Home / Alle-Regiobode

Alle-Regiobode

Reekalfjes door inzet van drone gered van maaimachine

REGIO – Met behulp van een dronemet warmtecamera heeft Natuurmonumenten een tiental reekalfjes in het hoge gras van de IJsselvallei gered van de maaimachine. De zoekactie is uitgevoerd in samenwerking met de boeren die grasland van Natuurmonumenten pachten.

Coördinator natuurbeheer Esther Rust en faunabeheerder Frank Theunissen van Natuurmonumenten speuren jaarlijks de graslanden af naar reekalfjes om te voorkomen dat ze in de maaimachine belanden. Voor het derde jaar op rij zetten zij hiervoor een drone met warmtebeeldcamera in.
“Voor de ontwikkeling van de terreinen van Natuurmonumenten is het belangrijk te blijven maaien om mooie bloemrijke graslanden te krijgen. De zoogtijd waarin reeën hun jongen in het hoge gras verstoppen, valt echter precies in de periode dat er wordt gemaaid. Je moet er toch niet aan denken dat een kalfje met zijn pootjes in de vlijmscherpe messen van een maaimachine terechtkomt? Daarom weten de boeren die grasland van Natuurmonumenten pachten dat ze onze hulp kunnen inschakelen”, aldus Esther Rust.
Het zoeken met een drone gaat veel zorgvuldiger en werkt veel efficiënter dan in een rij met verschillende vrijwilligers het perceel aflopen. Vlak voordat de boer begint met maaien, vliegen Esther en Frank met hun drone over het grasland op zoek naar reekalfjes en andere kleine dieren. De camera geeft de precieze locatie aan waar warmte in het weiland wordt gesignaleerd. Levende dieren zijn door de warmtebeeldcamera goed te herkennen als witte vlekken in een donkere omgeving. Hoe vroeger op de dag wordt gevlogen, hoe beter het contrast tussen warmte en kou.

Frank Theunissen licht toe: “Eenmaal opgespoord worden de reekalfjes voorzichtig opgepakt met handschoenen aan. Om te voorkomen dat de kalfjes naar mensen gaan ruiken, wikkelen wij ze in gras. Vervolgens verplaatsen wij ze naar de bosrand, gaan ze piepen en vindt de moedergeit haar jong door op het geluid af te gaan. Elke keer is het bijzonder als we een reekalfje vinden. Een pasgeboren reekalfje is kleiner dan een haas en in gras van een halve meter hoog moeilijk te vinden. De moeder blijft zorgen voor de kalfjes, maar laat ze steeds achter om ongestoord te kunnen eten. Een pasgeboren reekalf is ook niet in staat de moeder voortdurend te volgen. Zo’n gecamoufleerd reekalfje drukt zich tegen de grond als er gevaar dreigt en je ziet het pas als je er een halve meter voor staat.”

In de komende jaren hoopt Natuurmonumenten dat er meer vrijwilligers komen die ervaring hebben met het vliegen met een drone, maar ook mensen die kunnen helpen met het veiligstellen van de kalveren en daarmee de dronepiloot ondersteunen zijn van harte welkom. De vrijwilligers dienen wel goed ter been en bereid te zijn om in de maanden mei en juni ‘s morgens rond 5.00 uur ergens in de IJsselvallei paraat te staan.
Mensen die een reekalfje zien liggen in het gras, moeten hier niet naartoe gaan en het diertje vooral niet aanraken, hoe schattig het er ook uitziet. “Het jonge dier is niet verlaten. De waakzame moeder is in de buurt om haar kalfje te zogen. Een reekalfje dat door mensenhanden is aangeraakt, draagt een mensengeur en wordt door de moeder verstoten”, leggen de medewerkers van Natuurmonumenten uit. De boswachters vragen ook om op de officieel toegankelijke paden te blijven en de hond aan de lijn te houden. Reeën zien honden als een gevaar en zullen vluchten uit een gebied waar een hond losloopt. Zo blijft het reekalfje achter en zal het door honger sterven.

Een Stief Kwartiertje: Fietstafel

Koningin Wilhelmina heb ik nooit gekend en ook heb ik haar biografie niet gelezen, maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat ze ooit op een fiets heeft gezeten. Misschien een enkele keer om het gewone volk te tonen dat een vorstin ook gewoon kan zijn, maar als ze zou vernemen dat haar naam verbonden zou worden aan dé fietsstraat in Dieren zou ze zich wellicht omdraaien in haar graf, want in haar beleving is ze de fiets vroegtijdig ontstegen. Beatrix daarentegen ‘fietst’ nog steeds op de Posbank en dat is een bijzonder beeld, want ze fietst tegen de wind in en toch blijft haar haar zitten, omdat ze er waarschijnlijk drie koninklijke bussen lak op gespoten heeft. Willem Alexander heeft ooit de Gazelle bezocht en daar een rij fietsen omver gereden. Het koningshuis heeft dus een tweeslachtige verhouding tot de fiets, derhalve kunnen we het geen koninklijk vervoersmiddel noemen. Toch heeft de Gazelle het predicaat koninklijk gekregen in 1992 en is het bedrijf nog steeds aan de Wilhelminaweg gevestigd.

Er komt eerdaags meer aandacht voor de fiets, zowel in Dieren als in de hele gemeente Rheden. De fiets is de afgelopen maanden al in aanzien gestegen in het hele land, voornamelijk door de coronacrisis en het mooie weer. Ondanks die opleving heeft de fiets nog geen koninklijke status gekregen, maar als het aan de Stichting Fietsop1 ligt moet dat er een keer van komen. Deze nieuwe club heeft zich tot doel gesteld om het fietsen te promoten en daar doet ze door met een ‘fietstafel’ door de gemeente te trekken. De ‘fietstafel’ is een fraai geconstrueerd apparaat waarmee je echter even snel vooruitkomt als met de fiets van Beatrix op de Posbank. Desondanks moet de ‘fietstafel’ een beweging op gang brengen en mensen moeten er aanschuiven als ze ideeën hebben hoe het fietsen bevorderd kan worden, waardoor de fietsvriendelijkheid en de fietsveiligheid vergroot wordt.

Het moet allemaal in Dieren gebeuren, althans opgestart worden. Zo zal er ook een fietsmuseum in het dorp komen, eerst op betrekkelijk kleine schaal, maar naarmate de fiets populairder zal worden zal het museum meegroeien. Nu kent u een museum als de plek waar de tijd achteruitloopt of op z’n minst stilgezet is, maar de nieuwe stichting gaat ook daar beweging in brengen. Een fiets is actieve beweging in tegenstelling tot de passieve auto en een fiets is milieuvriendelijker dan een auto.

De Wilhelminaweg wordt dé fietsstraat van de toekomst, dat is het plan. Er komt een fietsroute die vanaf de IJssel over het horecapleintje door de as van het dorp loopt en dus over de Wilhelminaweg en vandaar naar het bosgebied met een afslag naar het kanaal, omdat de Stichting Beleef het Kanaal ook deelneemt aan het fietsplan, al heb ik begrepen dat dit niet voortkomt uit het feit, dat er zoveel fietsen in het kanaal gevonden zijn. Kortom, de stichtingen die het toerisme willen bevorderen, alsmede de ondernemers doen mee om de Veluwezoom dé fietsregio van Nederland te maken. Drenthe zal als fietsprovincie hijgend achteropraken. Een heideveld is aardig, maar toch een armoedig stukje afgeplagde natuur vergeleken met een bloeiende stuwwal.

De Wilhelminaweg is nu nog autovriendelijk en passend bij de vervoersvoorkeur van Wilhelmina, maar wellicht gaat dat veranderen als er ideeën op de fietstafel neergelegd worden met de welluidende titel: auto weg en Wilhelmina weg. Er is vast iemand die de Stichting voorstelt om de Wilhelminaweg om te dopen in Erik Breukinklaan, die heeft er meer geschiedenis dan Wilhelmina.

Desiderius Antidotum

Retrospectief: De Engel in De Steeg

In 1971 besloot de gemeenteraad van Rheden tot het aankopen van panden en gronden van Hotel De Engel in De Steeg. Eigenaresse was mevrouw J. Wentink-Geerlings. De sloophamer zou op die plek aan de Hoofdstraat de ruimte creëren voor een nieuwe gemeentehuis. Het oude gebouw, een paar honderd meter verderop en juist aan de andere zijde van het spoorviaduct, was te klein geworden als het hoofdkwartier van de snel groeiende gemeente Rheden. In ’73 opende het nieuwe gemeentehuis.

De sloop betekende het einde van een lange horecatraditie op die plek. Eeuwenlang stond daar namelijk herberg ‘Den Engel’. De hofstede werd zo genoemd naar de toenmalige bewoner Engel Jansen. Al in 1639 werd daarvan in een akte melding gemaakt. Het was toen nog een kleine boerenhoeve en herberg, met aan de straatkant een stal, waar paarden van koetsen werden gewisseld. Die werd in 1912 afgebroken.

Van 1804 tot 1925 behoorde de boerderij bij het landgoed Rhederoord, na aankoop daarvan door Derk Willem Brantsen. In 1874 werd door de toenmalige pachter Christiaan Goedvriend het toen nog eenvoudige logement, omgebouwd tot het daarna landelijk bekende hotel De Engel. Intussen was in 1865 ook de spoorlijn aangelegd en het station, eigenlijk meer een halte, werd gesitueerd bij het hotel en heette dan ook officieel Halte Den Engel. In 1917 verviel die stopplaats van de trein overigens weer.

Bekende Nederlandse schrijvers als Simon Carmiggelt, Louis Couperus, Jacob van Lennep, Jacobus Craandijk en cabaretier Wim Kan waren er regelmatige gasten. In verschillende ‘Kronkels’, de dagelijkse columns van Carmiggelt in Het Parool, figureerden De Engel, De Steeg en omgeving en de bewoners van de Veluwezoom. Het is ook de reden waarom Carmiggelt en diens vrouw, op een bankje gezeten en uitkijkend over de IJssel, in brons werden vereeuwigd tegenover de plek waar De Engel stond. Verder bestond de clientèle uit veelal wat oudere maar dikwijls ook welgestelde mensen, die soms maanden achteraan in De Engel verbleven.

Vanaf eind jaren vijftig van de twintigste eeuw ging het echter ieder jaar iets slechter met De Engel. Net als met de overige pensions en hotels aan de Veluwezoom overigens. De een na de ander sloot en uit bedrijfseconomisch oogpunt was het ook geen wonder dat De Engel het loodje legde. De gemeente zocht voor haar nieuwe gemeentehuis een plek en werd daarmee een goede koper. Het einde van het tijdperk De Engel.

Business & Shopping: Drukkerij Hesse verhuist naar Totdrukwerk

RHEDEN – Drukkerij Hesse uit Rheden gaat verder onder de vlag van Totdrukwerk. De Drukkerij aan de Dorpsstraat gaat dicht, maar Rien Hesse verzorgt nog steeds druk-, print- en grafisch werk voor zijn klanten.

Drukkerij Hesse werkt al ruim tien jaar samen met Totdrukwerk in Apeldoorn. Nu het tijd is om wat rustiger aan te gaan doen, heeft Rien besloten de volledige productie en bedrijfsactiviteiten over te hevelen naar Totdrukwerk. Dat geeft hem wat meer vrije tijd en zijn klanten de zekerheid dat hun opdrachten nog steeds goed worden uitgevoerd.

Rien Hesse is 33 jaar geleden gestart met zijn eigen drukkerij en werkt al ruim 30 jaar in het karakteristieke witte pand aan het eind van de Dorpsstraat. “Ik was de eerste die begon met DTP en heb altijd gezorgd dat ik de nieuwste technieken leerde”, zegt Hesse, die in de loop der jaren voor vele tevreden klanten druk-, print- en grafisch werk verzorgde. Grotere drukorders besteedde hij de laatste tijd uit aan Totdrukwerk in Apeldoorn, zodat hij altijd service, kwaliteit en een goede prijs kon bieden.

Nu verhuist Drukkerij Hesse dan naar Totdrukwerk in Apeldoorn. Rien blijft gewoon contactpersoon voor zijn klanten, maar krijgt hulp van Brigitte Thehu, die naast klantcontact ook de productie bij Totdrukwerk begeleidt. Ook kan Rien terugvallen op de ontwerpstudio van Totdrukwerk en gebruikmaken van de moderne productiefaciliteit. “Er verandert voor de klant weinig, behalve dan dat er nóg meer mogelijk is”, zegt Rien. “Alleen even bij me binnenlopen zit er niet meer in, maar uiteraard ga ik graag naar mijn klanten toe en zijn ze van harte welkom in Apeldoorn. Opdrachten kunnen ook per telefoon of e-mail worden aangenomen en bestelling worden op het afleveradres bezorgd.”

Totdrukwerk is een modern productiebedrijf waar een breed scala aan grafische producten wordt gemaakt. Klanten kunnen niet alleen terecht voor het druk- en printwerk, ook verzorgt Totdrukwerk signing, belettering voor panden en (vracht)auto’s, vlaggen, banners, boeken, relatiegeschenken en ga zo maar door.
Wat Hesse en Totdrukwerk vooral gemeen hebben, is het stukje persoonlijke aandacht. “We vragen door, zoeken nieuwe oplossingen en denken mee met de klant”, aldus directeur Rik de Jonge van Totdrukwerk. “Het maakt niet uit of dat nou gaat om flyers voor de voetbalvereniging of readers voor een grote school. We willen voor iedereen iets moois maken.”

rien@totdrukwerk.nl
026-4953647

Foto: Links Rien Hesse, daarnaast Rik de Jonge en Brigitte Thehu van Totdrukwerk

Business & Shopping: Uitgekookt.nl brengt gezond eten en gemak samen

REGIO – Dagelijks gezond, gevarieerd én lekker eten. Dat wil iedereen. Zeker tijdens deze coronacrisis beseffen steeds meer mensen dat gezond eten belangrijk is. Maar er zijn van die dagen dat je geen zin of tijd hebt om te koken of niet weet wat je nu weer moet maken. Op die momenten zijn kant-en-klare maaltijden een uitkomst. Maar zijn dergelijke maaltijden nou wel of niet gezond?

Gemak dient de mens, is het motto. Steeds meer bedrijven spelen in op die behoefte aan gemak. Zo zijn er bijvoorbeeld steeds meer partijen die kant-en-klare maaltijden ontwikkelen. Er bestaan echter veel vooroordelen over kant-en-klaar. Want hoe gezond is zo’n maaltijd nou eigenlijk echt? En wordt dit soort gemak niet altijd duurbetaald? De maaltijdservice van Uitgekookt.nl bewijst dat kant-en-klaar wel degelijk gezond én lekker kan zijn.

Johan van Marle, eigenaar en chef-kok bij Uitgekookt.nl, bereidt met veel passie samen met zijn team van professionele koks de recepturen waarbij altijd gelet wordt op voldoende variatie. Wat vandaag wordt geoogst, gaat in de maaltijd van morgen. Bij ieder recept kijkt zelfs een diëtiste naar de voedingswaarden. Zo bevat iedere maaltijd maar liefst 200 gram verse groenten en geen onnodige toevoegingen. Geen pakjes, geen zakjes. De groenten komen zo veel mogelijk van lokale telers en worden na de oogst direct verwerkt en verpakt. Zo blijven ze knapperig en vers. Omdat alle maaltijden van Uitgekookt.nl koelvers worden geleverd in plaats van ingevroren, gaan er bovendien geen voedingsstoffen en smaak verloren.

Steeds meer mensen maken om bovenstaande redenen gebruik van een maaltijdservice. Ook omdat deze tegenwoordig net zo gezond kunnen zijn als wanneer je zelf vers kookt. Bij Uitgekookt.nl bestel je de maaltijden heel eenvoudig online of via de telefoon. Er is wekelijks de keuze uit maar liefst 24 maaltijden, die altijd door een vaste bezorger gratis thuis worden bezorgd.

www.uitgekookt.nl

Foi, Foi: Hongerige lammetjes

Tegenwoordig gruuit de meeste jeugd op in grote nieuwbouwijken. Ze stoat dan ok steeds varder af van de natuur. Ja, a’j d’r niet mee opgruuit ku’j sommige dingen niet weten. Zo ging ut ok met un deerntjen hier uut disse streek. Ze had ut wel effen benauwd en wist toch niet krek hoe zee d’r mee an mos. Achteraf kan ze d’r umme lachen, want eigenlijk was ut heel simpel.
Ut deerntjen warken nog niet zolange op un zorgboerderie. Ze hadden doar van alles: kippen, vogels, geiten en ok schoapen. En ja a’j schoapen heb dan wil ie doar ok graag un paar lammetjes bie hebben. Ja, dat lukken dit joar ok weer. Un paar schoapen hadden lammeren en un paar niet. Ut was de gewoonte dat de dieren ‘s oavonds noa binnen gingen. Dat was warmer en ok beter tegen de roofdieren. D’r löp van alles lös: vossen en wie weet komp de wolven ok al disse richting uut. Zo’n jong lammetje is natuurlijk een smakelijk boutjen. Ie weet ut maar nooit met dat wilde spul.
Op un oavond ging ut kats mis met de schoapen. Ut deerntje, ik nuum heur maar Mientjen, was an de beurte um ‘s oavonds de beeste noa binnen te doen. Maar dat ging eerst wel goed maar later niet. Weurumme niet?
‘s Oavonds rond half tien wörden meestal nog un ronde edoan. Mientje mos effen oaveral kieken en heuren wat raars in de schure. D’r waren un paar lammetjes zo akelijk an ut blèren. Doar mos wat an de hand wèzen. Mientje noa ut hok toe. Niks gien biezunders an te zien. De lammeren liepen netjes um de moederooi hen en keken heur met wat zielige ogen an. Ja, wat mo’j doar noe an doen? Toen ze de schure uut liep heuren ze nog weer ut gebleer. Zee besloat om de veearts maar effen te bellen, want zee begreep d’r ok niks van. De man was heel vriendelijk tegen Mientje en vermoeden wel wat d’r an de hand was. Ut zol meugelijk un uierontstèking kunnen wèzen. Dat kwam wel vaker veur bie schoapen. En as de ooi dat had dan gaf ut dier bienoa gien melk of stoten de jongen weg, want dat lurken deed heur dan zeer. De veearts roaden Mientje an om bie de ooi ut uier flink te masseren. Dat gaf ut dier verlichting en dan zol ut wel goed goan. De veearts leggen krek uut wat ze mos doen. Ut deerntje zei dat ze ut wel snappen.
Maar o jee, weer un probleem. Zee ging ut hok in bie de ooi en lammetjes en wol doen wat de veearts heur had ezeg. Maar hoe ze ut ok proberen gien uier te vinden. Dus ok niet masseren. Mientjen wörden d’r zenuwachtig van. Dus besloat ze maar um de veearts maar weer te bellen ondanks dat ut elf uur was. De veearts snappen d’r niks van en beloaven effen te kommen. In de stal zag de dierendokter ut al rap; de lammetjes waren bie un ooi zonder uier. Ut moederdier zat effen varder op, ok zenuwachtig te wèzen. De dierenarts nam heur niks kwoalijk. Hee snappen wel dat de jeugd tegenwoordig denkt veul te weten maar zoiets simpels niet. Rap wörden de lammetjes bie de moeder edoan en ut leed was elejen, Mientje hef deze vergissing nog vake motten heuren.

Goed goan,
Martien,
de Platschriever uut Loenen

Zo ezegd, vake niet edoan

Rick Evers: Juichverbod

Tot nu toe vond ik de coronamaatregelen van ons kabinet zo gek nog niet. Onze handen stuk wassen, thuisblijven bij klachten, een beetje afstand houden van elkaar; allemaal prima te doen. Maar let op de eerste drie woorden van deze column. Tot nu toe. De premier is namelijk te ver gegaan.

Precies een week geleden vertelde Mark Rutte ons dat we niet meer mochten schreeuwen in een voetbalstadion. We kregen een juichverbod. Natuurlijk mogen we blij zijn als onze favoriete club scoort. Maar die blijdschap moeten we voortaan uiten door ‘hoera’ te fluisteren. Of door een toeter te gebruiken. Kan ook. Een beetje wereldvreemdheid is onze premier blijkbaar niet vreemd.

Niet schreeuwen in een voetbalstadion. Dat is hetzelfde als met je kinderen naar het zwembad gaan en zeggen dat ze niet het water in mogen. Of met mijn vrouw naar een sushibar gaan en zeggen dat ze geen sushi mag eten. Dat gaat gewoon niet. In voetbalstadions schreeuwt iedereen. Altijd. En nu vraagt onze lieve Mark of die altijd sympathieke hooligans ‘hey scheids, je moeder is een hoer’ voortaan willen fluisteren.

Zelf ben ik niet zo’n stadionganger. Ik heb één keer een voetbalwedstrijd in een stadion gezien, maar ik miste de herhalingen en het commentaar. Een vriend van mij gaat wel graag. Die is Go Ahead Eagles fan. Daar juichen ze trouwens ook bijna niet, maar dat heeft hele andere redenen. Geschreeuwd wordt er wel. Het is een uitlaatklep. En je emoties al fluisterend de vrije loop laten, dat werkt gewoon niet.

Misschien moet Marky Mark iets minder strikt naar zijn Outbreak Management Team luisteren en iets meer met zijn voeten in de klei gaan staan. Want als je echt denkt dat mensen massaal ‘hoera’ gaan fluisteren in een voetbalstadion, dan leef je echt in een sprookjesboek.

Foi, foi: Weinig veranderd

Dit keer wat anders. D’r is noe heel veul te doen oaver ut racisme. Un raar woord woar ze vrogger nog nooit van hadden eheurd. Ut was d’r wel. Loat wie eerlijk wèèn. D’r was vrogger ok al heel wat discriminatie: achterstelling van rieke noa arm en van veurname luu noa ‘gewone’ mensen. Ik had laats un goed gesprek met un older persoon oaver dit onderwarp.
Ut was töt veur zestig, zeuventig joar elejen zeker gien rozegeur en moaneschien. Wule hadden ut oaver de jonge deerntjes die vake vanaf hun veertiende joar al veur dag en nacht in betrekking mossen bie un veurname of rieke familie. Hard warken van de vrogge margen töt de late oavond. Gewoon pure uutbuiting. Ze nuumen ut niet zo, maar eigenlijk waren ut slaafjes. Ze hadden toch niks in te brengen. In sommige betrekkingen hadden ze ut goed, maar vake ok niet. Nauwelijks genog te eten, en zeker niet bie ut gezin an toafel. Meestal opèten in de keuken. En dat veur un paar cent. Maar ja, de olders was ut niet kwoalijk te nemmen. Met die grote gezinnen, tien of twaalf kinderen, was heel gewoon. D’r mos extra geld binnen kommen en un mond minder an toafel.
Ok bie de grote boeren (veural op de klei) was ut veur die jonge knechtjes (14 – 15 joar) ok niet best. Vrog d’r uut veur ut melken. De hele dag deursabbelen. En dit veur un joarloon van enkele tientjes. Ut èten was vake niet best. Schroa. En zeker niet krachtvoer. De jongens hadden niks in te brengen. De boer was oppermachtig. As d’r maar un goeie boerin was dan ging ut nog wel, maar ik heuren van iemand dat die vake ook minder aardige (loat ik niet un rotwoord gebruuken) luu waren.
Standsverschil was d’r vrogger veul meer dan noe. Hoge luu keken op ut gewone volk neer. Eigenlijk ok un soort van discriminatie. Oaveral kwam dat veur. In bedrijven en zelfs in de karken. De luu met ut meeste geld hadden de beste plaatsen. Ze zaten veuran. Grote boeren en zakenluu konden de mooiste plaatsen bezetten (pachten). De gewone man mos maar genoegen hebben met un paar plaatsen argens tegen de mure an. Later heb ze dat wel in ezeen dat dat niet eerlijk was. Iedereen kwam hier toch veur de karkdienst.
In de darpen was vake ok un strijd tussen de geloven. Frits oet Borculo schrif hier in de Moespot un duudelijk veurval oaver. In dat darp waren karken van verschillende geleuven. Bie un boerderie waren vier bouwvakkers an ut wark. Tegen koffietied kwam de boerinne (van un fiene familie) met dampende koffie noa buuten. ‘Mooi’, zeien de mannen. Maar de boerinne zei: “Ut is tien uur en ule zult wel zin hebben an koffie, maar ik heb feitelijk niet veur allemoale koffie ezet, dus eh… allene veur de onze. De anderen heb misschien wel koffie in de thermosflesse!”. Zo ging dat vrogger. Toch ok puur discriminatie of niet dan?

Goed goan,
Martien,
de Platschriever uut Loenen

Treur niet um ut verleden, maak ut heden bèter.