Home / Tag Archives: Alle-Regiobode

Tag Archives: Alle-Regiobode

Business & Shopping: Meubels weer als nieuw bij Alexander

DOESBURG/APELDOORN – Een versleten rookstoel? Kapotte biezen eettafelstoelen? Een leren bank die doorgezakt en vies is? Alexander Brink van Meubelstoffeerderij Alexander – actief in de omgeving van Doesburg en Apeldoorn – weet er wel raad mee. Hij beheerst alle aspecten van het vak van meubelstoffeerder: stofferen, repareren en restaureren.

Veertien jaar geleden nam Alexander Brink de zaak over van zijn vader Willem die ‘Alexander’ op zijn beurt weer had overgenomen van zíjn vader Alexander. De huidige eigenaar is dus vernoemd naar zijn opa die de zaak in 1939 begon.
Alexander Brink (38) zit achter het ruime bureau in de werkplaats/winkel aan de Langeweg in Apeldoorn. Achter hem staat zijn werktafel; de plek waar het allemaal gebeurt. Daar restaureert hij meubels: antieke stoelen, fauteuils en schilderijlijsten. Maar dat is niet het enige wat hij doet. Hij heeft ook net een dertig jaar oud doorgezakt bankstel weer helemaal opnieuw gevuld én gereinigd. In de hoek staat een spinnewiel. “Dat spinnewiel zit al 170 jaar bij mensen in de familie. Het lag op zolder en ze wisten niet wat ze ermee moesten. Ze vroegen of ik dat ook kon restaureren. Dat kan. Antiekrestauraties doe ik ook. Het spinnewiel lag in 24 stukken maar ik zorg ervoor dat het weer mooi neergezet kan worden.”
Alexander liep als klein jongetje al rond in de zaak van zijn vader en opa. Hij mocht dan helpen met klusjes als de oude stof en biezen van stoelen afhalen en nietjes verwijderen. Toen kwam Alexander er al achter dat hij het vak van meubelstoffeerder mooi vond. “Als alles van bijvoorbeeld een stoel gesloopt is, houd je alleen een houten frame over. Vanaf daar ga je het meubel weer opbouwen tot iets moois. Je hebt altijd eer van je werk.”
Brink – die authentiek en met de hand werkt – wil kwaliteit leveren en zet zich daar dan ook volledig voor in. “We werken liever twee tot drie uur langer zodat iets goed is, dan dat we dingen afraffelen. Mensen krijgen hier kwaliteit en we proberen de meubels zo perfect mogelijk af te leveren.” En de service van Meubelstoffeerderij Alexander gaat verder: “We hebben een 48 uursservice voor mensen die eigenlijk niet zonder een bepaald meubelstuk kunnen. Als iemand een favoriete stoel heeft die hij eigenlijk geen dag kan missen, dan werken wij heel hard om hem binnen twee dagen te restaureren. En als het echt niet anders kan, werken we zelfs op locatie, bij de mensen thuis.”
Het familiebedrijf is gespecialiseerd in merken als Leolux, Pander, Gelderland, Van Gispen en Chesterfield. Mensen die willen weten wat het kost om een bepaald meubelstuk te laten restaureren, kunnen vrijblijvend een offerte aanvragen bij Alexander Brink. “Ik kom dan eerst langs om te kijken. En we zeggen het ook altijd eerlijk als we denken dat iets niet de moeite waard is om te restaureren”, aldus de eigenaar.

0313-312122 / 055-5762223
meubelstoffeerderijalexander.nl

Foi,foi: Janus de bok

Van Jan Groot Zevert heuren ik un mooi verhaal dat zich vrogger argens achter Zutphen hef af espeuld. Ut geet oaver Bokkenmieje. Un heel ampart mense. Niet kwoad, maar ze was niet zo bar helder. Zee lusten graag un borreltje en had gien beste geur bie zich. De vrouw had un grote geitenbok. Doar konden de luu hen goan as zee jonge geitjes wollen hebben. Bokkenmeuje was best tevreden oaver de prestaties van Janus de bok maar wat dat beest toch hef wat uut ehaald; nee doar had zee gien goeie woorden veur oaver.
Op Nieuwjoarsdag wol Mieje noa de karkdienst toe. Zee was wat gehoast noa de karke elopen. De bok had effen later kans ezeen um uut zien hok te kommen. Hee liep de weg op en was op zuuk noa zien bazinne. Bliekbaar kon hee ruuken woar ze hen was egoan, want hee vond ut goeie spoor. Hoe ut noe meugelijk is ewes weet gien mense maar op un ogenblik stond de bok achter in de karke woar de misse al lang gangs was. D’r kwam ok nog un late karkganger binnen. Hee ging zo stille meugelijk de karke in en de bok zag kans um achter um an noar binnen te glippen. De pastoor was krek op de prèèkstoel bezig met ut joaroaverzicht. Hee wol juust vertellen hoeveul paartjes d’r etrouwd waren. Dat waren d’r maar liefst tweeëndartig. Die konden aardig wat in de wiege brengen. Juust toen bleren de bok: Mèèèèè…..
Grote consternatie in de karke, dat ko’j begriepen. De pastoor stond helemoal perplex. Wie van zien karkgangers durven um doar tegen te sprèken? Dat was hee helemoal niet gewend. Al gauw zag hee dat ut un geitenbok was. Bokkenmieje had meteen deur dat ut heur bok was. Ze schoat de banke uut en proberen ut beest te pakken. Maar Janus was ok niet van gisteren en liet zich niet bie de kladden griepen. Hee roazen deur de karke hen en liet onderweg royaal van zien geitenbokkeutels vallen. Gelukkig was un karkganger, die achterin zat, zo slim um de buutendeure los te doen. De bok zag ut daglicht en stoaf doar op an. Hee geiselen de karke uut. Mieje krijsend d’r achter an. Ut volk in de karke maar lachen. Dat ku’j begriepen. De pastoor leek ut helemoals niks. Al aandach veur de preeke was vot, maar hee ging maar rap weer varder of d’r niks gebeurd was. Intussen roazen Mieje nog achter de bok an. Ze deed um stevig de halsriem umme en nam um mee noa heur huusien an de Zandweg. Bie de staldeure zag Mieje hoe ut beest kans had ezeen um uut te brèken. Zee was d’r wel un bitjen hellig umme en gaf Janus nog un beste trap noa en deed noe ut hok wel stevig op slot. Ut zol noe niet weer gebeuren dat hee d’r uut kroap. Foi, foi wat un schande in de karke. Ut hele darp zol d’r nog heel lange oaver proaten. De buurluu zagen heur bie huus en zeien nog: “Mieje nog veul heil en zegen in ut nieje joar.” “Ja, dat zal wel”, zei Mieje, “Ut joar is goed begonnen want mien bok was al in de karke. Hee is rooms ewörden!”

Goed goan,
Martien,
de Platschriever uut Loenen

Kinder gif altied iets te klagen, mar ut bint de allerbeste blagen!

MS Fonds zoekt collectanten

REGIO – Van 16 tot en met 21 november houdt het Nationaal MS Fonds de landelijke huis-aan-huiscollecte. Hiervoor worden nog collectanten gezocht, onder andere in Rheden, Brummen, Doesburg en Beekbergen. Collecteren ziet er dit jaar anders uit. Het is niet meer vanzelfsprekend dat de collectanten met de bus langs de deur gaan. Ze kunnen ook een donatieflyer met QR-code door de brievenbussen in hun omgeving doen of online collecteren met een digitale collectebus.
De opbrengst van de collecte is enorm belangrijk voor het Nationaal MS Fonds. Met de opbrengst van de collecte wordt onder andere onderzoek naar betere behandelingen en een betere kwaliteit van leven voor mensen met MS gefinancierd. Voor meer informatie of aanmelding: www.nationaalmsfonds.nl/collecteren.

Een Stief Kwartiertje: Terug naar het voorjaar

Het is vermoeiend en iedereen zal het beamen: het virus beheerst momenteel ons leven, de hele samenleving is ervan doortrokken, onzekerheid is troef.
We hebben het er nagenoeg de hele tijd over, direct of indirect, maar wat is een virus eigenlijk? Een virus is geen organisme, maar het wordt pas biologisch actief als het de cellen van een organisme kan binnendringen. Een organisme is een levend wezen; zo zijn mensen, dieren, schimmels, planten, algen en bacteriën organismen. In dat krachtenveld probeert een virus altijd een gastheer of gastvrouw te vinden. Nu wordt er wel gesteld dat de mens voor de mens een wolf is, al heeft Rutger Bregman ons onlangs verteld dat de meeste mensen deugen en dat zagen we ook in het voorjaar, maar eveneens kan er beweerd worden dat de mens voor de mens een virus is en gezien de grote uitdagingen waarvoor we ons nu gesteld zien, moeten we ook die zien te ontkrachten.

Er zijn altijd en overal virussen, vaak slapen ze jarenlang om dan plots op te duiken. Belangrijk om te weten is dat virussen geen moraal kennen en geen bedoeling hebben, behalve het virus dat voor de mens een virus is. Daarom moeten we altijd alert zijn en in alle geledingen van onze samenleving. Zo’n alerte club is Stichting Behoud Historische Landgoederen Oostelijke Veluwezoom, dat al jaren strijdt om de bouw van huizen op de flanken van de stuwwallen van de Veluwezoom in en om de ruïnes van het voormalige bejaardenhuis Rhederhof tegen te houden. Er sluimert daar een bouwvirus dat al is binnengedrongen bij de aannemer en dat zich verspreid heeft onder velen die vinden dat daar gebouwd kan en moet worden. Het bijzondere is dat een aantal organismen, te weten ringslangen, hazelwormen, levendbarende hagedissen en zelfs twee dassenfamilies het gebied hebben ingenomen omdat het dominante organisme, de mensen, het te druk had met elkaar.

Overal sluimeren virussen die wachten op hun kans om te infiltreren in de samenleving, ze zijn op zoek naar de zwakke plekken, de weke organismen, ze weten dat die er zijn, het is een kwestie van geduld hebben en op het juiste moment toeslaan. Wat is er momenteel gaande? De komende jaren moeten er een miljoen huizen gebouwd worden in ons landje, al moet er nog wel een vaccin gevonden worden tegen het stikstofvirus; daar wordt in een Haags laboratorium aan gewerkt. Daarnaast zijn er landelijk 30 energieregio’s actief om het broeikasvirus de kop in te drukken en omdat te bereiken moeten er in ons landje op – omgerekend – 24.000 voetbalvelden zonnepanelen worden geplaatst, aangevuld met honderden hoge windmolens. Ook bij ons op de randen van de Veluwe. Dat is geen klein bier en het gaat om zakendoen, om werkgelegenheid, om subsidies en dus om heel veel geld. Als het om veel geld gaat worden virussen actief, dat voelen ze aan.

Nog voordat Covid-19 verslagen zal zijn zal de strijd losbarsten om de nog overgebleven ruimte in ons landje, dus ook aan de Veluwezoom. Mensen willen wonen, werken, recreëren en hun leefstijl behouden en nagenoeg iedereen vindt dat het niet ten koste mag gaan van het landschap, de natuur en de biodiversiteit. Onze manier van leven daagt echter het virus uit. Alle organismen, dus alle levende wezens mogen elkaars leefgebied niet bestoken, want als er sprake is van biologisch evenwicht dan krijgen virussen nauwelijks kansen. Kortom, we moeten terug naar het voorjaar.

Desiderius Antidotum

Foi, foi: Soepbot

Veul luu lust bar graag soep. Ut maak hun niks uut wat veur soort soep ut is, as d’r maar goed wat in zit. D’r mot niet alleen vermicelli in zitten, maar ok gruunte, vleis en lekkere balletjes. Sommigen vrouwen kunt merakels goed soep koaken. Wat ze d’r allemoal in doet weet ik niet, maar ut smaak merakels goed. Alles geet d’r in, zelfs bie arwtensoep varkenspoten en un start. Ie snap niet dat dit lekker kan wèzen want met die poten hef hee toch bienoa un joar lang deur zien stront elopen. Um oaver die start maar helemoal niet te proaten. Ik denke niet dat d’r tegenwoordig veul mensen bint die nog poten in de snart doet.
De meesten doet gewoon rookworst, wat vleis en spek in de artensoep. Dat smaak prima. Sommigen doet d’r behoorlijk wat in. Soms ku’j de lèpel nauwelijks ronddreeien. Dat is pas gevulde soep wat de mage vult!
Oaver soep goat ok heel wat verhalen rond, maar ut volgende verhaal schient ok hier in deze regio gebeurd te wèzen. Of ut krek zo gebeurd is weet ik niet want ut is vake deurverteld en ule weet ut wel: elke keer wördt ut mooier en starker.
Zo’n vieftig joar elejen waren d’r in disse streek heel wat zaken die un patat of friettente bie huus hadden. Vergunningen waren d’r ok niet zoveul neudig. A’j de ruumte hadden en de zaak veurmekaar, dan maken ze ut oe niet lastig. Tegenwoordig is dat wel anders. Un bult wetten en veurschriften. Un mens holt ut hoast niet veur meugelijk. Iederene bemuuit zich d’r mee.
In un friettente woar ijs, patat, snoep en nog wat ander spul worden verkocht waren ze niet al te helder. Doar stonden ze umme bekend. De luu kwamen op ut idee ok soep te verkopen. Doar was goed an te verdienen. De vrouw kon dat wel koaken. Un groot soepbot d’r in. Un grote knoake. Doarbie flink wat vleis, gruunte uut de tuin en un bult kruuden want dat bracht de smaak d’r an. Zee liet de soep flink stoan pruttelen. Ut smaken ok goed. Niet alleen de luu die in de friettente kwamen kregen soep uut de grote panne maar ook man en kinderen. Die wisten al wel dat ut bar lekker was. Soms as d’r nieuwe soep was zaten ze d’r stiekem bie en zaten wat uut de panne te snaaien. Op un dag kwam een van de zonen wat late thuus en dach: ik nemme nog un bord soep. Hee noa de soeppanne en wol ok graag ut soepbot hebben. Graag wat afknoeven, want dat was lekker. Meestal zat d’r flink wat an. Hee reuren en reuren in de grote panne. Juust toen hee doar mee bezig was kwam zien breur thuus en zag wat zien oldere breur deed. Hee zei tegen um: “Gooi dat bot maar weer in de panne want doar hek vanmmidag ut vleis al af egeten!” Pech veur de ene zoon maar toch smaken ut bord soep die hee effen later at d’r beste umme. “Ie mot niet zo nauw kieken in ut lèven”, was altied zien motto.

Goed goan,
Martien,
De Platschriever uut Loenen

Ut is niet verstandig meer te nemmen in ut lèven dan da’j neudig heb

Rick Evers: Stom kapje

‘Huft u een bumfpskaat? Smaat u kmpfdzeeuws?’ Het is dat ik weet dat ze vraagt om mijn bonuskaart en of ik koopzegels spaar. Dat doen ze namelijk altijd. Cassières vragen nooit of je het huis al in de verf hebt staan en of de container al aan de weg staat. Doen ze gewoon niet. Het zijn altijd de bonuskaart en de koopzegels.

Het is wel lastig te verstaan, zo achter het plexiglas en met mondkapje. Maar het is ook respect naar de klanten toe. Supermarktmedewerkers met mondkapjes stralen uit: ‘wij nemen uw gezondheid serieus’. Heel anders dan mensen die boodschappen halen zonder kapje. En ja, we hebben alle excuses nu wel gehoord.

‘Het zit niet lekker.’ ‘Mijn bril beslaat ervan.’ ‘Jaap van Dissel zegt dat het onzin is.’ ‘Ik hoef alleen maar een zak appels en ben zo weer weg.’ ‘Die van mij ligt nog in de auto.’ ‘Ik vind het niet mooi omdat die elastiekjes zo strak om mijn oren zitten waardoor mijn oren wijd uit gaan staan.’ ‘Ik geloof er niet in.’ ‘Ze zijn zo duur.’ ‘Het is toch niet verplicht.’

Natuurlijk zijn die mondkapjes niet het ei van Columbus. Ik geloof er zelf ook niet zo in, eerlijk gezegd. Maar als ik boodschappen haal, doe ik er wel eentje om/op/voor (doorhalen wat niet van toepassing is). Want als ik dat niet doe, dan zeg ik eigenlijk: ‘Dikke middelvinger, ik kom even snel voor drie halfjes bruin en een pak melk en ik heb schijt aan alle klanten en medewerkers!’

Ik schrijf deze column op maandagochtend. Een dag voor de persconferentie. Misschien gaan we in lockdown, misschien krijgen we een avondklok, misschien komt er een mondkapjesplicht. Maar wat Mark en Hugo ook zeggen, toon gewoon een beetje een respect. Zet even zo’n stom kapje op als je naar de Appie gaat. Ook als je er zelf niet in gelooft.

Politie zoekt mogelijke getuige woningoverval Laag-Soeren

LAAG-SOEREN – De politie is op zoek naar een mogelijke getuige van de woningoverval op vrijdagochtend 21 augustus in Laag-Soeren. In de uitzending van televisieprogramma Bureau GLD van Omroep Gelderland op woensdag 14 oktober deed de politie een oproep.

Op vrijdagochtend 21 augustus rond 12.30 uur wordt een echtpaar overvallen bij hun woning aan de Harderwijkerweg in Laag-Soeren. Als de bewoners thuiskomen en de auto op de oprit parkeren, staat daar een man met een mes. De man bindt hun handen en dwingt het echtpaar uit te stappen en de voordeur te openen. Binnen eist hij geld, terwijl hij de bewoonster met het mes bedreigt. Hij vertrekt met de portemonnee en een gouden ring met roze steen van mevrouw.

In de uitzending van woensdag 2 september besteedde het televisieprogramma Bureau GLD ook al aandacht aan de zaak. Er werd onder andere om camerabeelden gevraagd en dat leverde beelden op van iemand die rond de tijd van de overval met een dashcam over de Harderwijkerweg reed. Hierop is een persoon te zien, de politie vermoed een man, die in de berm loopt. “We komen graag met deze persoon in contact, hij kan mogelijk meer vertellen over de overval of heeft iets gezien”, zegt woordvoerder Sven Strijbosch in de uitzending.
Van de dader is een signalement bekend. Het gaat om een Nederlands sprekende man met een lichte huidskleur. Hij is ongeveer 40 jaar oud en rond de 1.80 meter lang. De man heeft een stevig postuur en kort haar en droeg op de dag van de overval een wit t-shirt met opdruk en een lange broek.
De politie is op zoek naar de getuige van de dashcam-beelden, maar iedereen die informatie heeft of mogelijk iets heeft gezien, wordt verzocht contact op te nemen.

Foto: Screenshot Bureau GLD, Omroep Gelderland

Een Stief Kwartiertje: Jeugdzorgen

De zorgen over de jeugdzorg baren ons steeds meer zorgen, lees ik overal. Het baren van kinderen wordt alom gezien als het scheppen van geluk, maar steeds meer worden er tegelijkertijd ook zorgen gebaard. Het zorgen voor kinderen wordt over het algemeen ook als vanzelfsprekend ervaren, maar die andere zorgen steken meer en meer de kop op. De complexiteit rondom het begrip zorgen is exemplarisch voor de zorgen in de jeugdzorg. Wat een zorgen.

Dat wordt ook zo ervaren aan de Veluwezoom. Alle gemeenten in de regio kampen met grote financiële problemen, met name door de hoge kosten in het sociale domein. Het sociale domein is een fraai en positief klinkende naam voor een domein dat steeds minder sociaal wordt, omdat het te veel centen kost. In het sociale domein zitten bijstandtrekkers, die het nog maar net trekken dankzij ons circus aan toeslagen, daarnaast kent het mensen met een beperking die wordt geleerd dat ze hun wensen dienen te beperken, maar de jeugdzorg slokt zoveel geld op dat gemeenten failliet dreigen te gaan. Alle alarmbellen zorgden ervoor dat ik een onderzoekje moest gaan doen, daarbij geholpen door de gemeenten Rheden en Rozendaal die hebben aangekondigd dat ze een groot aantal hulpverleners in de jeugdzorg uit het gemeentehuis gaan zetten.

In 2015 gooide het Rijk de jeugdzorg bij de gemeenten over de schutting en daarmee rekende het Rijk zich rijk, want de verhuizing ging gepaard met een bezuiniging van 15 procent op het landelijk budget. Immers, zo dachten de rekenmeesters in Den Haag, konden de gemeenten het beter en vooral goedkoper omdat ze dicht bij hun klanten zitten en dus de lokale situaties inclusief de hulptroepen het beste kennen. Er kwam dus geld naar de gemeenten, niet zoveel als ze hoopten, maar ze hadden het zelfvertrouwen dat zij de problemen konden oplossen. Maar het gemeentelijke budget werd een businessmodel voor nieuwe hulpverleners. Er kwamen veel spelers op de markt omdat de gemeenten bepaalden welke hulp voor welk probleem tegen welke prijs werd ingezet en een hulpverlener is nu eenmaal behept met enigszins overschat zelfvertrouwen dat het probleem voor dat geld opgelost wordt. De concurrentie werd moordend, want het aantal aanbieders werd zo groot dat de gemeenten er zo gek van werden dat ze het geld voor eigen hulpverlening wilde inzetten.

Het is ook om gek van te worden. Even de regionale problematiek in de jeugdzorg kort geschetst. De gemeenten Rheden en Rozendaal willen alleen nog zakendoen met grote instellingen omdat er te veel kleine instellingen zijn. Grote instellingen hebben veelal grote en zware voorzieningen, grote en zware protocollen en een grote en zware bureaucratie en kunnen daardoor het hoofd nauwelijks boven water houden. Pluryn in Hoenderloo is daar een fraai voorbeeld van. Kleine instellingen daarentegen werken sneller, hebben korte wachttijden, zitten dichter bij hun klanten en zijn goedkoper, maar zijn met veel te veel, waardoor gemeenten het spoor bijster raken. De jeugdzorg is zichzelf een zorg; het is een zwak sociaal gezin dat met liefde en onvermogen probeert te overleven.

De jeugdzorg is dus een vat vol tegenstrijdigheden en die is vergelijkbaar met het zorgen voor onze jeugd; het hebben van kinderen is tegenwoordig voor veel ouders een even groot geluk als zorg. Eén op de acht kinderen is tegenwoordig aangewezen op een vorm van jeugdzorg, het lijkt wel een virus.
Minder aandacht voor geld is en iets meer voor de jeugd zou ons al een zorg minder bezorgen.

Desiderius Antidotum

Naam gezocht voor GLK-vosje

REGIO – Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK) heeft speciaal voor kinderen het SuperSpeurders-programma ontwikkeld. De organisatie wil kinderen zo spelenderwijs kennis laten maken met prachtige natuurgebieden en erfgoed in de provincie. Als SuperSpeurder ontdekken en leren de kinderen over planten en dieren en over de bewoners van spannende kastelen in Gelderland.
De mascotte van de SuperSpeurders is een vosje. De vos is nieuwsgierig, avontuurlijk en slim: een echte speurder. Hij is dé SuperSpeurder van Gelderland en gaat regelmatig op pad naar de mooiste plekjes in Gelderland om van alles te ontdekken. Naar stoere kastelen met verborgen trappen of naar een geheimzinnig bos vol paddenstoelen, wilde zwijntjes en kwetterende vogels. Voor dit vosje is GLK op zoek naar een passende naam. Voor de leukste, grappigste of meest bijzondere naam heeft GLK coole prijzen. Meedoen kan via glk.nl/prijsvraag.

Retrospectief: De familie Metelerkamp-den Tex

Deze foto werd in 1895 gemaakt in de studio van fotograaf Johan Christaan Reesinck aan de Berkelkade in Zutphen. Hij was in die tijd een vermaard portretfotograaf en ook hofleverancier. Op Het Loo portretteerde hij enkele malen regentes Koningin Emma en Koningin Wilhelmina. Geen fotograaf voor de gewone man dus.

De belichtingstijd van foto’s waren in die tijd lang. Het was daarom zaak enkele seconden doodstil te zitten in de door de fotograaf in scène gezette pose. Het resultaat is deze foto; een haarscherp portret van de familie Metelerkamp-den Tex uit Brummen. Van links naar rechts zijn het Cornelie (Corrie), Adrienne (Addie), Nelly, moeder Anna Mathilda en dochter Mathilda (Tilly). Vader Adriaan Metelerkamp-den Tex ontbreekt op dit familieportret.

De familie woonde lang in Oegstgeest – de vier dochters werden daar ook allen geboren – en later in Brummen, de geboorteplaats van vader Adriaan. Hij was kolonel bij de cavalerie en onder meer een tijd gemeenteraadslid in Brummen. De moeder van Metelerkamp had als meisjesnaam Den Tex. Zelf trouwde hij in 1884 met Anna Mathilda, de dochter van de toenmalige burgemeester van Amsterdam, Cornelis den Tex. Zij heette dus officieel Metelerkamp-denTex, maar droeg ook de naam Van Bronkhorst. Haar familie had namelijk de ruïne van Kasteel Bronkhorst in bezit.

Beide echtelieden waren afkomstig uit gegoede families en mede door vererving kregen zij aanzienlijke bezittingen. Eén daarvan was De Wildbaan in Leuvenheim, dat in eigendom was van ene Mr. Herman Metelerkamp. Toen diens weduwe in 1907 overleed, kocht hun neef Adriaan het landgoed. Hij liet het bouwvallige huis afbreken en bouwde een nieuw (het huidige) landhuis, een ontwerp van architect H. Ezerman. Ook het vervallen kasteel en de bannerij Bronkhorst en kasteel Hernen waren in hun bezit. Vanaf 1910 woonde de familie Metelerkamp-den Tex op de Wildbaan.
In 1940 besloot mevrouw Metelerkamp-den Tex – haar man was in 1920 overleden – dat het middeleeuwse kasteel Hernen bewaard moest blijven en zij schonk het aan de stichting Geldersche Kasteelen, die daarvoor werd opgericht. Zij overleed zelf in 1944 in Brummen, terwijl De Wildbaan door de Duitse bezettingsmacht was gevorderd.
Haar dochters verkochten het landgoed na de oorlog.