Home / Tag Archives: Alle-Regiobode

Tag Archives: Alle-Regiobode

Retrospectief: De Molen-Allee in Loenen

Rondom de (voormalige) bezittingen van het kasteel Ter Horst loopt de oude weg: Molen-Allee. Een Allee is een weg met aan weerzijden een dubbele bomenrij. Een enkele rij wordt een laan genoemd. Het was de oude toegangsweg tot het kasteel dat vroeger, voor de grote verbouwing in 1791, een belangrijke weg was. Bij de verbouwing met het voorplein en de koetshuizen kwam de toegang tot het kasteel aan de Hoofdwegzijde. Men spreekt dan ook wel over ‘Het omgekeerde kasteel’.
Aan de Molen-Allee waren vroeger een drietal watermolens: De Bovenste Molen, De Grote Slatsmolen en de Kleine Slatsmolen. De papiermakers vestigden zich aan de Molenbeek. Loenen heeft vroeger minstens 15 papiermolens gekend.
Van de Bovenste Molen is alleen nog de waterval te zien. Vele jaren is hier papier gemaakt. Papiermaker Schut vertrok van deze plek en bouwde aan het Apeldoornsch Kanaal een grote nieuwe fabriek. Die bekendheid kreeg als Cartonfabriek Wed. J.W. Schut. Hier wordt nog altijd massief karton geproduceerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van het water uit het Apeldoornsch Kanaal. Thans is het bedrijf in handen van het Belgische bedrijf Smart.
Zoals meerdere papierfabrieken kwam op de Bovenste Molen ook een wasserij die gebruik maakte van het heldere beekwater voor het reinigen van de kleding. De Gebroeders Tabor hebben hier lange tijd de wasserij gerund. Nadien is het nog enige jaren een palletfabriek geweest totdat het gebouw in vlammen opging.
Aan de Molen-Allee stonden nog meer papiermolens. Het gebouw van de Grote Slatsmolen bestaat nog altijd. Verschillende papiermakers hebben hier hun beroep uitgeoefend. Nadien is het een tijdlang een korenmolen geweest. De firma Wijngaards was hier lang werkzaam. Thans doet het pand dienst als woning en wordt grondig gerestaureerd.
Naast de Grote Slatsmolen stond de Kleine Slatsmolen. Ook hier woonden en werkten papiermakers. Later werd het een boerderij. Het gebouw is afgebroken om plaats te maken voor een dubbel woonhuis van de familie Van Dijk.
Aan de Molen-Allee is ook het Zwembad te vinden en ook het complex van de Loenense Tennisclub is hier in de vorige eeuw gekomen. Sinds enkele jaren is nabij De Bovenste Molen ook de minicamping Molen-Allee te vinden.
De Molen-Allee is nog altijd een fraaie wandelweg met aan weerszijden Hollandse eiken die van oudsher toebehoren aan het kasteel.

Snellere sluiting drugspanden

REGIO – De gemeenten Rheden, Doesburg en Rozendaal staan voor een krachtige aanpak van illegale handel in soft- en harddrugs. Het bestaande beleid in deze gemeenten is nu aangescherpt. Burgemeesters gaan sneller over tot sluiting van woningen en panden als hier dit soort praktijken worden geconstateerd. Voorheen was het uitgangspunt om eerst te waarschuwen en bij een volgende overtreding te sluiten. Nu is het uitgangspunt om bij de eerste constatering het pand te sluiten.De burgemeesters kunnen nu bij een hennepplantage of drugslab dat in voorbereiding is, ook overgaan tot sluiten van een woning of pand. Door een aanpassing van de Opiumwet mogen de burgemeesters dit nu doen.

Invoering CoronaMelder in Gelderland gepland op 1 september

REGIO – Achter de schermen wordt hard gewerkt aan de coronavirus-app CoronaMelder. Deze app, die mogelijk per 1 september landelijk ingevoerd wordt, is een aanvullend middel op de RIVM-richtlijnen om een tweede coronagolf te voorkomen. Vanaf half augustus wordt in de praktijk getest hoe CoronaMelder werkt in aanvulling op het reguliere bron- en contactonderzoek van de GGD. In de tweede helft van augustus spreekt de Tweede Kamer zich uit over CoronaMelder.

Het coronavirus is nog steeds in Nederland. Ook in Gelderland. Daarom is het belangrijk alert te blijven en je te houden aan de basisregels: houd 1,5 meter afstand, werk zoveel mogelijk thuis, vermijd drukke plekken en was vaak je handen. Heb je klachten? Blijf dan thuis en laat je testen. Alleen als nieuwe besmettingen snel worden ontdekt, kunnen we elkaar beschermen.
CoronaMelder helpt hierbij. Dankzij de app krijgen meer mensen in korte tijd bericht dat ze in de buurt zijn geweest van een besmet persoon. Dit kan een bekende zijn, maar bijvoorbeeld ook iemand bij wie je in de buurt zat in het openbaar vervoer die ook de app op zijn of haar telefoon had staan. Hierdoor bereikt CoronaMelder, ter aanvulling op het reguliere bron- en contactonderzoek van de GGD, ook mensen die een besmet persoon niet kent of herinnert. Doordat al die mensen zich eerder kunnen laten testen, wordt de kans op verdere verspreiding van het virus beperkt.
De app is nog in ontwikkeling. Eind augustus wordt beslist of de app er komt. Het gebruik van de app is vrijwillig. Niemand mag je verplichten de app te gebruiken. CoronaMelder werkt met Bluetooth, niet met locatiegegevens (GPS). De app weet dus niet waar je bent en kan je niet volgen. In de app vul je geen persoonlijke gegevens zoals je naam of telefoonnummer in.
CoronaMelder geeft geen meldingen over actuele besmettingen in de buurt. Daarom is het belangrijk ook 1,5 meter afstand te houden en veelvuldig je handen te wassen.

www.coronamelder.nl

Rick Evers: Schrijf eens even normaal, joh!

Een vriend van me had laatst een date. Vreselijk gezellig was het en het klikte als een malle. ‘Misschien ben ik wel verliefd’, zei hij optimistisch na één gezellige avond. De volgende dag kreeg hij een appje van haar: ‘In navolging op ons prettige onderhoud van 26 juli jl. doe ik je thans geheel vrijblijvende de onderstaande opties toekomen voor een vervolgafspraak.’ Hij schrok zich kapot.

Vreemd? Absoluut. Verzonnen? Ook dat. Maar als het zo doorgaat met onze schrijftaal, gaan we die kant wel op. Ik zie het overal. Mensen die gewoon wonen in Raalte en in een sollicitatiebrief ineens ‘woonachtig’ zijn in Raalte. Tegen vrienden zeggen ze dat ze werken bij Beaphar en in een brief zijn ze ineens ‘werkzaam bij’. Waarom die onzin?

Bedrijven maken er natuurlijk ook een potje van. Die sturen nooit twee documenten op. Is je dat wel eens opgevallen? Nooit. Ze doen ons altijd ‘een tweetal documenten toekomen’. Een tweetal. Zouden ze dat thuis ook doen? ‘Jelle, hoeveel boterhammen wil je nog, eentje of een tweetal? En wil je mij de boter even doen toekomen? Ik afwachting van je reactie verblijf ik hier, op mijn stoel aan de eettafel.’

Het is allemaal valse zakelijkheid. Duurdoenerij dat nergens op slaat en ook nergens toe leidt. Tweeënhalf miljoen mensen in Nederland zijn laaggeletterd. Die willen geen tweetal documenten, die hebben liever gewoon twee briefjes. Geen hemelwaterafvoer, maar een regenpijp. Geen werkzaamheden die aanvangen, maar die gewoon beginnen. Liefst per heden. Vandaag nog dus.

We doen trouwens niet alleen al die laaggeletterden een plezier met normale teksten, ook mensen die hooggeletterd zijn (het woord bestaat niet, weet ik, maar je weet best wat ik bedoel) hebben veel liever teksten in eenvoudige taal. Dus doe jezelf en iedereen om je

Een Stief Kwartiertje: Illusie

Sport verbroedert is een bekende uitdrukking. Wie de fraaie en vrome stelling heeft bedacht weet ik niet, maar de bewuste man of vrouw zal zich menigmaal in het graf hebben omgedraaid bij het zien van allerlei besognes in de sport, die niet bepaald bijdragen aan de onderlinge cohesie; ergo, vaak een bron zijn van spanning, conflict en uitsluiting. Het turnen heeft deze week laten zien hoe moeilijk het is op de menselijke evenwichtsbalk te blijven staan.
We willen zo graag dat sport verbindt, een gevoel van saamhorigheid schept en voor onderling respect zorgt, maar sporters, trainers en bestuurders laten zelf vaak voortdurend zien dat de goede intentie er wel is maar de weg naar verbroedering al struikelend wordt afgelegd en de finish niet gehaald. En u weet dat voor intenties, hoe goed ook, geen medailles worden uitgereikt. Kortom, sport kan verbroederen als winst en verlies niet zo bepalend zouden zijn, maar iedereen weet dat het juist daar om gaat. Zelfs de gevleugelde slagzin van de Olympische Spelen: meedoen is belangrijker dan winnen, heeft al heel vaak de eindstreep niet gehaald, laat staan een medaille verdiend. Van Genève nu maar naar de Veluwezoom.

De tennissers in Dieren slaan al geruime tijd de ballen niet meer over het net, maar rechtstreeks op elkaar. Het bestuur en de parkeigenaar hadden zelfs het speelveld verplaatst naar de rechtszaal, maar de rechter stuurde ze opnieuw de baan op, waar ze eindeloos bleven bakkeleien over in of uit, waarna ook de toegestroomde leden langs de lijn zich ermee gingen bemoeien en de chaos binnen en buiten de baan alleen maar groter werd. Van verbroedering is vooralsnog geen sprake, maar elke oorlog leidt uiteindelijk tot vredesbesprekingen, doch niet altijd tot verbroedering, de pijn van de oorlog kan lang doorzeuren. De opgave is om met elkaar vast te stellen dat het vorige punt gespeeld is en het nu gaat om het volgende punt. Sportiviteit is de basis voor verbroedering.
In Oeken en Brummen is het inmiddels ook tot een crisis gekomen. Beide voetbalclubs hebben een aantal jaren geleden gezamenlijk het jeugdvoetbal opgepakt en ook het vrouwenvoetbal onder het motto ‘sport verzustert’ samen een impuls gegeven en dat is zo goed gelukt, dat de besturen nu op ramkoers liggen hoe het verder moet. Dat kan, weten we nu, want sportbestuurders zijn bijzondere mensen. Brummen wil fuseren en anders de stekker eruit trekken en Oeken wil gewoon Oeken blijven. Oeken beleeft het als een smerige tackel van achteren, terwijl Brummen veinst enkel de bal te spelen. Het zou goed zijn als ze beide voor de derde helft aan de bar van de Vroolijke Frans aanschuiven in de hoop dat door de alcohol de goede emoties komen bovendrijven.

Sporters zijn mensen en dus is er even vaak sprake van sociale samenhang als van uitsluiting. Sport kan cohesie bevorderen, maar vriendschappen ontstaan daar voornamelijk tussen mensen met dezelfde sociale achtergrond; dat biedt hoop voor Dieren, Brummen en Oeken. Vroeger was het nog erger, toen had je katholieke, protestantse, joodse, socialistische en “neutrale” verenigingen en was uitsluiting eerder regel dan uitzondering. De tijden zijn veranderd maar mensen gaan lang niet altijd met de tijd mee.
Dat sport goed is voor de lichamelijke gezondheid staat buiten kijf en als sport verbroedert komt het ook nog ten goede aan het geestelijk welzijn. Inmiddels is onomstotelijk vastgesteld dat sport over het algemeen niet verbroedert en dus een illusie is en de geschiedenis van de mensheid leert dat mensen bewegen van illusie naar illusie.

Desiderius Antidotum

Foi, foi: Beroerte…

Boeren hadden mekaar vrogger meer neudig. Ze mossen nog wel is biespringen. Dat kon allemoal. Noe kunt ze alles zelf af met die grote machines. Maar burenhulp was vrogger hard neudig. Op un keer mos Jan en zien vrouw achter de Iessel noa un brullefte. De boer dos hoast niet te goan, want Clara, maar een van de beste koeien stond op kalveren. Zee kon elke dag ‘melk wörden’. De koe kon Jansen natuurlijk niet an heur lot oaverloaten want ut kon ok wel is mis goan. De boer met koffietied noa de buurman um die te vroagen effen te kieken. De buurman wol dat wel doen. “Dat doe ik wel, maar dan goa ik wel effen noa ule huus en blief doar wachten totdat ut kalf d’r an kump. Um noe elke keer deur de kolde wind te lopen van mien noa oe boederie um te kieken hoevarre ut is, dat vindt ik niks”. Zo gebeuren ut. De buurman zoch zich ’s oavonds un gemakkelijke stoel op noast de warme kachel. Zo noe en dan ging hee effen noa de dèèle um te kieken hoe ut met Clara stond. De uren gingen veurbie maar gien kalf. Ok niet toen Jansen en zien vrouw weerkwamen van de brullefte. Beiden hadden un beste snipper op. Dat zag de buurman ok wel. Hee wol ze niet alleen loaten want wat kon d’r wel niet gebeuren. Och en op zo’n feestjen kon ut best gebeuren dat ut uut de hand liep dat had hee zelf ok wel is mee emaak. “Weet ie wat”, zei de buurman, “goat ule maar noa berre toe dan blief ik hier wel bie de kachel zitten. As ut zovarre is roep ik wel want ut schiet noe wel aardig op”.
Zo gebeuren ut krek. De kachel bleef nog lekker warm en de buurman zoch de gemakkelijke stoel weer op, maar sloapen durven hee toch niet. Hee vertrouwen Clara veur gien cent. In de margenuren kwam d’r eindelijk schot in de bevalling van de koe. De peutjes waren d’r al en noe mos d’r toch wat gebeuren.
Hee noa de sloapkamer van Jansen en zien vrouw. Maar de feestgangers waren natuurlijk in diepe sloap. Ze waren heel varre weg. Ut kosten de buurman heel wat wark um de buurman wakker te kriegen. Jansen kwam oaverende met un duffe kop en begreep eindelijk wat d’r mos gebeuren. Hee kwam uut berre en deed de bokse en blauwe kiel aan. En noe noa de dèèle. De man vuulen zich arg slech te passe. Wat vuulen hee doar toch in de mond. Alles deed zeer. “Buurman”, zei Jansen tot zien oppas, “Ik heb un scheve mond en kan bienoa niet proaten. Ik geleuve dat ik un beroerte heb ehad”. Inderdoad de buurman zag ut ok. De mond stond scheef, maar effen later kwam de vrouw ok de dèèle op en riep: “Jan heb ie mien kunstgebit in?”. Jan d’r op af en ja heur ze ruilen de gebitten en alle ellende was weer veurbie… Wat un opluchting veur Jan. Ut mooie veerskalf effen later maken weer veul goed…

Goed goan,

Martien, de Platschriever uut Loenen

‘Zalig wörden is mooi a’j d’r bie in lèven konden blieven’

Publiekscampagne tegen voeren van wilde zwijnen

REGIO – Een voorlichtingscampagne en een film van filmmaker Luc Enting met presentator Harm Edens moeten bezoekers van de Veluwe deze zomer bewust maken van een groeiend probleem: gevaarlijke situaties met wilde zwijnen door hun toedoen, met afschot als gevolg. Initiator van de campagne Carla Versluys: “Een steeds groter groep toeristen voert de zwijnen en tekent hiermee het doodvonnis van de dieren.”

Al jaren ontdekken toeristen op de Veluwe dat close encounters met wilde zwijnen te creëren zijn. De van nature schuwe dieren, altijd op zoek naar voedsel, laten zich maar al te graag naar plekken lokken waar ze door steeds meer mensen gevoerd worden. Dat levert ongewenste en zelfs gevaarlijke situaties op voor mens en dier. Lang nadat de toeristen vertrokken zijn, komen de half tam gemaakte varkens weer terug en gaan op zoek naar het makkelijke voedsel. Zo worden ze een eenvoudige prooi voor stropers, komen op nietsvermoedende wandelaars af waarbij ze ook flink kunnen bijten en lopen soms gewoon naar aankomende auto’s toe, want daar zijn ze nu niet meer bang voor.
Gijs van Aardenne, Landelijk voorzitter Stichting Wildaanrijdingen Nederland: “Toeristen die wilde dieren voeren op en langs wegen veroorzaken jaarlijks veel dierenleed en gevaarlijke situaties. Vaak zonder dat zij dit beseffen. Wilde dieren moeten ‘wild’ blijven. Zodra het natuurlijke gedrag verdwijnt leidt dat tot problemen en veelal de dood. Op de Veluwe sneuvelen hierdoor nu jaarlijks tientallen wilde zwijnen. Bij aanrijdingen zijn ze dan meestal niet direct dood en vluchten het bos in om op een stil plekje ellendig en pijnlijk dood te gaan.”

Carla Versluys zag het jaarlijks terugkerend drama met lede ogen aan en besloot in actie te komen. Ze wist diverse partijen achter zich te scharen om samen met haar een publiekscampagne op te zetten. Zo kreeg ze ondersteuning van Veluwe-op-1, een netwerkorganisatie met onder andere natuurorganisaties, gemeenten en recreatieondernemers. Ook filmmaker Luc Enting, bekend van onder andere de film Wild, leverde een bijdrage aan de campagne en maakte een voorlichtingsfilm ter inleiding op een breed gedragen publiekscampagne, waarin niet alleen de gevolgen van het onwetende gedrag worden uitgelegd, maar ook ideeën worden aangedragen waarmee de dieren op een verantwoorde manier te beleven.
De film is te zien via YouTube, zoek op ‘wilde zwijnen voeren’.

https://youtu.be/-FTGKwZ2JDo

Een Stief Kwartiertje: Miljoenendans

In Eerbeek en Loenen heeft men de afgelopen week een gat in de nog steeds enigszins geurende lucht gesprongen om daarmee ruimte te maken voor 170 miljoen euro. Wie zou daar geen sprongetje voor willen maken. Dat bedrag heeft de provincie toegezegd voor het Project Eerbeek-Loenen 2030, een grootscheepse actie om de papierindustrie op te krikken en daarmee ook de leefbaarheid van de dorpen een impuls te geven. De armlastige gemeente Brummen en het al even rijke Apeldoorn hadden de provincie nodig, anders zouden de fraai geformuleerde plannen slechts op het eigen even fraai geproduceerde papier blijven liggen.

Er gaat heel wat gebeuren tot 2030, als we de plannen mogen geloven. Het Burgersterrein in Eerbeek wordt Logistiek Centrum, de papierindustrie innoveert, moderniseert en verduurzaamt, het wegennet wordt aangepast, er komt een energietransitie, het vrachtverkeer wordt keurig geparkeerd en het masterplan Eerbeek zorgt voor een vitaal centrum waar de beek, als veroorzaker van al deze bedrijvigheid, als een levensader doorheen stroomt. De beek voert voortaan niet alleen water maar vooral ambitie. Er zitten overigens wel wat kreukels in de papieren plannen. Alle plannen hebben weliswaar een relatie met elkaar, maar ook weer niet. Zo gaat het plan voor de wegen haar eigen weg en blijft Loenen worstelen met de drukte op de N786. Daarnaast geldt de verduurzaming vooralsnog alleen voor de industrie en niet voor de dorpen, maar men heeft er alle vertrouwen in dat de goedgebekte projectgroep deze hiaten moeiteloos dicht praat.

De grootste uitdaging ligt echter in de op alle fronten herhaaldelijk uitgesproken wens dat alle inwoners en belanghebbenden gaan meepraten over de verdere invulling van alle plannen, die overigens op basis van onderzoeken en conceptbesprekingen al enigszins zijn uitgekristalliseerd. Het vraagt heel veel studie en kennis, zeker voor de man in de straat, om de problematiek in de vele verbanden te kunnen doorgronden en er vervolgens een adequate reactie op te geven. De dorpsraden praten nu al mee, maar zullen wellicht deskundigen moeten inhuren om gewenst tegenwicht te kunnen bieden. Er is een zogenaamde participatieladder opgesteld voor ieder project in de planuitwerkingsfase. Uiteraard staat het bol van de goede bedoelingen en die zullen er zeker zijn, maar de uitdaging in deze projecten, die al een behoorlijk uitgewerkte voorgeschiedenis hebben, ligt in het uitzoeken waar nog wel en waar geen invloed meer op uit te oefenen is. Een bijkomend probleem bij de gewenste inspraak is het gegeven dat het allemaal digitaal moet plaatsvinden; alleen discussies op papier en iedereen in de buurt weet hoe geduldig en vervangbaar papier is. Bovendien ligt het accent van alle plannen duidelijk op de innovatie van de papierindustrie, in de hoop en verwachting dat in het kielzog daarvan de ontwikkeling van de dorpen wordt meegenomen.

Iedereen in het gebied begrijpt hoe belangrijk de papierindustrie en de aanverwante bedrijfstakken zijn, net als dat iedereen snapt hoeveel gezinnen ervan afhankelijk zijn. De industrie is de levensader en de beek is de symbolische verbeelding van het verleden. Aangezien de fabrieken vanuit de historie veelal binnen de bebouwde kom en dus in woongebieden liggen zal er altijd een spanningsveld zijn tussen de verschillende belangen en moeten de veel beleden begrippen, zoals leefbaarheid en woongenot, daar hun plek bevechten. Vanuit die aspecten bezien zou de verkeersproblematiek een wezenlijk onderdeel van het geheel moeten zijn en niet de parallelweg.
Geen idee of 170 miljoen genoeg is, meestal blijft er ook na de sprong nog altijd een gat over.

Desiderius Antidotum

Rick Evers: Slapen is voor watjes

De meeste mensen slapen zo’n acht uur. Ik ook. Maar dan wel verdeeld over drie nachten. We hebben namelijk een baby. Een klein kereltje. En dat is prachtig. We moesten er wel iets voor opofferen. Onze nachtrust. Iedere drie uur wil meneer graag een flesje opgeloste melkpoeder. Geen probleem.

Ik geef eerlijk toe; in het begin was het even wennen. Mijn vrouw en ik kregen dezelfde verschijnselen door het weinig slapen: dingen omgooien, dingen laten vallen, dingen vergeten, tegen deurposten aan lopen, onze kleine teen stoten, boos worden om kleine dingen, onze grote teen stoten, in slaap vallen bij het avondeten, drie keer dezelfde reclamefolders doorbladeren. Veel dingen dus.

Maar alles went. Ook slaaptekort. Bovendien is gedeelde smart halve smart. Daarom slapen we allebei amper en zeggen we tegen elkaar dat slapen voor watjes is. Zonde van de tijd ook. Bovendien, Donald Trump schijnt ook maar vier uur per nacht te slapen en die functioneert toch ook prima…. Of is dat niet zo’n goed voorbeeld?

En dan heb ik de voordelen nog niet eens genoemd van ‘s nachts wakker zijn. Zo kunnen we eindelijk genieten van onze solar lampen in de tuin. Prachtige dingen. Overdag laden ze op met een zonnecelletje en als het donker is, springen ze aan. Hartstikke gezellig voor de nachtdieren in de tuin, maar als je zelf in bed ligt, heb je er niets aan. Totdat we dus zelf ook nachtdieren werden. Lampjes kijken, heerlijk.

Daarnaast proberen we tegenwoordig uilen, vossen, wilde zwijnen, nachtvlinders, vleermuizen en inbrekers te spotten. Dat houden we per diersoort allemaal bij in een speciaal boekje. Overal staat nog een nulletje achter, maar het maakt de nacht toch een stuk interessanter. Nee echt, ik twijfel sterk of ik ooit nog weer terug wil naar acht uur slapen per nacht.

Gelderland wil investeren in natuurinclusieve bedrijven

REGIO – Gedeputeerde Staten van Gelderland wil investeren in ontwikkelingen op het gebied van natuurinclusieve bedrijven in de land- en tuinbouw, die voldoende inkomen opleveren voor de boer en kunnen worden doorgegeven aan een volgende generatie. Dat staat in het stuk ‘Toekomst voor de Gelderse boer’, dat door Gedeputeerde Staten is vastgesteld.

Boerenbedrijven zijn belangrijk voor Gelderland: voor de leefbaarheid van het platteland, voor de Gelderse economie en voor het produceren van ons voedsel. Daarnaast kan de agrarische sector een belangrijke bijdrage leveren aan bijvoorbeeld de energietransitie, het klimaat, een biodiverse natuur en een gezonde leefomgeving. “Ruim de helft van onze provincie bestaat uit landbouwgrond. De land- en tuinbouw zijn een onderdeel van onze Gelderse identiteit”, zegt Gelders gedeputeerde landbouw Peter Drenth. “Dat willen we behouden en dat betekent dat het ook voor jonge, startende boeren aantrekkelijk moet blijven om in deze sector aan het werk te gaan.”
Provincie Gelderland zet vooral in op het behoud van gezinsbedrijven in de agrarische sector die qua omvang aansluiten bij het Gelderse landschap. Gezinsbedrijven hebben een belangrijke rol in de plattelandseconomie doordat de boer(in) en het gezin een lokale binding hebben en zorgen voor het behoud van bijvoorbeeld scholen en winkels op het platteland. Daarvoor is het wel nodig dat deze bedrijven een volwaardig inkomen opleveren. Dat kan bijvoorbeeld als boeren die kiezen voor natuurinclusieve productie en gesloten kringlooplandbouw met een lagere stikstofuitstoot daar meer geld aan overhouden of beter worden beloond dan een boer die die keuze niet maakt.

Daarvoor is het volgens de provincie belangrijk om naar de hele keten te kijken. Zoals naar de voedingsmiddelenindustrie, de supermarkt en de consument. De provincie wil in gesprek met supermarkten over hoe zij de afzet van duurzame producten kunnen vergroten en hoe ze meer lokaal kunnen inkopen. Daarin spelen ook consumenten een grote rol.
Om de boer met toekomstplannen te helpen, richt de provincie zich op drie sporen: ontwikkelkansen voor bedrijven, het bieden van ruimte om te experimenteren en nieuwe verdienmodellen voor duurzame agrarische bedrijven. Hierbij ziet GS kans om extra te investeren in innovaties en proefboerderijen waarbij nog meer een accent ligt op kennisuitwisseling. Ook wil GS helpen de ontwikkeling van nieuwe duurzame vormen van landbouw zoals Agroforestry en de overstap naar biologische landbouw mogelijk te maken door samen te werken met ketenpartijen.
Gedeputeerde Staten gaat nu eerst verder in gesprek met Provinciale Staten en met de sector over wat er nodig is voor een economisch en ecologisch duurzame landbouw. Dat hangt vaak af van lokale omstandigheden. Drenth: “We hebben een land- en tuinbouwsector waar we oprecht trots op kunnen zijn, maar de sector maakt grote veranderingen door. Als provincie willen we boeren en tuinders in Gelderland hierbij ondersteunen en ruimte voor hen creëren zodat ze de toekomst met vertrouwen tegemoet kunnen zien. Daarbij willen we ook van hen horen hoe we hen het beste kunnen ondersteunen.”