Home / Alle-Regiobode (page 3)

Alle-Regiobode

Rick Evers: De gin-tonic-man

Als er één hype aan mij voorbij is gegaan is dat de gin-tonic-hype. Ik hoorde iedereen om me heen het drankje wel bestellen, maar ik voelde nooit de behoefte om dat zelf ook te doen. Net als tomatensap in het vliegtuig. Of thee om drie uur ‘s middags. Als mijn collega’s zeggen: “zullen we een theetje doen”, doe ik altijd net of ik ze niet hoor.

Wie ik wel hoorde, was de gin-tonic-man in de slijter. Hij had zijn eigen marktkraampje midden in de winkel en iedereen die binnenkwam kon rekenen op een overdreven vriendelijke begroeting. En of ik misschien zin had in een glaasje gin-tonic. “Gewoon een klein proeverijtje”. Eigenlijk had ik haast, maar ik dacht: niet zo moeilijk doen Evers, tik dat glaasje weg, dan is die man ook weer blij.

Niet dus. De gin-tonic-man greep zijn kans en ging helemaal los. Niks plastic proefbekertje, maar een fors glas, een scheut gin, tonic en ijs. En net toen ik dacht: kom hier met dat glas, moest er nog een minuscuul sinaasappelschilletje in en twee koffieboontjes. Al weet ik niet zeker of het koffieboontjes waren. Het kunnen ook konijnenkeuteltjes geweest zijn.

Eindelijk kreeg ik het glas en kon ik door met waar ik voor kwam: het uitzoeken van een aantal speciaalbiertjes. De gin-tonic-man liep achter me aan naar de afdeling speciaalbier. Ik begreep de hint. Ik moest natuurlijk zeggen dat het lekker was. Vooruit dan maar. “Ja, goed is-ie hè”, reageerde hij. “Meestal blend de gin teveel in met de tonic, maar deze blijft overeind. Dat proef je echt.”

Ik proefde niets bijzonders. Water met een smaakje. Een boel gedoe om niets wat mij betreft. Ik nam nog een slok en gaf de rest aan hem terug. Het enthousiasme van de gin-tonic-man was bewonderenswaardig, maar ik wilde ineens heel graag weg. Een theetje doen desnoods.

Tanja Klip-Martin stopt als dijkgraaf

REGIO – Dijkgraaf Tanja Klip-Martin legt per 1 augustus 2020 haar ambt als dijkgraaf van Waterschap Vallei en Veluwe neer. Zij stuurde op 24 december 2019 haar verzoek om ontslag aan de Koning. Het Algemeen Bestuur van Waterschap Vallei en Veluwe is aan zet om een opvolger te vinden.

In augustus 2020 is het Algemeen Bestuur van Waterschap Vallei en Veluwe een kleine anderhalf jaar in functie, Voor de dijkgraaf een passend moment om als dijkgraaf afscheid te nemen. Tanja Klip-Martin: “Dit besluit is gebaseerd op ratio. Gevoelsmatig voelt het anders. Dijkgraaf zijn van dit waterschap is de mooiste baan die je je kunt voorstellen. Maar 66 jaar is een mooie leeftijd om ook meer tijd te gaan hebben voor andere zaken in het leven. Ik ben trots op het waterbeheer in Nederland en zeker op dat van ons waterschap. De grote kennis en kunde, het langetermijndenken, het innovatieve lef en de uitvoeringspraktijk maken de waterschappen tot een fantastische omgeving om in te mogen werken.”
Tanja Klip-Martin blijft dijkgraaf tot 1 augustus 2020. Zij werd op 1 maart 2013 benoemd tot dijkgraaf door Koningin Beatrix en is daarmee een kleine zeven en een half jaar dijkgraaf van Waterschap Vallei en Veluwe. Zij blijft tot aan het eind van haar benoemingsperiode medio 2023 lid van de Eerste Kamer.

Rick Evers: Broccolisoep

Het leuke van op bezoek gaan bij iemand is dat je nog wel eens ideetjes opdoet. De ene keer is dat een muur die in een fantastische kleur is geschilderd, de andere keer heeft iemand geweldige planten in de tuin staan en bij weer een andere keer krijg je broccolisoep voorgeschoteld. Zelfgemaakte broccolisoep.

Ik vind het lef hebben. Als wij zelf bezoek krijgen, durf ik nooit verder te gaan dan een schaaltje met Tucjes, M&M’s en paprikachips. Behalve vorige week. Voor het eerst had ik naast onze gebruikelijke visitesnacks ook een emmertje met kleine groentes gekocht. Komkommers, tomaatjes en paprika’s in miniformaat. Mijn vrouw vroeg of het wel goed met me ging. Maar de visite at het zowaar op.

Het was me al vaker opgevallen dat de gezondheidstrend zich ook doorzet naar de borreltafel. Toen ik zelf nog klein was en met mijn ouders meeging op visite, stonden er nog glaasjes met sigaretten op tafel. Zo zal het ook gaan met de huidige zoutjes en zoetigheid. Mijn kinderen vertellen later aan hun kinderen dat er in 2020 nog gewoon paprikachips op tafel stonden.

Wen er maar aan. Zoet en zout is het nieuwe roken. We halen straks alle hapjes uit de groentelade. Naast minikomkommers, minitomaatjes en minipaprika’s zijn er dan ook kleine courgettes, baby pastinaakjes en mini bloemkooltjes. De toastjes vervangen we door blaadjes sla en de M&M’s door radijsjes. En bier? Uiteraard nemen we er ook een lekker nul-punt-nulletje bij.

En ik weet het. Het lijkt gek. Maar dat dacht ik ook van de broccolisoep die ik kreeg. Hoezo broccolisoep? Ik wilde kaasvlinders, Dorito’s en chocoladerozijnen. Maar na één hapje van de zelfgemaakte soep was ik om. Morgen koop ik een staafmixer en iedereen die voortaan bij ons op bezoek komt mag proeven van mijn heerlijke zelfgemaakte broccolisoep.

Retrospectief: Hotel bij tramstation Velp

Drie heren genieten van een biertje op een terras bij het tramstation in Velp. De ober staat op de achtergrond en allen kijken naar de fotograaf. Het is een prent gemaakt rond 1910 en in die tijd ging het maken van een foto ietwat omstandiger dan heden ten dagen. De camera stond op een zwaar houten statief, het toestel zelf was een soort van houten kist met een balg en de fotograaf dook met zijn hoofd onder een zwarte lap om scherp te kunnen stellen. De kleinere balgcamera bestond in die tijd al wel, maar veel fotografen die voor ansichtkaarten op stap waren, werkten nog met de oudere techniek. Het spreekt dus voor zich dat de fotograaf aandacht trok.

Wie de mannen op het terras zijn, is niet bekend. Ze zitten in ieder geval op het terras van het hotel-restaurant dat onder twee namen bekend is geworden: als Hotel Tramstation en als het Oranjehotel. Het laatste was de officiële naam, maar uitbater en eigenaar G.W.A. Bongers gebruikte zelf liever de naam Hotel Tramstation voor zijn in 1907 gestichte bedrijf. We lezen het ook in een advertentie in een uitgave van de ANWB uit die tijd, waar Bongers zijn ‘Hotel Tramstation Velp’ aanprijsde met de toevoeging: ‘Met grooten lommerrijken Tuin, ruime Muziektent, Eetzaal, Kegelbanen enz.’
Tramstation was dan ook meer dan alleen een pleisterplaats, zoals de activiteiten hiervoor al aangeeft. En de naam dekt ook de lading, want het lag aan de Zutphensestraatweg, bij het tramstation.

Dat station in Velp lag op de plek van het huidige Esso tankstation en was een drukke overstapplaats. Het was het eindpunt van de in 1887 geopende tramlijn Dieren-Velp. Wie daarna door naar Arnhem wilde reizen, moest in Velp overstappen op de paardentram naar Arnhem. De GSM hanteerde een spoorbreedte van 750 mm en de Arnhemse trams de standaard spoorwijdte van 1435 mm. Pas in 1912 werd dat aangepast en konden de GSM-trams doorrijden tot aan Arnhem Velperpoort. De tramlijn Dieren-Velp werd in 1939 opgebroken, de Arnhemse trams reden nog tot 18 september 1944 tot in Velp.
Hotel Tramstation was toen al weer gesloopt. Dat gebeurd in 1930.

Kaarten bij ‘t Anker

EERBEEK – Kaartclub ‘t Anker komt zaterdag 8 februari bijeen voor de zesde ronde klaverjassen en jokeren. Er wordt vanaf 14.00 uur gespeeld in het gebouw van de duivensport aan de Händelstraat in Eerbeek.

Foi, Foi: Roddelen

Ut is bekend dat veural vrouwen as ze bie mekare bint aardig wat weet te vertellen oaver anderen. Dat geet veural zo in de darpen, want doar wördt alles verteld wat d’r is gebeurd maar ok wat d’r(denk ze) geet gebeuren. D’r is altied trammelant.
Mo’j is heuren wat mien pas elejen nog is verteld oaver un groep vrouwen in een van de buurtdarpen… In sommige buurten is het nog de olde gewoonte om kroamvisite te hollen. Ze nuump dit ok wel kroamschudden. Maak niet uut hoe ut enuump wördt, ut is gezellig veur de vrouwluu. In de buurte van Marie was pas elejen un kleinen geboren. De buurte maak zich druk met un wiege, un ooievaar en nog meer spektakel in de tuin. Ja, dat doet ze tegenwoordig wel meer. Ut is gezellig en met mekare ku’j dat zo versieren. Ut was un jongetje. Tegenwoordig mot dat allemoal van die aparte namen wèzen. Soms heel olderwets met Jan of Kees maar meestal un naam die op zien engels wördt uut esproaken. Dit keer heten ut jongetje Kay.
Maar d’r mos natuurlijk ok un oavondje kommen woarbie alle buurvrouwen wörden uuteneudigd. Keerls mochten niet meekommen. Zo was dat nu de gewoonte en ut jonge echtpaar hiel zich doar ok an.
D’r wörden un doatum uut ekoazen dat alle vrouwen konden kommen. De vrouwen verheugen zich doar arg op, want ut is op zo’n kroamvisite altijd arg gezellig en ie heurt nog is wat. Iedereen bracht wat mee veur de baby. Ut kind kon wel drie keer daags wat anders an kriegen. Un hele stapel kwam d’r binnen. De jonge moeder was d’r arg blie mee.
De jonge olders hadden ok al krentestoete ekregen. In veul buurten is ut de gewoonte zo’n groot krentenbrood, van ongeveer een meter, te geven, ok wel kroambrood enuump. De oavond begon dus met koffie (of thee) met kroambrood met roombotter d’r op. Sjonge, sjonge, wat wörden d’r veul eproat. De een wist nog meer nieuwtjes as de ander.Vake geet dat oaver ziekten want in iedere familie is d’r wel wat an de hand. Marie had de oren goed lös want zee was arg tuk op nieuwtjes. Niet alleen um te weten maar ok um deur te vertellen. Foi, foi, wat gebeuren d’r toch veul. Maar ut viel Marie wel op dat ut veural nieuwtjes waren woarmee de buurvrouwen zaten te pochen. Volgens heur kloppen dat niet allemoal. Ut is niet altied Hosanna…
Marie was getrouwd met Jan die niet mee mocht. Hee zat thuus maar te wachen. Ut wörden maar later en later. Hee snappen d’r niks van. Eindelijk, ut was al knap late, doar kwam Marie anzetten met un rooie kop. Jan mopperen: “Marie weurumme bi’j toch zo late. Ik zag d’r al veul noar huus goan. Weurumme mos ie as laatsen goan?”.
Marie had doar un kloar antwoord op. Ze zei: “Nou Jan, ik marken dat d’r veul nieuwtjes mooi en lilluk wörden verteld over buurvrouwen die krek weggingen. Heel spannend allemoal um dat te heuren. Wat doar allemaail verteld is, dat kan ie hoas niet geleuven!!”.
Jan zei d’r maar niks meer op. Hee kennen zien Marie die toch altied ut laat woord wol hebben en ging eindelijk noa berre..

Goed goan,
Martien, de Platschriever uut Loenen

Niks hoef d’r op un onvriendelijke manier ezeg wörden

Een Stief Kwartiertje: Arie en Alex

Het begrip burgerschap is de laatste decennia heel wat aan deugdzaamheid kwijtgeraakt in plaats van dat het ons opstuwt tot brave burgers die recht in de leer zijn. Vandaar dat er nu allerlei initiatieven uit de morele kast worden getrokken om het fatsoen in ons landje weer op te poetsen.

Arie Slob is van de ChristenUnie en ook nog minister van onderwijs en de combinatie maakt dat hij onlangs het wetsvoorstel ‘verduidelijking burgerschap in het funderend onderwijs’ heeft ingediend. Het is een hernieuwde versie, want bij de uitvoering van de oude wet blijkt dat de vrijheid van onderwijs de scholen tot een vrijplaats voor vrije interpretatie van die wet heeft gemaakt; wetteloosheid dus en dat wordt als de aartsvijand van burgerschap beschouwd. De oude wet heeft inmiddels geleid tot het macabere feit dat in de nieuwjaarsnacht het schamele restant van wat ooit burgerschap werd genoemd met vuurpijlen op hulpverleners en gevechten met de politie aan flarden is geschoten of zoals de relschoppers het zelf definiëren: tot een feest is verheven. Het moet anders zegt Arie en Alex volgt hem, gezagsgetrouw en rechtgeaard, zoals zijn functie betaamt.

Alex is Alex van Hedel, burgemeester van Brummen en hij wil in de komende nieuwjaarsnacht ook een feest, want hij vindt de nieuwjaarsnacht in de gemeente maar een dooie boel. Hij wil uiteraard een echt burgerschapsfeest, dus binnen de morele kaders en aangezien bij een uitbundig feest soms meer en soms minder de randen van die kaders worden opgezocht wil hij de jongeren, die het feest moeten organiseren, op voorhand de regels van fatsoen bijbrengen. Hij gaat het echter doen onder de voorwaarden – en daar komt de aap uit de burgerschapsmouw – dat de jongeren onder zijn bezielende leiding vijf bijeenkomsten moeten bijwonen waarin zij de beginselen van democratie, openbaar bestuur en politiek worden bijgebracht; kortom vijf lessen over maatschappelijk fatsoenlijk functioneren. De burgemeester is van de VVD en koningsgezind neem ik aan, maar zou hij CDA’er zijn dan zou hij wellicht de lessen beginnen met staande het Wilhelmus te zingen. Arie wilde destijds ook de maatschappelijke dienstplicht invoeren, maar beide elementen van belang voor een nationale identiteit zijn, mede dankzij Alex’ VVD, gesneuveld. Alex handelt dus op eigen burgerschapskompas.

Er is niets op tegen dat jongeren zich een beetje fatsoenlijk gedragen. Veel ouders hebben jarenlange en serieuze pogingen, ook wel opvoeding genaamd, daartoe ondernomen, soms geholpen door onderwijzers en een boze buurman. Hier knelt echter mijn burgerschapsgevoel. Zoals gezegd is er niets mis met het bijbrengen van jongeren van rechten, plichten, waarden, normen en verantwoordelijkheden, maar als we het hebben over het functioneren van de democratie, het openbaar bestuur en met name de politiek dan is goed burgerschap een rekbaar begrip, evenals het ‘maatschappelijk fatsoenlijk functioneren’. In de politiek is fatsoen vaak het omhulsel van onfatsoen.

Hopelijk zal de burgemeester het ook met de jongeren hebben over hun zoektocht naar identiteit en die gaat wel eens over de grens van betamelijk burgerschap; dat mag. Als hij het ook maar heeft over migranten, buitenlanders en buitenstaanders, acceptatie van LHBTI’ers en uiteraard ook over de – vaak verderfelijke – invloed van de social media; dat hoort allemaal bij goed burgerschap. Het is goed dat Alex praat over de verbinding van de jongeren met de samenleving. Het afgelopen jaar heeft Alex echter ook geleerd dat zijn eigen gemeenteraad nog wel wat lessen burgerschap kan gebruiken.

Desiderius Antidotum

Business & Shopping: Chipscorner na dertig jaar niet meer weg te denken uit Velp

VELP – Chipscorner is niet meer weg te denken van de Brugweg in Velp. De cafetaria bestaat dertig jaar en in die tijd heeft eigenaar Ronnie Eulink er een echte buurtsnackbar van gemaakt.

Hij was pas 22 toen Ronnie Eulink zijn eigen zaak begon. “Ik wilde altijd al iets voor mezelf beginnen en toen mijn neef dit pand beschikbaar had, ben ik hier mijn snackbar begonnen”, blikt hij terug. Zijn broers kwamen met de naam Chipscorner en die is nooit meer veranderd. Met hulp van familie en vrienden is de zaak gestart en inmiddels is Ronnie een bekend gezicht in Velp.
Chipscorner is een echte buurtsnackbar. “De meeste klanten kennen me wel van naam”, zegt de snackbareigenaar. “Aan de andere kant ken ik ook bijna al mijn klanten. Er zijn mensen die hier als kind met hun ouders kwamen, die nu zelf met hun kinderen eten komen kopen. Erg leuk.”

Chipscorner is een ambachtelijke snackbar, met naast het gebruikelijke assortiment een friet en snacks een heel aantal zelfgemaakte gerechten. “We maken veel dingen zelf”, zegt Ronnie. “De bami- en nasiballen, de hete kip en gehaktballen bijvoorbeeld. Ook het stoofvlees komt uit onze eigen keuken.”
Na dertig jaar heeft Ronnie nog steeds veel plezier in zijn werk en aan stoppen denkt hij nog lang niet. Sterker nog, hij heeft net een nieuwe website gelanceerd en later dit jaar wil hij de snackbar opknappen: “Ik wil de buitenverlichting aanpakken, maar ook de vitrine en het interieur een andere look geven.” En of de snackbareigenaar zelf na al die jaren nog wel eens een patatje lust? “Absoluut. We zijn net vers stoofvlees aan het maken, dus daar ga ik zo eens heerlijk van genieten. Een stukje kwaliteitscontrole hè?”

www.chipscorner.nl

Business & Shopping: Eenvoudige fietslease bij Corbeek Tweewielers Dieren

DIEREN – Sinds 1 januari is er een gunstige fiscale fietsregeling van kracht, waarmee het voor werkgevers èn werknemers aantrekkelijk wordt een fiets van de zaak aan te schaffen. Corbeek Tweewielers in Dieren verzorgt een gloednieuwe e-bike, inclusief service, verzekering en onderhoud, voor een paar tientjes per maand.

Corbeek Tweewielers is partner geworden van Lease a Bike. Werkgevers die meedoen aan de nieuwe fietsregeling, kunnen om de hoek bij de lokale fietsenwinkel een nieuwe e-bike uitzoeken.
“De fiets, met name de e-bike, is steeds vaker een serieus alternatief voor de auto en het openbaar vervoer. Met een e-bike sta je niet in de file en zijn parkeerproblemen verleden tijd. Daarbij is fietsen goed voor de gezondheid en de luchtkwaliteit. Belangrijke voordelen voor werkgevers èn werknemers”, zegt Michel Corbeek, eigenaar van Corbeek Tweewielers.
Per 1 januari is er een nieuwe fiscale regeling, waardoor de fiets van de zaak weer een heel aantrekkelijke en voordelige optie wordt. Als de werkgever een fiets ter beschikking stelt, betaalt de werknemer 7 procent bijtelling en kan de fiets zowel zakelijk als privé worden gebruikt, zonder ingewikkelde administratie. “De prijs is nu vaak nog een belangrijke reden om niet voor een e-bike te kiezen. Maar met de nieuwe regeling fiets je als werknemer in de praktijk al vanaf een paar tientjes per maand op een gloednieuwe e-bike”, aldus Michel Corbeek. “Aan het eind van de leaseperiode krijgt de fietser ook nog eens de mogelijkheid om de fiets voor een aantrekkelijk bedrag over te nemen.”
Michel legt uit hoe simpel het het werkt: “Lease a Bike regelt eigenlijk het hele leaseproces en neemt de hele papierwinkel uit handen voor werkgever en werknemer. De werkgever kan met één klik op de knop toestemming geven voor het leasen van een fiets. De werknemer heeft vrije keuze in het type fiets, van stadsfiets tot elektrische fiets en van racefiets tot speed pedelec. Vervolgens kan de werknemer eenvoudig bij ons in de winkel een nieuwe fiets of e-bike uitzoeken, altijd voorzien van een uitgebreid servicepakket voor onderhoud, reparatie, 24/7 pechhulp en verzekering.”
Zodra de fiets in gebruik is genomen, ontvangt de werkgever maandelijks alle benodigde informatie voor de salarisadministratie voor een eenvoudige verwerking van de betaling van de leasecontracten.

Retrospectief: Schaapherderswoning op Steinhull

Baron van Voorst, die rond 1900 het Loenense bos toebehoorde, vond het noodzakelijk dat midden in het bosgebied een woning werd gebouwd voor de jachtopziener. Hij was van mening dat zijn medewerkers kort bij het werkterrein moesten wonen. Daarom werd in 1915 het huis in het gebied Steinhull gebouwd. Een flink eind van de Dalenk verscheen een huis zonder enig comfort. Hendrik Staal ging er als eerste wonen met zijn gezin. Hij moest het zonder waterleiding, elektriciteit en aardgas stellen.
Hendrik Staal was door de baron aangesteld om toezicht te houden op zijn gebied, omdat het vaak voorkwam dat stropers het wild wegkaapten. Staal had al een beruchte reputatie als stroper en kende de klappen van de zweep. Baron van Voorst dacht daarom dat Staal een goede jachtopziener kon zijn.
Verschillende jaren deed Staal goed zijn plicht, maar de baron kwam er toch achter dat Hendrik wat buiten zijn boekje was gegaan… Staal kreeg daarom ontslag. Niet lang daarna moest Staal met zijn gezin ook het huis verlaten.
Nadat het huis een aantal jaren leeg had gestaan kwam Willem van Boven vanaf de Groenendaalseweg naar deze plek. Van Boven werkte ook ook in de bossen.
Toen de oorlog kwam bleek Steinhull een ideaal bolwerk te zijn voor onderduikers. Nederlanders, Russen, Polen, Engelse piloten en andere nationaliteiten vonden bij Van Boven een veilig onderkomen. In het huis of schuur vonden ze een schuilplaats. Nieuwe onderduikers moesten eerst een tijdje naar een schuilplaats ergens in de grond in het Loenense bos. Elke dag ging iemand van de familie van Boven naar de ‘holbewoners’ om hen van voedsel te voorzien. Ze verbleven er ook in de winter. Als het sneeuwde kon men er niet heen. Sporen zou hen verraden. Soms waren er wel 28 onderduikers die allen eten en drinken moesten hebben.
Er werd ook een vluchtgang bedacht om vanuit de schuur naar een plek verderop in het bos te kunnen komen. De onderduikers hebben lange tijd moeten werken aan de de tunnel die twintig meter lang werd. Wanneer er onraad was, kon men via deze tunnel veilig weg komen.
Het echtpaar Van Boven vertrok bij het ouder worden weer naar De Groenendaalseweg. Korte tijd werd het bewoond door de familie Meijerink die verhuisde naar Het Boshuis. Nadien deed het huis dienst als woning voor de schaapherders van de kudde in de Loenermark. Wygert van den Born, Jan Mojel, Roelof Brandsma, Sjoerd Stellingwerg, Agnes Kiemel en anderen hebben hier gewoond. De herder gaat van hieruit dagelijks naar zijn kudde in de schaapskooi en vandaar de heide op in het uitgestrekte gebied van de Loenermark.