Home / Tag Archives: Alle-Regiobode

Tag Archives: Alle-Regiobode

De vakantie in de regio: De plafondschilderingen van de Ludgerus kerk in Hall

Dat veel mensen dit jaar in Nederland op vakantie gaan of thuis blijven, is voor de redactie van Regiobode een mooie gelegenheid om deze zomer eens op zoek te gaan naar bekende en minder bekende toeristische pareltjes in onze regio. Deze week nemen we een kijkje in de Ludgerus Kerk in Hall

HALL – “Het voelt alsof ik in Rome ben”, roept een van de bezoekers uit. Vol verwondering lopen twee enthousiaste dames de Ludgerus Kerk in Hall binnen. Op een zonnige woensdagochtend staat gids Marjan Westerik al klaar om de bezoekers kennis te laten maken met de typisch laatmiddeleeuwse dorpskerk. De kerk dankt zijn naam aan de rondreizende monnik Ludgerus, die in opdracht van Karel de Grote en de Paus vanuit het Saksische gebied de bevolking van Oost-Nederland bekeerde. In Hall bouwde hij rond 794 op een heidense offerplaats een christelijk bedehuis van hout en stro.

Jelly en Willy uit Voorst maken elke week samen een wandeling en deze ochtend combineerden zij deze met een bezoek aan de kerk. Gids Marjan
heeft vandaag een spiekbriefje meegenomen, omdat het alweer een hele tijd geleden is dat zij een rondleiding kon geven. Maar eenmaal bezig blijkt de informatie nog vers in het geheugen van de Hallse. Aandachtig luisteren de bezoekers naar de vele verhalen die de gids te vertellen heeft. Achter elk klein detail schuilt een groot verhaal. “Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet.”

Verborgen schilderingen

Marjan begint in de voorkant van de kerk, waar nu de ingang zit. “Dit was niet altijd het geval. Vroeger was het oneerbiedig om recht op het altaar de kerk in te komen. Vandaar dat aan de zijkant van de kerk ook deuren zitten.” De blik van de bezoekers wordt al snel naar boven getrokken, naar de uitbundige plafondschilderingen van planten, bloemen en vogels. Ook de vier evangelisten met hun symbolen zijn te zien: de engel, de os, de leeuw en de adelaar. In het koor is een half figuur van Christus afgebeeld oprijzend uit een bloemkelk. Deze schilderingen zaten zo’n 300 jaar verborgen. “Tijdens de reformatie in 1598 verdwenen de schilderingen onder een witte kalklaag. Ze waren de frivool voor protestantse begrippen”, legt Marjan uit. Het uitbundige katholicisme maakte plaats voor sober protestants interieur. “Het altaar verdween uit het koor. Ervoor in de plaats kwam een kansel in het schip, omgeven door in het rond geplaatste banken in theateropstelling. Typisch Gelderse rondbouw.” Tussen 1911 en 1914 kwamen de bijzondere schilderingen weer tevoorschijn bij een grondige renovatie.
Vervolgens neemt Marjan de bezoekers mee naar achterin de kerk, waar het oog valt op de wapenschilden die zijn afgebeeld. “Er zijn vele wapenschilden van adellijke families uit binnen- en buitenland, waaronder die van ons koningshuis”, vervolgt de gids. “Daarvan werd gezegd ‘In Hall begint het verval’, want teveel mensverheerlijking, dat paste niet in deze kerkelijke omgeving.” Links in het koor van de kerk is Ludgerus afgebeeld met mijter en staf. Deze fresco dateert van ongeveer 1395. Sindsdien is hij patroon van de kerk.

Rijke stinkerds

Enthousiast vertelt Marjan over Maria, die achter in de kerk staat afgebeeld. Een bijzondere plek voor de gids. “‘s Avonds is het net alsof ze licht geeft.” Ook achter de vloer van de kerk schuilt een verhaal. Verschillende prominenten liggen hier begraven. “In de tijd van Napoleon werd het verboden om mensen in de kerk te begraven”, vertelt de gids. “Het was onhygiënisch en ging stinken. Daar komt de term ‘rijke stinkerds’ dan ook vandaan.”
De laatste stop van de rondleiding is de doopkamer. Hier liggen oude bijbels en hangt een lijst met alle predikanten die zich aan de Hallse kerk hebben verbonden.
“We hebben weer een hoop geleerd”, blikt Jelly tevreden terug op de rondleiding. De twee dames vervolgen hun wandeling, terwijl nieuwe bezoekers zich al weer aandienen bij de kerk. “Het is erg verschillend”, vertelt Marjan. “Soms staan er om 10.00 uur al mensen voor de deur en de andere keer is het weer wat rustiger. Maar bij mooi weer en in de vakanties weten veel mensen de kerk te vinden.”

Gids Marjan verzorgt al jaren rondleidingen door de kerk. “Elke rondleiding is anders”, vertelt ze “Mijn verhaal is nooit gelijk.” Toen Marjan stopte met werken wilde ze graag bezig blijven en besloot ze zich aan te melden als gids. “Ik vond de kerk ontzettend mooi en wat ik zo mooi vind is dat iedereen in Hall iets met het gebouw is. Los van het pastorale, het monument is van ons allemaal.”

Ludgeruskerk Hall
Dorpsstraat 57, Hall
hallsekerk.nl

Geopend op woensdagochtend van 10.00 tot 12.00 uur, tot en met 15 september. Op sommige woensdagen wordt ook het orgel uit 1866 bespeeld.

Foto: Gids Marjan Westerik (midden) leidt bezoekers Jelly en Willy rond in de Ludgeruskerk in Hall
Foto 2: De Hallse kerk staat bekend om de prachtige plafondschilderingen

Rick Evers: Thuiswerkcollega’s

Ik zie ze elke dag. De mannen op het dak van het huis van de achterburen. Mijn thuiswerkplek kijkt er precies op uit, dus ik ben getuige van de bouw van een huis. Het is een soort live-blog, maar dan ehh… live. Vandaag gaan ze verder met het isoleren van de dakkapellen, daarna waarschijnlijk het platte dak erachter en niet veel later komen de kozijnen.

De bouw van een huis fascineert me. Altijd al. Toen ik nog naar mijn werk fietste, kwam ik ook langs een huis dat gebouwd werd. Dat was het dagelijkse hoogtepunt van mijn route. Mijn spelletje werd om de volgende klus te voorspellen. Dan zag ik ze met panlatten bezig en dacht ik: morgen doen ze de dakpannen. Meestal had ik het fout. De bouw is onvoorspelbaarder dan je denkt.

Op een gegeven moment overwoog ik om van dat huis elke dag een foto te maken. En dan bij oplevering de nieuwe bewoners een fotoboek aan te bieden van de bouw van hun huis. Van fundering tot dakpan. Ik ken ze niet, maar het leek me leuk. Uiteindelijk heb ik het niet gedaan, want ik ben slechts een toevallige passant. Ze zouden vast denken dat ik niet goed snik ben.

Naar het werk fietsen is er door corona al een tijdje niet meer bij. Ik werk thuis, maar dankzij mijn achterburen ben ik opnieuw dagelijks getuige van de bouw van een huis. Ik zie dus de mannen op het dak vaker dan mijn collega’s. Inmiddels leer ik ze ook beter kennen. Rond half tien is het koffiepauze. De man die ze ‘Kappert’ noemen drinkt zijn koffie zwart. John heeft twee klontjes suiker.

En zo heb ik in coronatijd toch een beetje collega’s om mee heen. Kappert, John en de man met het kale hoofd wiens naam ik nog niet ontdekt heb. We werken tegelijkertijd, drinken veel koffie en lunchen vaak ook om dezelfde tijd. Ik zit achter de laptop en zij bouwen een huis. Maar we zijn toch collega’s.

Retrospectief: Boekhandel en drukkerij aan de Hoofdstraat

Deze week kijken we naar een bekend stukje Hoofdstraat in Velp. Het herkennen van dit gebouw vergt overigens wel enige fantasie, hoewel er aan de gevel van het oorspronkelijke pand eigenlijk niet heel veel is veranderd.
We hebben het hier over gebouw waar tot voor enkele jaren garage Du Soleil was gevestigd. Die naam prijkt nog steeds op de gevel, al is er in lange tijd geen wagen meer verkocht. De enige auto die er recentelijk stond, was een Willy’s Jeep. Die was niet te koop, maar maakte deel uit van expositie in het pop-up museum Rheden in Oorlogstijd.
Tegenwoordig is het pand in gebruik bij Brouwerij de Snor en wacht het op verdere ontwikkeling. De bedoeling is dat het een restaurant, proeflokaal, brouwerij en bed & breakfast wordt. Het is er groot genoeg en vooral diep genoeg voor, want de het perceel loopt tot aan de Oranjestraat door.
Het is de bedoeling van de familie Lok, de huidige eigenaren, dat de aangebouwde showroom aan de voorzijde wordt afgebroken. Die moet plaatsmaken voor een terras.

Op deze foto, gemaakt rond 1920, is boekhandel F.B. Smits in de villa gevestigd. Die was voordien eigendom van dr. Van Willigen sr, maar in 1893 winkel geworden. De serre ging dienen als etalage. En zoals zoveel boekhandels in die jaren, had ook Smits een drukkerij, naast zijn activiteiten als boekverkoper. Hij liet er de titels drukken van boeken die hij in eigen beheer uitgaf, maar drukte ook voor klanten. Ook publiceerde Smits het Velps Nieuwsblad, later opgenomen in de Velpsche Courant. Laatstgenoemde uitgave was van een zekere Ybe Ybes, die toevallig ook in 1893 was begonnen met uitgeven van een lokale krant. Na een concurrentiestrijd tussen beide titels, werd het Velps Nieuwsblad vanaf 1915 in de Velpsche Courant opgenomen en verhuisden redactie en uitgeverij naar Hoofdstraat 75. De Velpsche Courant hield het in gedrukte vorm vol tot 1983. De titel leeft tegenwoordig voort op internet.
De villa’s links van de boekhandel zijn in de jaren na 1920 ook stuk voor stuk aan de voorzijde uitgebouwd en verbouwd tot winkelpanden.

Onderzoeksrapport over Olburgerwaard, Havikerwaard en Fraterwaard

REGIO – Het rapport van rijk en provincie over de uiterwaarden Olburgerwaard (Bronckhorst), Havikerwaard (Rheden) en Fraterwaard (Doesburg) is voor belangstellenden in te zien op www.gelderland.nl/mirt-hfo. In het afgelopen half jaar werd, in samenspraak met andere partijen, geïnventariseerd welke initiatieven, projecten, kansen en opgaven er tot en na 2030 spelen. Belangrijke thema’s zijn het rivier- en waterbeheer, de natuurontwikkeling, het veranderende klimaat en het gebruik van de ruimte.

De Havikerwaard, Fraterwaard en Olburgerwaard liggen langs de IJssel in de gemeenten Rheden, Bronckhorst en Doesburg. De uiterwaarden hebben een gevarieerd landschap met weiden en akkers, omzoomd door hagen, struweel en oude knotbomen. Wandelaars en fietsers kunnen er genieten van de natuur, de landgoederen en het agrarisch uiterwaarden landschap.

Inbreng

Organisaties die meededen aan het onderzoek waren onder andere de gemeenten Rheden, Doesburg en Bronckhorst, Waterschap Rijn en IJssel, Rijkswaterstaat, LTO, Vitens, Natuurmonumenten, lokale organisaties en provincie Gelderland. Op 11 maart kregen alle belanghebbenden en belangstellenden in het gebied de gelegenheid kennis te nemen van de eerste bevindingen van het onderzoek en deze eventueel nog aan te vullen. Er namen 120 mensen aan deel en er kwamen brieven binnen van agrariërs over hun uitdagingen als landschapsbeheerder en hun perspectief op de toekomst. De reacties maken onderdeel uit van het eindrapport.

Het rapport brengt het gebied goed in kaart. Alle initiatieven en opgaven voor toekomstige ontwikkelingen staan per uiterwaarde in overzichtelijke kaarten en tabellen. Voorbeelden van opgaves zijn het verbeteren van de waterkwaliteit, verduurzaming van de landbouw, zandwinning, aanpak van de verdroging, bodemerosie van de IJssel, dijkversterking, natuurontwikkeling, scheepvaartknelpunten en uitbreiding van de haven bij Doesburg. Ook de gevolgen en samenhang zijn in kaart gebracht.

Toekomst

Uit de inventarisatie blijkt dat verschillende lopende initiatieven gewoon kunnen doorgaan. Ook wordt ingezoomd op drie grote uitdagingen waarvoor een verdere verkenning nodig is. Dit is ten eerste de aanpak van de verdroging. Hoe kan verdroging door de klimaatveranderingen worden aangepakt voor de landbouw, de natuur en de monumentale gebouwen? Wat is de invloed op de winning van drinkwater in het gebied? Daarnaast is gekeken naar duurzaam ruimtelijk gebruik. Hoe moet de ruimte worden verdeeld en beheerd die in de toekomst nodig is voor de rivier, de landbouw, de natuur en de waterkwaliteit? Hoe houden we de landgoederen duurzaam in stand? Welke verdienmodellen passen daarbij? Tot slot wordt gekeken naar een toekomstbestendig riviersysteem Boven-IJssel. Hoe kan de IJssel de ruimte krijgen, zodat hij zowel bij hoog als bij laag water goed door blijft stromen, de waterkwaliteit verbetert en schepen kunnen varen? Wat betekent dat voor de uiterwaarden?

Vervolg

Er is veel werk verzet om alles scherp in beeld te krijgen, maar dit is het begin. Betrokken organisaties kennen elkaar nu en hebben aangegeven te willen blijven samenwerken, wanneer dat meerwaarde oplevert zonder te vertragen. Dat is een mooi vertrekpunt. Er wordt nu gewerkt aan het opstellen van een plan van aanpak voor de drie grote uitdagingen.

www.gelderland.nl/mirt-hfo

Een Stief Kwartiertje: Natuurvolk

Over natuurvolken zeiden we altijd dat ze onderontwikkeld waren en om ze in de vaart der zogenaamde geciviliseerde volkeren te laten opstomen, stuurden we er zendelingen en missionarissen naartoe en vervolgens ambtenaren en hulpverleners die – geheel passend – ontwikkelingshulp boden. De zendelingen en missionarissen namen hun bijbel mee met hun eigen God, want die natuurgoden aldaar waren ongeloofwaardig. Ambtenaren en hulpverleners namen geld en goederen mee, want ze vonden kralen weliswaar mooi, maar niet als ruilmiddel. Of het resultaat van al die inspanningen ontwikkeling genoemd mag worden, wordt nog steeds betwist.

Wij leven niet meer met de natuur, we strijden ermee. Al eeuwen trachten we de natuur zodanig naar onze hand te zetten dat die doet wat we van haar verwachten. We noemen het natuurbeheer, maar in feite is het natuurbeheersing. Zo hebben we van onze rivieren kanalen gemaakt, maar aangezien we regen en sneeuwval niet in de hand hebben dan ook het waterpeil niet. Dat geeft de natuur steeds de kans de strijd aan te gaan en in 1993 en 1995 namen de rivieren wraak door buiten hun oevers te treden. Sindsdien werken we aan een compromis. Er is meer ruimte voor het water, al bepalen wij nog steeds de grens, althans dat veronderstellen we.

De strijd gaat door, ook op de Veluwe. De afgelopen zomers werden gekenmerkt door grote droogte en dat heeft geleid tot plannen om het water op de Veluwe voortaan vast te houden. Het gesprek daarover stokt nu even, want door de grote golf die Limburg overspoeld heeft, is nu weer even de vraag hoe we dat water zo snel mogelijk wegkrijgen. Op het moment dat u dit leest, is het water alweer gezakt en zullen de gesprekken voornamelijk gaan over wiens schuld het is dat dit toch weer kon gebeuren, met uiteraard als vervolgvraag: wie dat gaat betalen? Een tijdje geleden werd nog het plan geopperd om het overvloedige water van de IJssel naar de Veluwe te brengen, maar om vervuild water naar het zuivere grondwater in de kleischotten in de heuvels te brengen gaat menigeen te ver.

Het klimaat verandert dankzij ons, al lopen er nog steeds te veel klimaatontkenners rond. Zoals we de afgelopen week al vanuit Brussel vernamen, moeten er drastische maatregelen worden genomen om de gevolgen van het opwarmen van de aarde met haar periodieke grote droogte, gevolgd door vloedgolven, binnen de perken te houden. De strijd gaat dus door, zoals ons we in de afgelopen week in Limburg, Luik en de Eiffel gezien hebben. De keerzijde is dat de ellende aldaar bij ons het zondagmiddagtoerisme op gang bracht, want de IJssel is tijdelijk een Veluwezooms binnenmeer.

We kunnen veel leren van natuurvolken. Die nemen van de natuur wat ze nodig hebben, over het algemeen niet meer dan dat. De natuur is de buurman waarmee respectvol wil samenleven. De veronderstelling dat de natuur de mens minder nodig heeft dan andersom is inmiddels achterhaald. De natuur is nagenoeg volledig afhankelijk van ons, al blijft ze strijden voor onafhankelijkheid en komt ze nu en in de nabije toekomst regelmatig met zwaar geschut. We zouden de natuur en het water als bondgenoten moeten zien en de arrogantie overboord gooien dat we altijd moeten winnen. We zouden meer met de natuur moeten samenleven, zoals de natuurvolken dat deden en voor zover ze nog bestaan dat nog doen. Het is feitelijk onmogelijk in de huidige tijd, want om de balans met de natuur te herstellen, hebben we heel veel ontwikkelingshulp nodig.

Desiderius Antidotum

Retrospectief: Schaapskooien in Loenen

In de omgeving van Loenen, Beekbergen en Hoenderloo waren vroeger veel schaapskooien te vinden. De wol en vlees van de schapen waren zeer welkom voor de arme boeren. Soms ging men ook de schapen melken.
In deze omgeving is vooral de schaapskooi in de Loenermark bekend. Vroeger waren er veel meer. Aan de Loenerschepersweg moet rond de vorige eeuwwisseling ook een kooi hebben gestaan. Die was eigendom van het kasteel Ter Horst. Voor een gering bedrag kon de schuur worden gehuurd van de familie Hacfort. Deze familie had vele bezittingen in Loenen. Niet alleen boerderijen, maar ook bossen en fabriekjes die aan de Molenbeek waren gelegen.
De schaapskooi in het veld aan de Loenerschepersweg heeft onderdak geboden aan de schapen van de familie Van den Burg. Ook Willem Klomp van de Vrijenbergweg heeft hier de schapen laten grazen. Overdag was hij op de heidevelden in het Loenerveld en ‘s nachts ging hij met de kudde naar de kooi. Het voordeel hiervan was dat men de schapenmest opspaarde. Deze mest (vermengd met heideplaggen) was nodig op het bouwland.
Een andere schaapskooi stond aan de Horstweg. Het huis nabij de zandweg (Weverstraat) tegenover Vrijheidsboom, wordt nog altijd De Schaapskooi genoemd.
Een schuur (kooi) voor de schapen kon vroeger met goedkoop materiaal worden gebouwd. Voor de gebinten gebruikte men rond hout dat voldoende voorradig was in de bossen. Het dak bestond uit lagen stro die vast werden gehouden met tengels. Het was een heel karwei en zware arbeid. Het vergde ook wel enige ervaring om stevig te kunnen bouwen. De zijkant van de kooi werd opgezet met heideplaggen of hout. Alleen de deuren werden meestal van hout gemaakt. De oude schaapskooi aan de Loenerschepersweg moet er lang hebben gestaan. Toen de grond werd verkocht werd bomen geplant op de heidevelden en had de kooi geen functie meer.
Pas in 1956 kwam in de Loenermark de bekende schaapskooi omdat herder Willem Koestapel met kudde naar Loenen kwam. Jan Rozenboom liet voor hem een kooi bouwen. Een paar jaar geleden kwam op de bosweide een grote riante kooi er bij voor ruim 200 Veluwse heideschapen. Herder Arjan Daalhuisen gaat nog alle dagen de heide op met zijn kudde.

Rick Evers: Nights In White Satin

Wij hadden vroeger thuis altijd de radio aanstaan. Nou ja, radio … Meestal waren het cassettebandjes. Of een lp. Mijn vader was niet zo van de cd’s. En ook niet van kakelende deejays. De muziek die door de speakers galmde was echt jaren zestig. The Cats, Left Side, Simon & Garfunkel en zo nu dan een Elvisje. Ouwelullenmuziek, vond ik toen.

Sterker nog, ik vond dat mijn vader totaal geen verstand had van muziek. Ik luisterde veel liever naar Cotton Eye Joe, Poing of No No, No No No No, No No No No, No No There’s No Limit. Dat was pas echte muziek. Voor mijn ouders vreselijk, maar het kon altijd erger. Mijn buurjongen had de complete Thunderdome-collectie. De ramen trilden er bijna uit.

Naast een flinke cd-collectie, had ik ook vrij veel cassettebandjes. Daar nam ik mijn favoriete nummers mee op. Ik herinner me nog dat ik dagenlang wachtte op Everybody Hurts van REM. Ineens was-ie op de radio. Ik sprintte naar mijn kamer om op te nemen, maar stootte halverwege ontzettend hard mijn teen. Everybody Hurts. Als ik het nummer hoor, heb ik nog steeds pijn.

Inmiddels is het 2021 en is er iets geks gebeurd. Ik luister namelijk liever naar muziek uit de jaren zestig en zeventig dan naar Cotton Eye Joe of Dr. Alban. Sterker nog, ik zet regelmatig een echt klassiekertje op. Mijn favorieten: Angie van The Rolling Stones, Baker Street van Gerry Rafferty en met stip op één: Nights In White Satin van The Moody Blues. Verslavend lekker is het.

Elke dag luister ik naar dit pareltje uit 1967. En in de auto blijf ik maar zappen totdat er ergens weer een klassiekertje langskomt. De grote vraag is natuurlijk: ben ik nu een ouwe lul?

Foi, foi: Eier zuuken

Derk was vrogger un verzamelaar van eitjes van zoveul meugelijk soorten vogels. Hee nam ze mee noa huus en bloazen ze dan uut. An beide kanten van ut eitje worden dan un gaatje emaak en dan heel veurzichtig met un rietje uutbloazen. Al ut vocht mos d’r uut. De eitjes worden mooi gesorteerd bewaard. Hee had d’r al heel wat bie mekare. Toen kon dat nog. Noe zol doar zowat de doodstraf op stoan.
In ut veurjoar trok Derk d’r met zien kameroad op uut um te zien hoevarre de veugeltjes waren met hun nesten. De eksters en de kreeien zaten hoog in de bomen. Doar kon Derk moeilijk biekommen en durven dat ok niet best. Trouwens as hee d’r uut zol vallen en de botten zol breken, waren thuus de eerpels gaar.
Nesten van wilde enten waren vaak in knotwilgen te vinden. Dat wist Derk precies. De waterhoentjes zaten an de rand van de sloten of in ut riet langs de kolken. De kieviten waren oaveral in de weilanden te vinden. Doar hadden de jongens gien moeite mee. An ut zenuwachtige vliegen kon Derk al zien woar de nesten zaten. De kieviteier brachten nog een aardige cent op. As hee d’r un paar had evonden brach hee ze noa un man in ut darp die ze arg lekker vond. Die betalen maar liefst 25 cent per ei. Dat was veur die tied un flink bedrag.
Op un keer waren Derk en zien kammeroad weer de heggen an ut bekieken. Ze verwachten dat doar al wel eier in zaten. Ut was un heel gedoe en met die smerige doorns hadden ze vaak ok de handen kapot. Un bitjen bloed an de handen konden de jongens niks schelen. As ze un paar eier vonden gingen die in de pet.
Klimmen in de knotwilgen ging prima. Zien kameroad ging bok stoan. Ule kent dat wel met de hand samengevouwen. De ander zette zien voet in de samengevouwen handen en hijsen zich umhoge. Meestal was d’r wel un tak woar hee zich an vast kon pakken. Zo ook dit keer. Derk zag un nest met bar mooie enteneier liggen in de knotwilg. Hee stoppen zo’n acht eier rap onder zien pette. Toen rap noa beneden toe, want de jachtopziener kwam nog wel is langs en dan mos hee beneden wèzen. Beiden gauw wat eier onder de pette op de kop.
Hee was maar nauwelijks beneden toe ze in de varte Jansen de jachtopziener an zagen kommen. Ze deden of ze niks wisten. Beien kenden ze de man goed en ze dachten dat ut wel goed zol goan zonder bekeuring. Hee vroeg de jongens wat ze hier deden. “Och”, zeien ze, “wule holt van de natuur en goat graag hier wandelen”. Jansen knikken en deed alsof hee ze geleuven. “Dan bint ule brave jongens”, zei de wildopzichter en gaf beiden un klopje op de kop. Hee had allang ezeen dat de petten wat hoog op de kop stonden en dat doar eier onder zaten. Noa ut resultaat van zien ‘klopjen’ kun ule wel roaden. De jachtopziener vervolgen lachend zien weg, de verbaasde jongens met koppen onder de smurrie achterloatend…

Goed goan,
Martien,
de Platschriever uut Loenen

De tonge is(soms) ut slechtste stuksien vleis in de wereld

Op vakantie in de regio: Glinsterende steentjes in het Gelders Geologisch Museum in Velp

Dat veel mensen in Nederland op vakantie gaan of thuis blijven, is voor de redactie van Regiobode een mooie gelegenheid om deze zomer eens op zoek te gaan naar bekende en minder bekende toeristische pareltjes in onze regio. Deze week: het Gelders Geologisch Museum in Velp.

VELP – “Kijk, dit is sugiliet. Dat is nog duurder dan goud.” Kees Mak weet alles te vertellen over de bijna 4000 verschillende mineralen die te zien zijn in het Gelders Geologisch Museum in Velp. Het museum herbergt ook nog eens zo’n 5000 fossielen en 20.000 gesteenten, maar ook schatten als een dinosaurus-ei, mammoettanden en een fossiel van een krokodilachtige. In een hoekje op de bovenverdieping hangt zelfs een collectie van zo’n 4000 verschillende zandsoorten: keurig gerangschikt in glazen buisjes.

Het Geldersch Geologisch Museum ligt vlak bij het centrum van Velp. Het werd 26 jaar geleden opgericht door meneer Van Dam, die een nieuw onderkomen zocht voor zijn mineralencollectie toen hij kleiner ging wonen. Het ontbrak hem dan wel aan ruimte, maar niet aan geld en dus kocht hij het pandje aan de Parkstraat dat werd verbouwd tot museum. Er werd een stichting opgezet die het museum zou gaan runnen en dat 26 jaar later nog steeds doet.

Kees Mak is plaatsvervangend voorzitter van het Gelders Geologisch Museum, maar vooral liefhebber en kenner van mineralen. Hij weet over elke soort wel iets te vertellen, tot de chemische samenstelling aan toe. “Dit is een doorzichtig stuk bergkristal met heel fijne rutielnaaldjes erin. Het ontstaan is een proces van miljoenen jaren.”
Mak verzorgt en onderhoudt de collectie, die steeds verandert en groeit. “Met enige regelmaat halen we verzamelingen van mineralen op bij mensen die stoppen met hun hobby. Daar zijn we heel blij mee, er zit vaak veel moois tussen.” Samen met andere vrijwilligers sorteert Mak de stenen en geeft ze een plekje in het depot of in het museum. Een deel wordt verkocht in het winkeltje.
De benedenverdieping van het museum is gereserveerd voor de mineralen, die keurig zijn uitgestald in vitrines. Rijen van kasten vol met de meest kleurrijke mineralen in gekke en bijzondere vormen. Elk mineraal wordt voorzien van een bordje met naam en vindplaats. Er is een hoekje dat verduisterd kan worden met een dik gordijn, waar in het donker fluorescerende mineralen te zien zijn. “Al die kleuren en vormen vind ik prachtig”, lacht Kees Mak. “Sinds ik in de bergen mijn eerste bergkristal vond, ben ik een liefhebber. Het is zo bijzonder dat de natuur al dit moois kan maken. Uit een paar elementen zijn alle overige mineralen samengesteld.”

Minder kleurrijk, maar minstens zo interessant is de collectie op de bovenverdieping van het museum. Hier liggen de stenen en fossielen. De collectie gesteenten werd overgenomen van de Universiteit van Wageningen, vertelt Mak. “Niet dat we op zoek waren naar gesteenten, maar de opleiding die er gebruik van maakte stopte. Omdat de collectie anders in de container zou verdwijnen, zijn wij maar met een vrachtwagentje naar Wageningen gereden en hebben een groot deel opgehaald.”
De collectie fossielen kreeg het museum via een van de vrijwilligers en geeft een mooi beeld van het dieren- en plantenleven van miljarden jaren geleden. Kleine beestjes en plantjes zijn voor eeuwig versteend en het Velpse museum heeft een aantal interessante exemplaren, zoals een voorvader van de krokodil en voetafdrukken van de nothosaurus. “Dat is de dinosaurus die hier in de streek voorkwam”, aldus Mak. Het museum beschikt over een heus dinosaurus-ei, dat bij kinderen altijd tot de verbeelding spreekt. “Ik vertel ze altijd dat het ei naar het ziekenhuis is geweest voor een röntgenfoto. Helaas kwamen we er toch achter dat het ei onbevrucht is, er zit niets in.”

Mak doet zijn verhaal graag aan kinderen. “De meeste bezoekers die we krijgen zijn gezinnen of grootouders met kleinkinderen. Je kunt kinderen een heleboel vertellen en de meeste zijn ook echt geïnteresseerd. Ze vinden de mammoettanden mooi, maar ook de verschillende mineralen.” Om kinderen zelfstandig op pad te kunnen laten gaan, is er een speurtocht voor ze door het museum en staat er een microscoop waar ze mineralen onder kunnen bekijken. “Je kunt zelfs je kinderfeestje hier geven of in de schoolvakantie langskomen voor onze kinderactiviteit: het steentjes kraken”, vertelt Mak.
Bij het steentjes kraken mogen jonge museumbezoekers een steentje doormidden breken om te kijken of er een mineraal in zit. Vondsten gaan in een mooi kistje mee naar huis.
Mak verzamelt de steentjes zelf in een groeve in Zuid-Duitsland waar van alles te vinden is. “Ik kom steevast thuis van vakantie met twee kratjes steentjes in de camper”, lacht hij. “Er komen in deze groeve Clara zo’n 500 soorten mineralen voor, dus grote kans dat er wat moois tussen zit. En als een kind iets vindt dat ik zelf nog niet heb, heb ik mooi pech gehad!”

Het Gelders Geologisch Museum
Parkstraat 32, Velp
www.geologischmuseum.nl

Openingstijden:
ma, woe, do, za en zo: 12.00 tot 17.00 uur

Momenteel is er een expositie te zien met als thema agaat, vanaf september staat ammoniet centraal

Foto: Kees Mak laat vrijwilliger Ilse Ellmer een groot stuk kwarts met zwavel zien (én ruiken!)
Foto: Live Fresen uit Arnhem (6) is tijdens een kinderfeestje druk met steentjes kraken

Organisatoren evenementen in onzekerheid door nieuwe coronamaatregelen

REGIO – Het leek een zomer vol festivals en evenementen te worden, maar de oplopende coronacijfers en maatregelen gooide weer roet in het eten. Meerdaagse evenementen zijn sowieso tot 13 augustus niet toegestaan en voor eendaagse evenementen gelden er strengere regels.

“We werden ingehaald door de actualiteit”, vertelt Geert Jan Dijkerman van het Carolina Festival. De organisatie had net een persbericht de deur uit gedaan over het festival dat op 3 en 4 september gepland staat, toen zij, net als velen, overvallen werd door de enorme toename aan coronabesmettingen en de bijbehorende maatregelen. “Toen het er in mei goed uitzag, hebben we vol gas gegeven om alles rond te krijgen.” Het programma was klaar en de voorbereidingen waren in volle gang. “Na het nieuws dat er geen meerdaags evenementen tot 13 augustus mogelijk zijn, hebben we het festival op pauze gezet.”De organisatie koos er bewust voor om het evenement niet meteen helemaal af te gelasten. “Organisatorisch staat alles klaar als het wel mag, kunnen we in augustus in principe gewoon op de knop drukken. Als we het festival nu helemaal afgelasten en het dan alsnog door kan gaan, kan het niet meer. We zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van vrijwilligers, die we overigens nog steeds goed kunnen gebruiken.”
Maar toch blijft Dijkerman reëel. “Het ziet er gewoon niet goed uit. We zijn ook geschrokken van de vele besmettingen bij festivals in de buitenlucht. Hier zou eerst meer duidelijkheid over moeten komen.” Hoe het festival er precies uit zou zien, mocht het doorgaan, blijft volgens hem ook nog onduidelijk. “We zijn afhankelijk van de regels. Dit festival met 1,5 meter afstand gaat gewoon niet lukken. Misschien dat het kan met testen voor toegang. Maar wellicht tegen beter weten in blijven we toch hopen op een mooi festival.”

Viva La France

Ook voor de organisatie van Viva la France in Hummelo kwamen de verscherpingen onverwacht. Op 8 juli kondigden zij het tweedaagse evenement aan voor 21 en 22 augustus en nog geen week later moesten zij dit weer afblazen. “Door de snelle toename van de coronabesmettingen heeft de overheid besloten de regels met betrekking tot evenementen aan te scherpen. Deze aanscherpingen zorgen ervoor dat de Stichting Vive la France met pijn in het hart heeft moeten besluiten deze editie van de brocante- en kunstfair Vive la France te moeten annuleren”, aldus de organisatie. “Gemeenten kunnen op basis van deze regels zeker tot 13 augustus geen vergunningen verstrekken. Mochten er na 13 augustus versoepelingen van de regels aangekondigd worden, dan zal dit voor de Stichting Vive la France te laat zijn om het evenement met de omvang die het heeft, nog te organiseren.” De organisatie hoopt op 9 en 10 juli 2022 in de herkansing te kunnen.

Kermis bij Concordia

De nieuwe eigenaren van Concordia hebben de pijlen voor de kermis nu ook gericht op 2022. Alle voorbereidingen voor het kermisweekend waren in volle gang, maar met de recente ontwikkelingen hebben zij besloten om de kermis bij Concordia niet door te laten gaan. Bij de voorbereidingen hadden zij intensief contact met het St Jansgilde. De Brummense kermis bestaat immers uit de drie-eenheid kermis, vogelwei en Concordia. Het afgelasten van zowel de vogelwei als het feest in en rond Concordia betekent zeker niet dat het contact of de samenwerking stopt. Olaf Harleman, coördinator van de kermis, heeft er alle vertrouwen in: “Als we de krachten in Brummen bundelen, kunnen we er in 2022 weer een prachtige happening van maken.”

Foto: Team Carolina Festival 2021, op de foto staan (vlnr): Merlijn Bergisch, Jeroen Sprangers, Juul van Rijn, Sander Demmink, Bas Bolder, Allette Schellevis, Winnie Dijkerman, Geert Jan Dijkerman, Brendy Bosveld en Menno van Middelkoop. Kim Som ontbreekt op de foto.