niet om een onbeperkte. Dus tijd om met elkaar vast te stellen wat we nu werkelijk belangrijk vinden, tijd om niet langer het aanbod de vraag te laten bepalen maar ons te bezinnen wat echt nodig is, wat echt van waarde is; kortom, tijd dat de moraal het wint van het winstbejag. Dezelfde moraal die een andere manier van leven inhoudt.

Corona maakt geen onderscheid tussen moslims, joden, christenen en atheïsten, tussen arm en rijk en tussen Doesburgers en Brummenezen. De wereld kent een gemeenschappelijk vijand, die alleen gemeenschappelijk bestreden kan worden. Corona biedt ook een geweldige kans om een toekomstbestendige economie op te bouwen, om te werken aan duurzame productiemethoden, om tot een goede omgang met grondstoffen te komen en tot een eerlijke verdeling van opbrengsten; kortom sociale rechtvaardigheid op basis van wijsheid. We zijn er niet om de aarde uit te wonen maar te bewonen in harmonie met de natuur en …. met de medemens; andersom mag ook. Laten we beginnen aan de Veluwezoom.

Desiderius Antidotum

Business & Shopping: Veel lekkers en mooie cadeaus bij Lisse de Delicatessenbank

EERBEEK – Winkelen bij Lisse, de Delicatessenbank aan het Stuyvenburchplein in Eerbeek is meer dan even een wijntje, kaasje of cadeautje kopen. Het is een beleving om in de gezellige, huiselijke winkel uit het brede assortiment iets lekkers uit te zoeken

Ze had zich de opening van haar delicatessenwinkel wel iets anders voorgesteld. Door de coronacrisis bleef het geplande feestje achterwege. Maar toch heeft eigenaresse Esmee Beumkes over aandacht niets te klagen. “Ik vind het zo bijzonder dat er zoveel mensen aan ons denken en langskomen”, vertelt ze. “We hebben in deze eerste weken zelfs al mensen gehad die terugkwamen voor iets specifieks, de kaas bijvoorbeeld.”
Esmee runt Lisse, de Delicatessenbank samen met haar moeder Ivonne en weekendhulpen Hymke en Linette en samen geven ze iedere klant een warm welkom. “We willen een huiselijke sfeer creëren waarin iedereen zich op zijn gemak voelt. We vinden het heel belangrijk dat het bij ons gezellig is.”

Lisse verkoopt veel lekkere dingen en mooie cadeaus. Verschillende soorten wijnen en bijzondere biertjes, maar ook heel veel soorten thee. Achterin de winkel liggen de glimmende gele kazen en net om het hoekje staat een kar vol heerlijk geurende buitenlandse worsten. De ouderwetse toonbank ligt vol chocolaatjes en nostalgische snoepjes, er is een kast gevuld met ambachtelijke jam en tussendoor staan leuke hebbedingetjes om cadeau te doen. En dan komen daar over een tijdje ook nog verse buitenlandse kazen, tapenades, olijven en versgebrande nootjes bij. “We willen vooral dingen verkopen die niet in elke andere winkel liggen, gewoon mooie, lekkere producten. Winkelen bij Lisse moet een beleving zijn, bijvoorbeeld door het zelf tappen van je olijfolie”, zegt Esmee trots.

Als straks het horecagedeelte achterin de winkel open mag, kunnen klanten daar terecht voor een goede kop koffie of thee met wat lekkers. ‘s Middags serveren Esmee en Ivonne daar een wijntje of biertje met een borrelplank. “We hebben natuurlijk genoeg lekkers om een goede plank samen te stellen.” Lisse wordt nadrukkelijk geen kroeg, maar een rustig plek om te genieten van al het lekkers dat Esmee en Ivonne verkopen.

Foi, Foi: Sunde of Zunde

Soms zit un mense stil te prakkezeren en denk dan an zien jeugdherinneringen. Harm Knienenkamp uut ut Kluungat deed dat ok in zien lèven. Hee schreef doar oaver: “Wat sunde is weet wiele wel: as de koe in ut water drit en de stront geet drieven. Maar een van de grootste zundes is toch wel stèlen. Ik geleuve zelfs dat de bekende Tien Geboden doar mee begint. Ik bekenne hiermee een van mien jeugdzundes in dit woar gebeurd verhaal.
Ut gebeuren in ut veurjaar van 1955. Ik weet ut nog goed. In die tied moch ie reuken a’j van de legere schole afkwammen. Dat was toen op 1 april. (Later wörden dat 1 september). Ik kon hoast niet wachen töt ik un grote vent was en de geneugten van zo’n sjekke moch pruuven. Um sjek te kopen had ie centen neudig en die had ik natuurlijk niet. Noe hadden wiele in die tied in Klarenbeek kapper Koolman en die had, zoals toen gebruukelijk was, d’r ok un sigarenwinkel bie. Vuule iele al nattigheid? Op un woensdagmiddag zei mien moeder tegen mien: “Hier Harm, heb ie twee kwartjes. Goa noa de kapper loat oe hoar maar knippen, want ie loop d’r veur schande bie.” Doar zat ik net op te wachen.
Mien plannetje had ik al lange kloar. Vloetjes en lucifars had ik al versierd. Dus met de twee kwartjes van moe in de hand en de vloetjes in de broekzak noa de kapper. Noe mo’j oe effen veurtstellen: un klein winkeltjen met un teunbanke en doar achter un kamertjen as kapsalon. Op de teunbanke zag ik ze al stoan: de mooie zilverkleurige pakkies ‘Sta op sterling’-sjek. Pries 60 cent. Ik liepe noa achter en was metene an de beurte. Gelukkig kwamen d’r nog un paar klanten binnen.

Toen ik kloar was ging wiele noa de teunbanke um af te rèkenen. Ik gaf mien twee kwartjes af en de kapper ging alweer noa achteren um de volgende klante van zien weelderige hoardos te ontdoen. Ik zag mien kans schone en gritsen rap un paksien sjek van de teunbanke. Ut harte bonksen mien in de strotte. Rap op de fietse (Henk Lubberding uut Voorst had mien niet bie kunnen hollen). Bie de koalenboer rechtsaf richting Kluungat. Halfweg langs de bèke de fietse an de kante en ut zol gebeuren. Onderan de diek ut spul uut de zak ehaald en met bevende vingers ut paksien lös emaak. Maar o wat un teleurstelling toen de inhoud te veurschien kwam. Ut was zagemèèl..
Ut was un showpaksien. Met in grote boage heb ik ut hele spul in de bèèke egooid. Lustig dobberen ut paksien richting de viever van Krepel. Ik vuulen mien de ongelukkigste vent van Klarenbeek en umstreken. Ut enige wat mien nog resten was te wachen töt april.
30 meert trok ik veur de laatste keer de deure van school 16 in Oosterhuuzen achter mien dichte. Mien vader reed melkwagen en op 2 april kreeg ik van um in de Botterweg in Loenen 60 cent um bie Oudbier un echt paksien ‘Sta op sterling’ te halen. Zo zie’j maar weer: ‘Gestolen goed gedijt nog steeds niet.”

Goed goan,
Martien,
de Platschriever uut Loenen

Kiespiene dut zeer, maar laster nog veule meer

Een Stief Kwartiertje: Vrede in tijd van oorlog

We zitten in de dagen van de vaderlandsliefde, maar het vaderland is in grote verwarring. De koning zit op zijn verjaardag gegijzeld in zijn paleis. Wij zijn ook gegijzeld, terwijl we dezer dagen 75 jaar bevrijding hadden moeten vieren. We leggen daarom digitale bloemen bij herdenkingsmonumenten en een enkele doedelzak speelt voor geen publiek. Het is vrede in oorlogstijd. Onze huizen zijn schuilkelders geworden en zodra we even naar buiten mogen moet onze communicatie wellicht eerdaags achter mondkapjes verborgen blijven. Zelfs onze buren en onze medemensen zijn onbetrouwbaar, we moeten ze op afstand houden. We hebben nog wel te eten, maar lijden nu aan huidhonger, voor veel mensen om gek van te worden. Het is oorlog, maar de vijand is onzichtbaar.

De grootste collaborateurs zijn de economen en hun handlangers, de andere onheilsprofeten. Ze kennen geen genade en voorspellen een zeer langdurige en bittere strijd en jagen ons dieper de schuilkelder in. Voortdurend vallen er recessiebommen, die grote schade veroorzaken, het wakkert alleen maar angst en onzekerheid aan. Als er al een toekomst is, dan is die totaal anders dan het land van oorsprong, ons oude vertrouwde vaderland zal nooit meer dezelfde zijn. Zelfs de verzetsstrijders, die nu hun economisch leven op het spel zetten om hun en onze leefruimte nog enigszins op te rekken, opereren in de afgebakende schemering. Het lastige is dat er in de huidige oorlogssituatie met de vijand niet te praten valt, laat staan te onderhandelen; de vijand wil alleen maar doden. Onzekerder en verwarrender kan een tijd niet zijn: vrede in tijd van oorlog.

Maar aan elke oorlog komt weer een eind. Ondanks de sombere berichten hierboven is het zelfs mogelijk dat er binnen afzienbare tijd enig perspectief zichtbaar wordt. Er zijn zelfs optimisten, nu nog utopisten genaamd, die voorspellen dat het oude 5 mei nu het aanstaande 20 mei zal worden. De bevrijding zou nabij zijn, de vijand verzwakt, wellicht zelfs aangeslagen. Er gloort weer hoop.
Nog verwarrender en onvoorstelbaar is het bericht dat een behoorlijk aantal mensen wil dat de oorlog nog een tijdje voortwoekert. In hun schuilkelders vinden ze zichzelf terug, ze herkennen hun partner en kinderen weer in hun oorspronkelijkheid, de oorlog buiten werkt voor de vrede binnen.
Als ze naar buiten kijken, zien ze dat het daar precies andersom werkt. Ze zien dat de lucht helderder en schoner is geworden, niet ondanks maar dankzij de recessiebommen. Ze zien de natuur opfleuren. Nu laat zich de natuur over het algemeen niets aan oorlogen gelegen liggen, maar ze ervaart de huidige oorlog als een bevrijding. In 75 jaar heeft ze zich nog nooit zo bevrijd gevoeld.

Misschien zal de Veluwezoom haar oude luister hervinden. Vóór de huidige oorlog dreigde de Veluwezoom te bezwijken onder onze welvaartsbommen, de mens zou de natuur annexeren en genadeloos uitbuiten en tot overmaat van ramp volplempen met duizenden hectares zonneparken en honderden windmolens, die de energie moeten leveren om de samenleving duurzaam naar een nieuwe crisis te leiden. Weer een oorlog, weer de strijd tot overleven, altijd gaat de mens weer van oorlog naar bevrijding en dan weer naar de volgende crisis die ook overwonnen moet worden. En altijd ‘dit nooit meer’ en altijd ‘het moet voortaan anders en beter’. Alle wederopbouw en vooruitgang na elke oorlog ten spijt vergeten we steeds voldoende na te denken of de nieuwe vredestijd niet de ingrediënten in zich draagt voor een nieuwe oorlog, in welke vorm dan ook.

Desiderius Antidotum

Verlengde maatregel: evenementen afgelast

REGIO – Het was geen verrassing dat premier Mark Rutte dinsdag 21 april bekendmaakte dat de coronamaatregelen nog tot minstens 19 mei worden verlengd. Daarnaast kondigde hij aan dat alle evenementen tot 1 september niet door kunnen gaan. En dat heeft grote gevolgen. Ook in onze regio moet daarom een hele reeks aan grote en kleinere evenementen, markten en activiteiten worden afgelast.

Het wordt een stille zomer. In de regel is alles afgelast waarvoor een vergunnings- of meldingsplicht geldt. Voor bijeenkomsten waar deze plicht niet voor is, geldt nog steeds de anderhalvemeterregel.

Het verbod tot 1 september betekent niet alleen dat grote evenementen als Verrassend Doesburg, het Pinksterfestival in Brummen en de Loense Moandag niet door kunnen gaan. Het IJsselfeest in Dieren en Hoenderpop kunnen niet doorgaan, de Brummense Buiten Bios en buitenfilms van het Filmhuis in Doesburg waarschijnlijk evenmin.

Ook op het sportieve vlak stond er een flink aantal activiteiten en evenementen op de agenda. Denk aan de Keppelrun in Hoog-Keppel en de Vael Ouwe Toertocht in Dieren.
Maar ook het ONK Schaken, dat elk jaar duizenden mensen naar Dieren trekt.

En dan hebben we nog de culturele sector. Geen zomerconcerten van RIQQ op Middachten of kindervoorstellingen op de Pinkenberg.

Ook de avondvierdaagses gaan dit jaar niet door.

En dit is dan nog maar een kleine opsomming. De agenda voor deze regio telt voor de komende maanden honderden grotere en kleinere activiteiten, concerten en evenementen. Wellicht versoepelen de regels iets en kunnen in een later stadium kleinere bijeenkomsten wel doorgaan, maar dat blijft voorlopig nog wel even koffiedik kijken.

Foi, Foi: Bal gehakt

In un gezin in un klein darp in disse streek hadden ze un hundjen, Cindy. Un leuk beestje dat helemoal bie ut gezin heuren. Ze konden um van alles leren. Ut poedeltje was un gezellig beesien. De kinderen waren d’r bar gek mee.
Ut was un vernemstig hundje. Pa had um van alles had eleerd. Hee kreeg ok un plaatsjen an de keukentoafel. Ze waren dat zo gewend dat Cindy an toafel zat want hee heuren d’r gewoon bie. Ut beest wist niet anders of hee zat op un stoel te wachten en roak dat al dat lekkers dat an um veurbie ging. Soms kreeg hee natuurlijk wel effen wat mee want alleen ruuken is toch ok niks. Veural als un stuksien lekkere worst of vleis op toafel kump, keek ut diertjen zo verlekkerd noa de borden. Maar ja ankommen mocht hee natuurlijk niet dat wist hee donders goed.
Cindy keek soms un bitje treurig dat hee d’r wel noa mocht kieken maar ankommen ho maar. Op un dag wörden Cindy de verleiding toch zomaar te groot.
Ut baasjen van Cindy zat weer noast um an toafel. Hee zat doar gewoon op zien vaste plekke. Af en toe kreeg hee wat maar de baas wol Cindy door niet mee verwennen. Hee wol dat geschooi niet. De hond kreeg lekkere brokken, speciale hondensnuuupies en wat al niet meer, nee hee kwam niks te kort bie disse familie.
Ut vrouwtjen had op die dag slabonen ekoak. Lekkere beuntjes uut eigen tuin. Toch altied arg lekker, vooral als ze goed gaar bint. Doar heuren un lekkere bal gehak bie menen ze. Zo gezegd zo gedoan. Lekker broaden met kruuden d’r in. Dat zol weer smullen wörden. ’s Oavonds ging ut gezin an toafel. De kinderen vonden ut ok wel lekker. Cindy ok weer op zien plaatse. Hee roak ee gebroaden gehakt wel. Ut water liep um hoast uut de bek. Foi, foi, wat zol dat toch lekker wèzen. Ie konden ut an de ogen van ut hundjen zien. Zien ogen waren constant gericht op de bal gehakt. Ie konden um zien denken: “O, as ik dat noe veur één keer is moch pruuven. Wat zol dat lekker wèzen.” Inens stond de baas op en herinnert zich dat hee wat mos pakken. De stoel was leug en de bal lokken noa Cindy. De reuk trok um in de neuze en hee kon de bal niet weerstoan. In één flits sprong hee op de stoel en pakken de bal in de bek. O wat lekker. Meteen was de baas d’r ok weer en die wörden hellig, hellig. “Verdorie rothond leg neer die bal”, schreeuwen hee, krek as Toon Hermans. Maar ja, Cindy had nooit van Toon Hermans eheurd en hield um in de bek. Toen kreeg hee van zien baas toch un dreei um de oren dat hee van schrik de bal lös liet. Die stuiteren met un boage krek weer op ut bord. De baas bedach zich niks en at meteen de bal op. Hee was niet vies van zien hundjen en hee had d’r ok zo’n zin an. Cindy had ut noakieken.

Goed goan,
Martien,
de Platschriever uut Loenen

Wie un ander zwart maakt, krig zelf smerige handen

Retrospectief: Landbouwvereniging Eerbeek

Zoals veel dorpen op het platteland in deze streek kreeg ook het dorp Eerbeek ruim honderd jaar geleden een Coöperatie. Zo was in de volksmond de benaming voor het gebouw dat voluit ‘Coöperatieve Landbouwvereniging’ heette. Overal staken de boeren de koppen bij elkaar om zo’n vereniging op te richten om samen veevoeder, kunstmest, kolen en andere landbouwartikelen in te kopen. Het werden verenigingen met een bestuur, directeur en personeel. Sommige coöperaties zijn heel groot geworden.
De boeren uit Eerbeek en omstreken wilden samen ook een vereniging. Er werd heel wat vergaderd, maar pas in 1920 was het zover. Aan de Stationstraat bij het Eerbeekse spoorstation kon een lap grond worden gekocht waarop het gebouw kwam te staan. Er moest een laadperron zijn voor de aan- en afvoer van het koren en meel. En installaties. Grote graansilo’s. Het meel moest opgeslagen worden in de kelder.
Enkele keren werd het gebouw van de Coöperatie uitgebreid aan de voorzijde en door de stijging van het personeel moest er ook een kantoor komen voor directeur en medewerkers.
Lange tijd heeft de Coöperatie voldaan aan de belangen van de boeren. Het graan kon hier afgeleverd worden en voer worden betrokken voor varkens en kippen. In die tijd hadden bijna alle boeren enkele hokken met honderden kippen en enige zeugen voor het fokken van biggen. Ook het mesten van de varkens werd veel gedaan. Voor de koeien waren de koeken en de brokken. De vereniging ging ook steeds meer doen aan het leveren van de kunstmest dat sterk in opkomst kwam. De boeren zagen hier wel de voordelen van in. Brandstoffen, kolen en turf, werd ook verkocht. Door de gezamenlijke aankoop kon men gunstige prijzen rekenen. De kolen moesten wel zelf gelost worden uit de wagons bij de spoorlijn.
Enkele keren ging de Coöperatie van Eerbeek fusies aan. Eerst tot BELCO (met Beekbergen en Loenen) en later bij Agrarische Belangencentrum Gelderland. Door de opkomst van anderen zaken verdwenen de voordelen van de Coöperatie. Het gebouw kwam (zoals overal) leeg te staan. Het werd in 1974 aan Jong Gelre verkocht. Die knapte het gebouw flink op. Sinds 1980 is het pand eigendom van Koller Installatietechnieken.
Thans staat het pand weer leeg, Er komt weer een andere bestemming voor het honderdjarige pand.