Home / tweetpost

tweetpost

Rick Evers: Ik hou van planten

Bestaat er een clubje met mensen die altijd hun planten dood laten gaan? Dan wil ik heel graag met die lui in contact komen. Misschien kunnen we ervaringen uitwisselen, tips delen of gewoon lekker samen een potje janken. Er zijn namelijk slechts twee planten in en om het huis die het echt goed doen. Maar die zijn van plastic.

En we doen zo ons best, mijn vrouw en ik. Zij zorgt voor de binnenplanten, ik doe de buitenplanten. Al onze liefde stoppen we erin. Net als water, voeding en allemaal lieve woordjes. Zo neem ik regelmatig buiten met de hortensia’s de dag door. Ik vertel ze wat we gegeten hebben, wat de coronacijfers doen en wat voor weer het morgen wordt. Ook tegen de Japanse esdoorn lul ik honderduit.

Hielp het allemaal maar. Ons meest recente slachtoffer is de olijvenboom. Prachtig boompje dat ik tijdens de strenge vorst van afgelopen winter netjes in het tuinschuurtje heb getild. Ik had daarna drie weken last van mijn rug, maar je moet er iets voor over hebben. Alleen krijg je er zo weinig voor terug. De kleine blaadjes aan het boompje zijn inmiddels zo bruin als hopjesvla en zo droog als beschuit.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over onze mooie palmboom. Apetrots waren we op de Trachycarpus. Het gaf zo’n heerlijk tropisch sfeertje in de tuin. En omdat ie te zwaar is om te verplaatsen, heb ik hem tijdens de winter netjes ingepakt. Met noppenfolie en al. Helemaal afschrijven doen we hem trouwens nog niet, maar fris en fruitig is een ander verhaal.

Buxusboompjes? Hou op. Allemaal dood. Al lag dat niet aan ons, maar aan de rupsen. Het punt is: alles wat groen is gaat dood. Behalve het onkruid natuurlijk. Dat zie ik gewoon groeien. Ik vind het echt een rotstreek. Misschien stop ik er maar gewoon helemaal mee. Niemand wordt meer verplaatst, niemand krijgt meer water of mest en ik lul ook tegen niemand meer. Laat ze het lekker uitzoeken. Klereplanten.

Rick Evers: 1 miljoen mensen 1 euro

Wat nou als één miljoen mensen mij één euro geven. Dat dacht Nathalie de Jong, een veertigjarige vrouw die vastloopt op de huizenmarkt. Zoals zovelen tegenwoordig. De huren rijzen de pan uit, wachttijden zijn dramatisch lang en koopwoningen zijn al verkocht voordat ze op Funda komen. Kortom, ellende. En eigenlijk zit er niets anders op dan bij de pakken neerzitten.

Of creatief zijn dus, zoals Nathalie, die een crowdfundingsactie is gestart. Niet voor de arme kindjes in Afrika, niet voor verwaarloosde cavia’s, maar voor haarzelf. Je moet het maar durven. De reacties op social media zijn dan ook niet mals. ‘Ga werken voor je geld’, zegt de een. ‘Je hebt toch een dak boven je hoofd, zeurpiet’, zegt een ander. ‘Wel geld voor tattoos, piercings, een konijn en een hond’, zegt een derde.

Kortom, de weg naar het miljoen is nog lang voor onze creatieve bedelaarster. Maar omdat ik toch nieuwsgierig werd, keek ik even op haar donatiepagina. En wat denk je: dik zesduizend euro opgehaald. Weliswaar nog lang geen miljoen, maar toch. Zesduizend euro. Daar koop je in noordoost Groningen bijna een vrijstaand huis voor. En in Amsterdam kun je voor dat bedrag twee maanden een studentenkamer huren.

Het bedrag was natuurlijk nog veel hoger geweest als Nathalie er iets leuks aan had gekoppeld. Want wat krijgen de donateurs nu terug voor hun geld? Niets, nada, noppes. En op een uitnodiging voor de housewarming hoeven ze ook niet te rekenen, want een miljoen bezoekers in huis mag nog niet van Mark en Hugo. We zitten nu op vier, geloof ik.

Daarom doe ik het anders. Want uiteraard ben ik geïnspireerd door het geld, ehhh haar verhaal. Dus allerliefste, trouwe lezer, wil jij één euro aan mij overmaken? Dan beloof ik dat ik volgende week weer een goede column schrijf.

Rick Evers: Een bloemlezing

Er zitten drie bloemenzaken in ons mooie dorpje. Best veel eigenlijk. Zeker als je weet dat alle supermarkten ook nog eens bloemen verkopen. Voor een man betekent dit bovendien dat er weinig excuses zijn om niet regelmatig met een bosje thuis te komen. Kleine moeite, groot plezier. Maar bij wie haal ik die krengen?

Het dichtstbijzijnde bloemenzaakje zit op nog geen driehonderd meter van ons huis. Hartstikke aardige mensen, maar de bloemen zijn niet denderend. Sterker nog, het is nog geen twee minuten lopen naar huis en sommige bosjes halen dat nog maar net. Niet de bedoeling natuurlijk. Ik wil geen bloemen voor onderweg, ik wil bloemen die ook nog even thuis in de vaas staan. Minstens een week.

De supermarkten dan. Die bieden vaak ‘zeven-dagen-vaas-garantie’. En dat klinkt goed, maar als je iedere keer met een slecht bosje terug moet, wordt dat wel een beetje gênant. Zo ben ik eens drie weken achter elkaar met een verlept bosje rozen teruggegaan naar Albert Heijn. Na één keer ben je trots op jezelf dat je teruggaat. Na twee keer voel je je bezwaard en na drie keer ben je een grote zeikerd.

Afgelopen week probeerde ik bloemenzaakje nummer twee. Een groet kon er niet af toen ik binnenkwam, maar goed, we hebben allemaal wel eens een pesthumeur. Vervelender werd het toen de bloemenmevrouw zei: ‘meneer, wilt u de bloemen niet aanraken’. Dat wordt lastig thuiskomen, dacht ik, met bloemen die ik niet mag aanraken. Maar ik liet me niet uit het veld slaan en kocht een boeket rozen.

En nu hebben we dus een probleem. Want waar de bloemen van de aardige mensen om de hoek al verwelken als je er naar kijkt, lijken de bloemen van de boze mevrouw het verrassend goed te doen. Wie moet ik kiezen? Godzijdank is er nog een derde zaakje. Als ze daar sterke bloemen hebben en ook nog aardig zijn, neem ik elke week een bosje mee naar huis.

Rick Evers: Hamburgerfobie

Het zal zo’n vier of vijf maanden geleden zijn. Een half jaar misschien. We aten een hamburger en we werden ziek. Mijn vrouw en ik. Het kwam er van onder en boven tegelijkertijd uit. En als je de dag zo begint, weet je dat het een lange dag gaat worden. Hadden we maar nooit die hamburgers gegeten, dachten we allebei.

Het zijn van die gedachten die me terugvoerden naar mijn jeugdige jaren. Je kent het wel. Je gaat uit met vrienden, drinkt een glaasje te veel, wordt de volgende dag pas rond het middaguur wakker en denkt: ik drink nooit meer. Het verschil hierbij is dat ik de week erna weer vrolijk met een biertje op de dansvloer stond. Die hamburger daarentegen, heeft sindsdien nooit meer op het menu gestaan.

Cibofobie, zo heet de angst voor voedsel. Je durft dan niet meer te eten en bent bang om ziek te worden. Je hebt ook nog Carnofobie, de angst voor vlees. Maar veel specifieker dan dat wordt het niet. Gelukkig herken ik me daar niet in. Wel zo prettig met het barbecueseizoen in aantocht. Maar die hamburgers, die laat ik toch nog steeds liggen. Daarom heb ik waarschijnlijk Hamburgerfobie. Als dat niet bestaat, dan bestaat het bij deze.

Dat we zo ziek werden van die hamburger, is waarschijnlijk mijn eigen schuld. Ik nam het niet zo nauw met de spelregels rondom koel bewaren en invriezen. Een pak hamburgers kopen in de supermarkt, een paar dagen in de koelkast bewaren, alsnog invriezen, later weer ontdooien om er eentje op te eten en het aangebroken pakje opnieuw invriezen. Dat kan natuurlijk niet. Weet ik nu.

Ik heb er dus een boel van geleerd. Wat ik in de supermarkt koop en niet vandaag opeet, vries ik meteen in. Met een merkstift zet ik er zelfs de datum van invriezen op. Rob Geus zou er zeker vrolijk van worden. Behalve dat ene pakje hamburgers dat er nog ligt uit het pre-fobie tijdperk. Misschien lopen ze ooit vanzelf weg.

Rick Evers: Laatbloeier

Zou het kunnen dat we allemaal geboren worden met een uitgesproken talent voor één bepaalde sport? Daar zit ik wel eens over na te denken. Dat iedereen ergens verschrikkelijk goed in is, alleen de meeste van ons daar nooit achter komen omdat we die sport nooit uitproberen.

Max Verstappen, Arjen Robben, Sven Kramer, we kennen ze allemaal omdat ze hun sport hebben gevonden. Maar Henk Visser, Martijn van Zanen en Robert Paardekoper dan? Die kennen we niet. En dat zou dus zomaar kunnen doordat ze hun talent nooit gevonden hebben. Als Henk Visser vroeger wat fanatieker was gaan karten, had hij nu misschien bij Red Bull Racing gereden. Je weet het niet.

Ik begin hierover omdat ik een beetje van mezelf geschrokken ben. Afgelopen week stond ik namelijk voor het eerst in mijn leven op een tennisbaan. En het voelde goed. Het voelde verdomd goed. Ik sloeg aces, had een ijzersterke backhand en kon met mijn lange, uitschuifbare armen bijna iedere bal retourneren. Alleen de puntentelling snapte ik nog niet zo goed. Maar nogmaals, het was mijn eerste keer ooit hè.

Thuis googelde ik direct naar ‘oudjes’ in de sport. En dat gaf burger moed. Merlene Ottey die op haar 44-ste nog bijna de finale haalde op de Olympische Spelen. Arjen Robben die afgelopen weekend op zijn 37-ste belangrijk was voor zijn club en zelfs meewil naar het EK. En het allerbeste voorbeeld: tennisser Martin Verkerk. Als laatbloeier haalde hij uit het niets de finale van Roland Garros in 2003.

Ik moet hier dus werk van maken. In het verleden heb ik al veel te veel tijd verloren met basketbal, tafeltennis en bowlen. En ja, daar zaten ook meesterlijke potjes tussen, maar het was het toch allemaal net niet. Gelukkig ben ik er achter. Ik ben Rick Evers, ik ben 42 jaar en ik heb een aangeboren talent voor tennis. Federer en Nadal kunnen hun borst nat maken. Ik kom eraan!

Rick Evers: Fietsenrekken

“Weet je, laat maar, ik heb thuis nog een reservesleutel”, zei ik tegen de jongens. En ik bedankte ze vriendelijk. We hadden net daarvoor vijf minuten staan zoeken tussen de fietsen. Voor Jan Doedel natuurlijk, maar dat wisten die jongens toen niet. Ze bedoelden het goed. En ik deed alleen maar research voor mijn column.

Want toen ik afgelopen zaterdag de fietsenrij bij de supermarkt eens goed bekeek, zag ik iets geks. Er was namelijk geen enkele fiets die in het fietsenrek stond. Niet eentje. En de rekken stonden er toch echt. Van die metalen dingen met afwisselend een hoog en een laag rek. De bedoeling is natuurlijk om daar het voorwiel van je fiets in te klemmen. Maar niemand die het doet. Iedereen zet zijn fiets er gewoon voor.

Het viel me ook toen pas op dat ik de fietsenrekken zelf ook niet gebruik. Waarom niet? Ik weet het niet. Misschien omdat de fiets naast mij ook niet in het rek staat. En de fiets daarnaast ook niet. En dan voelt het onbewust toch een beetje gek als ik het wel doe. Als braafste jongetje van de klas. Dan geef je al die andere mensen eigenlijk een dikke middelvinger. En zoiets doe je gewoon niet. Da’s niet netjes.

Een beetje raar voelde het wel om afgelopen zaterdag de hele fietsenrij langs te lopen. Een supermarktmedewerker zag me kijken en zei: “Bent u iets kwijt meneer?” Toen kon ik natuurlijk niet zeggen: “Nee hoor, ik schrijf een column over fietsenrekken en ik check even of er misschien toch ergens een fiets met zijn voorwiel in het rek staat.” Dat zou gek zijn. Dus loog ik dat ik mijn fietssleutel kwijt was.

En zo gebeurde het dus dat ik met twee zaterdaghulpjes van de supermarkt langs de fietsenrekken speurde op zoek naar een fietssleutel die gewoon in mijn broekzak zat. Jongens, als jullie dit lezen: het spijt me voor jullie verloren tijd. Maar die fietsenrekken, die kunnen gewoon weg hoor. Worden verder niet gebruikt.

Rick Evers: Happy fashionable voorjaar

‘Beste Rick, het nieuwe modeseizoen is begonnen bij Zalando en er staan je veel verrassingen te wachten! Ontdek de geheimen van onze mode-iconen, deel je look en laat zien wie je bent. Wij zijn klaar voor een happy fashionable voorjaar, jij ook?’

Beste Anne van Zalando,

Ik denk dat hier sprake is van een misverstand. Ik heb laatst online een shirt bij jullie besteld omdat winkelen nu zo lastig is. Dat shirt heb ik inmiddels ontvangen en wat mij betreft is daarmee de kous af. Met mailtjes over mode doe je mij geen plezier. Als het warm is doe ik een T-shirt aan en als het koud is een trui. Op zogenaamde ‘verrassingen’ waarover je spreekt, zit ik dan ook niet te wachten. Laat staan de geheimen van jullie mode-iconen.

Op je vorige mail heb ik bewust niet gereageerd. Die ging over ‘Sensational Color Trends of Spring & Summer’. Gewoon negeren, dacht ik, dan houdt het vanzelf op. Maar niet dus. Nu kom je weer met allerlei mode-flauwekul en vraag je ook nog eens mijn look te delen. Bedoel je dat ik een selfie moet maken met mooie kleren aan en dat op Facebook moet zetten? Ik ben daar niet zo van. Bovendien, ik ken mijn vrienden, die gaan er allemaal belachelijke reacties onder zetten.

Dus Anne, lang verhaal kort: stop maar met die onzinnige modemailtjes. Ik ken niemand in mijn omgeving die vraagt of ik klaar ben voor een happy fashionable voorjaar. Bij ons vragen ze gewoon of ik al een mooie zomerjas heb. En mijn antwoord daarop is ‘ja’. Dit gezegd hebbende, schrijf ik me bij deze dus uit voor je nieuwsbrief. Of moet ik zeggen: je exclusive fashion newsletter? Nou ja, je snapt me vast. Bedankt.

Rick Evers: Een dagje uit

Je kent dat wel van vroeger. Toen je met je ouders meeging naar een pretpark of een dierentuin. Van die uitjes waar je ieder kind altijd een plezier mee doet. Dat begint al met de voorpret. Nadenken in welke attractie je sowieso gaat. Of welke dieren je per se wil zien. Daarna de hele nacht dromen en de volgende ochtend, als je moeder bezig was om witte bolletjes met kaas te smeren, wist je dat het bijna zover was.

En corona of niet, afgelopen weekend gingen we zelf een dagje uit. Mijn jongste zoontje mocht ook mee. We hadden een dag van tevoren online gereserveerd. Om tien over half drie moesten we er zijn. En omdat we een dubbele afspraak maakten, mochten we maar liefst veertig minuten binnen zijn. Als dat geen feest wordt.

Ik heb er de hele nacht over gedroomd en de volgende ochtend, toen ik mijn vrouw de mondkapjes zag pakken, wist ik dat het bijna zover was. Ik had uitgerekend dat we precies om kwart over twee weg moesten gaan. Mijn zoontje zag tijdens het spelen met de blokken dat ik de kinderwagen in de kofferbak gooide en kirde van plezier. Je zag hem kijken: ‘Iets leuks, iets leuks, we gaan iets leuks doen!’

Na een klein stukje rijden, kwamen we bij een halflege parkeerplaats. Echt anders dus dan vroeger bij de dierentuin. Bij de ingang heette een jonge vrouw in zwart-oranje kleding ons welkom. Ze vroeg of we gereserveerd hadden en keek of onze namen op de lijst stonden. Hier kwam je niet zomaar binnen. Wij gelukkig wel. We mochten zelfs een gratis mandje op wieltjes lenen.

Eenmaal binnen keken we alledrie onze ogen uit. We gingen naar de lampen, bleven natuurlijk lang staan bij de gekleurde sierkussens en ook de gordijnen stonden op ons lijstje. Voor het laminaat hadden we helaas te weinig tijd. Moe maar voldaan keerden we huiswaarts. Het was ontzettend leuk bij Kwantum en volgende week gaan we een dagje naar Action. Nu al zin in.

Rick Evers: Ik wil van mijn auto af

En mijn vrouw ook. Twee auto’s op de oprit, ze staan er maar te staan. Ze zeggen wel dat deze lockdown voor mensen niet prettig is, maar voor auto’s is het ook geen feest. Vroeger mochten ze nog eens mee naar kantoor. Lekker kletsen met een Peugeot, het weekend doornemen met een kleine Suzuki, of sterke verhalen vertellen tegen een dikke BMW. Het is allemaal verleden tijd.

Daarom gaan we onze auto’s uit hun lijden verlossen. We vroegen eerst een mooie prijs aan onze Kia dealer. Die kregen we niet. Sterker nog, het was een grove belediging voor onze trouwe vierwielers en ik weet zeker dat het oudijzerboertje op de hoek van de straat nog meer geeft. Er zat dus maar één ding op: zelf de boer op met onze Kia’s.

Het liefst heb ik eigenlijk dat Martijn Krabbé langskomt met zijn team. En dat zij dan onze auto’s helemaal verkoopklaar maken terwijl wij lekker in een luxe hotel verblijven. Maar omdat zo’n programma voor auto’s niet bestaat, moest ik afgelopen weekend zelf aan de bak. Twee auto’s wassen, leeghalen, stofzuigen en fotograferen. Ik ging zelfs naar een kasteel voor het perfecte plaatje van onze zwarte bolides.

Je moet wel even door de schaamte heen. Tussen alle zondagse wandelaars op je buik in het gras gaan liggen om een Kia van tien jaar oud in de meest ideale hoek te fotograferen. Ik zag de mensen kijken. Een oud vrouwtje porde haar man in de zij en vroeg: “Henk, dat is toch geen Ferrari of zo?” “Nee Annie, dat is gewoon een oude Kia, die man doet denk ik alsof.”

En nu staan ze dus op Autotrack en Autoscout en Marktplaats enzo. Twee schitterende, glanzende Kia’s. Met hier en daar wel wat gebruikssporen, die kreeg ik er met een vochtig doekje niet af. En oh ja, de grote heeft een behoorlijk gat in de vloermat. En het portier rechtsachter gaat niet open. Maar we willen wel graag de hoofdprijs voor allebei. Al was het alleen voor mijn moeite afgelopen zondag.

Rick Evers: Mag ik van jou

Ik ga het nutteloze-uitvindingen-kwartet op de markt brengen. Een leuk gezelschapsspel voor het hele gezin. Onderdeel van het kwartet zijn natuurlijk mijn all time stokpaardjes: de bladblazer, winterbanden en de elektrische tandenborstel. In de categorie ‘meubels’ reserveer ik een speciaal plekje voor de dubbele wastafel met brede lades.

Je kent ze vast, want ze sieren menig badkamer. Een prachtig badkamermeubel met een dubbele wastafel en daaronder lades. Wie slim is, kiest een meubel met smalle lades. Wie iedere avond ruzie wil met zijn partner, kiest een wastafelmeubel waarbij de lades over de gehele breedte van het meubel doorlopen. Heel fijn als je samen bij de wastafel staat en de lade moet open.

Wie heeft zoiets bedacht? Het nut van een dubbele wastafel is dat je er samen aan kunt gaan staan. Gezellig voor het slapengaan met z’n tweetjes tandenpoetsen. Of de een trimt zijn baard terwijl de ander een gezichtsmaskertje neemt. Knus naast elkaar. Totdat de lade onder de wastafel open moet. Dan moet de ander ook een stap naar achteren. En daarna nog zes keer, want alles wat je nodig hebt, ligt in die fucking la.

Als je een wastafelmeubel hebt met een dubbele wastafel en brede lades, kan eigenlijk maar één persoon tegelijkertijd het meubel gebruiken. Maar als dat zo is, waarom zitten er dan twee wastafels? Ik kom daar niet uit. En veel erger nog: ik ben daar dus al twee keer ingetrapt. Al twee keer kocht ik een nieuwe badkamer met een fout wastafelmeubel. Hoe dan?

En er zijn ook gewoon goede versies op de markt hè. Dan zitten er vier smalle lades onder en als je iets nodig hebt, hoeft je partner dus niet aan de kant. Nooit niet. Hulde voor de mensen die dat bedacht hebben. Dan snap je hoe de wereld in elkaar zit. Ondertussen huil ik mezelf iedere avond in slaap. Gelukkig heb ik het kwartet nog.