Home / Alle-Regiobode

Alle-Regiobode

Bedevaart naar Kevelaer

DREMPT – Op 7 september is het weer zover, dan zet de bus van Bedevaart Zutphen – Apeldoorn weer koers richting Onze Lieve Vrouwe van Kevelaer, Maria Troosteres der Bedroefden. Dit jaar is het thema van de bedevaart ‘Heer, naar wie zouden we gaan’. Wie mee wil naar Kevelaer kan zich opgeven bij zijn of haar eigen parochie via het lokale aanspreekpunt of bij de broedermeester. Doe dit wel vóór 20 augustus. De bijdrage in de kosten is 25 euro, kinderen tot 12 jaar mogen mee voor 10 euro. Opgave is ook mogelijk bij de organisatie, bij Trees Beuwer-Schenning aan de Zomerweg 24, 6996 DE Drempt of via ben@beuwer.nl, tel. 0313 – 473452.

Rick Evers: Trachycarpus fortunei

Wij kochten een palmboom. Gewoon omdat het kan. Eigenlijk is het een Chinese Waaierpalm, oftewel de (ik pak het kaartje er even bij) Trachycarpus fortunei. Het wordt de hele week rotweer, maar wij zitten thuis in tropische sferen.

We kochten hem bij Intratuin. En even serieus, wat een fan-tas-ti-sche winkel is dat hè. Bij Action is het al knap om met lege handen de winkel te verlaten, maar als iemand dat ook lukt bij Intratuin, dan heb je voor eeuwig mijn respect. Ik wilde een zweefparasol kopen, een loungeset, een paar koikarpers, een enorme metalen vogel, een barbecue en een palmboom. Godzijdank kon ik me op tijd inhouden en werd het alleen die laatste.

Het vervoeren was een dingetje. We waren met ons vieren en ik heb geen Range Rover. Ik heb daar wel vaker last van. Iets kopen en pas bij de auto merken dat je een probleem hebt. 25 grote tegels van natuursteen bijvoorbeeld. Die passen er op zich prima in, maar de achterbumper schuurt wel over de weg. Een palmboom bleek ook in categorie ‘het-kan-op-zich-wel-maar…’ te vallen.

Voor iedereen die nog eens met het gezin een palmboom gaat kopen, volgt hier de oplossing van de puzzel: zet kind 1 voorin. Klap een deel van de achterbank neer. Zet vrouw en kind 2 op het andere deel van de achterbank. Schuif de palmboom voorzichtig in de auto. Heeft kind 1 de palmbladeren dan niet in zijn nek? Jazeker. Zitten vrouw en kind 2 dan niet heel krap? Zeker weten. Heb je bij ieder stoplicht het gevoel dat mensen je uitlachen? Ook dat.

Maar het mooiste is: wie het laatst lacht, lacht het best. Want het is rotweer, ik heb geen vakantie en toch waan ik me op Curaçao. Leve de Trachycarpus fortunei.

Een Stief Kwartiertje: Redder van Rheden

Het zou een aardig idee zijn om een prijsvraag in het dorp Rheden uit te schrijven, waarbij het gaat om het tijdstip te voorspellen waarop welk project in welke maand van welk jaar als eerste daadwerkelijk gerealiseerd zal worden: Rhederhof of Riverstone.
De juiste voorspeller zal vereeuwigd worden middels een bescheiden borstbeeld in het hart van het dorp en vanwege de voorspellende gave zal onder zijn of haar naam de eretitel gebeiteld worden: Redder van Rheden. Hopelijk zal de titel niet postuum uitgereikt hoeven te worden.

Over de herbouw van Rhederhof aan de bosrand wordt al 20 jaar gesteggeld en alle partijen houden elkaar al in een ijzige greep alsof over de mogelijke oplossing een stuwwal geschoven is. De gemeente kijkt gebiologeerd maar nog steeds geblokkeerd toe.
Over de situatie van Riverstone oftewel de oude steenfabriek De Groot in de uiterwaarden aan de andere kant van het dorp is al veel gezegd en geschreven, maar vooralsnog ligt de oplossing stevig verankerd onder de fundamenten van de ruïne. Ook hier zit de gemeente in een duurzame kramp.

In de afgelopen decennia werd in beide projecten met enige regelmaat nieuw leven geblazen, maar de initiatieven werden door de tegenstanders, al dan niet met behulp van de justitiële autoriteiten, al ras de nek omgedraaid en alles rustte en roestte voort. Aangezien er in deze vergane glorie nog heel wat centen liggen te verpieteren en de natuur vooralsnog weigert de restanten in te pakken, is er recentelijk weer nieuw leven gesignaleerd op de flanken van de Veluwezoom en in de uiterwaarden aan de IJssel. Hoewel onlangs natuur- en oudheidkundige organisaties de nieuwe herbouwplannen van Rhederhof met succes hebben getorpedeerd dankzij PAS, het stikstofmonster van bouwend Nederland, broeden ze mee op een kleiner bouwplan. En in de uiterwaarden wil de grondeigenaar een duurzaam en klimaatvriendelijk watergebonden bedrijventerrein realiseren, waarin ook het verleden herrijst, dus inclusief steenfabriek, en dat tevens in het Rivierklimaatpark past.

Uiteraard wil iedereen uit de jarenlange impasse komen en dus moet er gepolderd worden, dat kan in dit land, ook op de hoger gelegen gebieden. Er zal uiteindelijk een compromis gevonden moeten worden; een soep waarin ieder zijn ingrediënten stopt en die daardoor of desondanks door iedereen te verteren is. De natuurwaarden zullen met de economische waarden vermengd moeten worden. Aan de IJssel krijgen we dan een commercieel en duurzaam rivierklimaatpark met bloemrijke wandel- en fietspaden tussen kantoren en steenovens die verscholen liggen achter CO2-vretende bomen, die tevens de elektrisch aangedreven vrachtwagens aan het recreërende oog van de toerist onttrekken; werknemers en toeristen komen op de fiets. Aan de bosrand vestigen we een kleine gemeenschap van jonge en oude mensen, die in betaalbare levensloopbestendige woningen verblijven en de zorg hebben voor elkaar en de omgeving. Er komt ook een winkeltje voor de vergeten boodschap.

Alle hoop is nu gevestigd op de burgemeester van Rheden, Carol van Eert. Men veronderstelt dat hij nog niet besmet is door het verleden, maar hij heeft natuurlijk wel te maken met wat zijn voorganger en ambtenaren hebben bekokstoofd. Maar toch, het is een geweldige kans dat hij de Redder van Rheden wordt. Als hij het voortouw neemt weet hij wanneer welk project als eerste gerealiseerd wordt en niemand zal zijn voorkennis betwisten. Mooi beeld: Carol van Eert, Redder van Rheden.

Desiderius Antidotum

Expositie ‘Gevangen in Lijn en Glas’

DOESBURG/VELP – De in Velp en verdere regio bekende kunstenaar Antoine van den Berg exposeert tot en met 8 september bijzondere modeltekeningen in De Raadskelder in Doesburg. Dit doet hij in combinatie met internationale glaskunst van Mari Meszaros. De expositie ‘Gevangen in Lijn en Glas’ is elke zaterdag en zondag gratis te bezoeken van 13.00 tot 17.00 uur in De Raadskelder in Doesburg.
Antoine van den Berg is sinds 1983, als oprichter en docent tekenen en schilderen, verbonden aan Atelier Creso in Velp. Daarnaast is hij als docent werkzaam bij de Kreatieve Kring Westervoort. Antoine ziet de schoonheid van diepte, vorm en kleur in alles wat zichtbaar is, maar het gaat vooral om de expressie die van gezichtsuitdrukkingen en houdingen van het lichaam uitgaat. Antoine maakt in zijn Atelier in Rheden ook vrij werk, zoals portrettekeningen, landschappen en stillevens.

www.ateliercreso.nl

Foi,foi: De zwarte katte

Dina was kats van streek. Heur mooi zwarte katte Moortje was vot. Nargens te vinden. En Dina was toch zo gehecht an ut dier. Ut was un pikzwarte katte. Veur Dina was ut un lief dier, maar Drikus heur man, vond d’r niks an. Hee kon niet met ut dier opschieten. As hee ut wol aaien, kreeg hee vake un höker (krabbe) van de poes. Un vals karakter zat in de katte en dat zat Drikus niks lekker.
Noe was d’r trammelant. Moortjen was vot. Dina zoch oaveral in huus en buuten. Woar zol dat stomme dier noe toch kunnen wèzen? Ze had um op de gewone tied ‘s margens noa buuten edoan en noe was hee vot. Wat te doen? Ze wörden un bitjen treurig en mieterig umme de poes. Ze was zo gewend met de poes um heur hen, lag op heur schoot en noe gien Moortjen meer. Toen de katte de volgende dag ok vot bleef zei Dina tegen heur man dat ze un advertentie wol zetten in de krante. De katte mos hier argens in ut darp rondzwarven. Zee was zo gehecht an ut dier dat was heur heel wat weerd. Ze ging de advertentie opgeven en liet d’r biezetten dat de beloning van ut terubrengen un tientje was. De advertentie zol de volgende dag in de krante kommen.
Woensdags mos Dina weg op kroamvisite in de buurte en dat was af esproaken. Drikus mos thuusblieven want as iemand kwam met Moortjen dan mos d’r ene thuus wèzen.
De krante was nog maar kold bie Drikus in de busse of doar wörden al an ebeld. Doar stond un keerl met un zwarte katte op de arm. Hee zei: “Ik heb oele zwarte katte evonden. Hee liep doar un paar stroaten varder. Hier ie mag um hebben en mag ik ok dat tientje vangen?” Effen later weer iemand an de deur, weer met un zwarte katte bie zich. Hee beweren bie hoog en lege dat ut Moortje was. Drikus riep nog un keer Poes en Moortje en de katte miauwen (van honger)wat. “Zie wel”, zei de man, dat is oele katte.”
Un half uur later ging de belle weer. Verduld noe un meisje met un poes. Weer un pikzwarten. Drikus zei dat ze al twee poezen hadden maar zee wist um te oavertuugen dat ut Moortje was. Ook zee kreeg un tientjen mee noa huus. Blie dat ut kind was, maar hee zag niet dat ut meisje meteen noa ut cafetaria ging.
Un uur later kwam Dina thuus. Drikus dach dat Dina blie was maar niks heur. Integendeel, zee was gloepens ondeugend. Zee bekeek de katten die oaveral op en tussen zatten. De meesten waren gewoon zwarfkatten die de luu effen hadden evangen um un tientje op te strieken. Zee zag metene dat heur Moortjen d’r niet bie was. Direct ging de deure lös en alles noa buuten toe. Vot d’r mee.
Wat later ging ze noa de veurkamer, woar ze heel weinig kwamen, en wie lag doar lekker te sloapen in de luie stoel? Juust: Moortje. Dina weer blie. Drikus was intussen noa de kroeg um al die narigheid van de rotkatten te vergèten….

Goed goan,
Martien, de Platschriever uut Loenen

‘Die bie alles ut beste is, is ut slechtste veur zichzelf’

Retrospectief: Dierens Harmonie Corps op concours

Deze week een foto van DHC, het Dierens Harmonie Corps, gemaakt in 1921. Waarschijnlijk ter gelegenheid van het concours dat in dat jaar in Apeldoorn werd gehouden. Zo’n gebeurtenis was voor vrijwel iedere muziekvereniging aanleiding voor het maken van een foto. Waar deze is gemaakt, is niet duidelijk. Daarvoor is de achtergrond te nietszeggend.

DHC was vijftien jaar eerder opgericht. Waarom weten ze bij de vereniging zelf ook niet precies. Maar wél dat in februari 1905 een intekenlijst rondging in Dieren, waarop men geldbedragen kon toezeggen of kon inschrijven op renteloze aandelen. Er moesten immers instrumenten worden aangeschaft en zo.

Blijkbaar lukte dat, want op 8 maart 1906 werd het Dierens Harmonie Corps actief. Op die dag werd een hoofdbestuur gevormd en een directeur (dirigent) benoemd. Door hen werd een oprichtingsvergadering uitgeschreven, een week later. Er meldden zich 27 leden aan en al op 31 augustus van dat jaar volgde op Koninginnedag het eerste optreden. Dat gegeven doet vermoeden dat er minstens aan aantal ervaren muzikanten deel uitmaakte van het corps, want in nog geen half jaar een instrument leren bespelen lukte ook toen al niet.

De eerste jaren verliepen niet alleen muzikaal met vallen en opstaan, want in het archief van de vereniging werden notulen gevonden die wijzen op enkele dirigentwisselingen in korte tijd, op het in heel korte tijd bedanken en weer terugkomen van leden en flinke conflicten tussen het zogenaamde hoofdbestuur en het bestuur uit de leden. Het doet denken aan taferelen uit de beroemde film Fanfare van Bert Haanstra, over rivaliserende muziekkanten in het dorp Giethoorn.
Maar hoe dan ook, DHC bleef bestaan en werd een vaste waarde in het dorp Dieren. Bij veel feestelijke gelegenheden was ‘de muziek’ present en menig aubade werd verzorgd. Ook trok het corps met enige regelmaat op concours en het niveau was bij tijd en wijle zeer hoog.

Dat is anno 2019 nog steeds zo. Zo’n veertig muzikanten vormen inmiddels DHO, Het Dierens Harmonie Orkest. De naam veranderde bij de viering van het eeuwfeest en tegenwoordig is DHO ook niet meer als marcherend corps op straat te zien. De muzikanten hebben zich gespecialiseerd in het geven van concerten.

Foi, foi: De nachtspiegel

In un darp oaver de Iessel wonen (joaren elejen) un vrouw die vake ‘de nachtspiegel’ wörden enuump. Wel un rare naam veur un vrouw. Toos zei ok altied as zee noa de WC mos: ‘Hol mien stoel bezet, ik mot goan nachtspiegelen’. Wel raar geproat natuurlijk. D’r wisten maar weinig mensen woar dat noe vandan kwam. Toen d’r un nieuwe buurvrouw kwam wonen en buurte maken vroeg zee gewoon (wat brutaal) op de vrouw af: “Zeg Toos noe mo’j mien toch is vertellen hoe ie an die bienaam komp?” “Mo’j is heuren”, zei zee, “ik zal ut oe vertellen. As jong deerntje van vieftien joar mos ik in betrekking. Wule waren thuus met un flinke koppel en hoe eerder a’j wat verdienen hoe bèter. En dan nog graag veur dag en nacht d’r uut.”
“Ik mosse met vieftien joar al in betrekking in Arnhem bie rieke luu die in un groot herenhuus wonen. Deftige luu! Ze proaten met un heite eerpel achter in de kèle. Ie kent dat wel. Maar ja, ik was niks gewend en mos nog hèèl veul leren. D’r waren zoveul dingen woar ik niks van wist. Dat hadden wule op de boerderie toch niet. Maar ja ie mossen ut eerst allemoal wel leren en weten. Ut begon al meteen op de eerste dag. Ik moch niet in de kamer èten met mevrouw en meneer. Nee, ik zat allene in de keuken te prakken. Ok niet gezellig. Toen ging ut belletje. Ik dach dat ze nog in de woonkamer was. Ok kieken in de keuken en doar was ze ok niet. En toen zag ik ut. Mevrouw stond op de oaverloop en riep noa mien: “Zeg Toos wij gaan naar bed, wil je de nachtspiegel even hier boven brengen?” “De nachtspiegel?”, zei ik. “Ja”, zei mevrouw, “ik denk dat die in de keuken is.” Ik zei toen netjes: “Ja mevrouw, ik zal er voor zorgen.”
“Ikke noa de keuken toe en ik prakkezeren mien rot, wat bedoelen dat mense noe toch met un nachtspiegel, doar had ik nog nooit van eheurd. Ik keek in de keuken en zag doar wel un klein goedkoop spiegeltjen hangen. Ik pakken ut d’r af maar toen dach ik dat zal ze niet bedoeld hebben. Toen maar weer effen varder kieken, maar niks te ontdekken. En um noe meteen al te zeggen, ‘ik kan ut niet vinden’, dan maak ie ok un slechte indruk. Ik zag in de hal die grote spiegel stoan en bedach mien dat ze die wel bedoeld zol hebben. Ik proberen um die zwoare spiegel boaven te kriegen. Toen ik halverwege de trappe was en natuurlijk wel wat gehijster te heuren was, kwam doar inens meneer en mevrouw boaven an de trappe loeren. “Wat doe je nou toch met die spiegel Toos?” Ze dachen dat d’r un inbrèker gangs was. “Nou ik breng u de nachtspiegel”, zei ik netjes. Nou toen ha’j ze is moeten zien lachen. Ze proesten ut uut. En ik maar wachen met die grote spiegel op de trappe. Toen ze bedaard waren kwamen ze noa beneden en vertellen mien dat ze met de nachtspiegel de nachpo (pispot) bedoelen. Foi, wat schamen ik mien toch en heb ut nooit meer verkeerd edoan. Noa die tied zeg ik altied: “Ik goa nachtspiegelen. Snap ie??”

Goed goan,
Martien, De Platschriever uut Loenen

Zo lang a’j nog niet in de hemel bint he’j geld neudig!

Rick Evers: Het blotekontenhok

Een sauna, vroeger kreeg je mij er met geen stok naartoe. Maar tegenwoordig geniet ik wel van een dagje wellness op zijn tijd. Als ik mijn zwembroek maar aan mag houden. Gelukkig mag dat steeds vaker.

Bloot is uit. Het stond vorige week in de krant. Steeds meer wellness resorts komen erachter dat hun gasten liever op badkledingdag komen dan op blotekontendag. De reden is simpel: de samenleving verpreutst. Vooral jongere mensen willen niet in hun nakie aan het meer liggen.

Ik val officieel niet meer in de categorie ‘jongeren’. Maar ik snap ze wel. Ik zit bij zo’n wellness resort altijd graag in een bubbelbad. En als ik het zat ben, stap ik eruit. Maar om dat nou bloot te doen. Dat je via dat trappertje omhoog klimt terwijl de zittenblijvers zo in je holletje kunnen kijken. Ik weet het niet. Ik vind dat geen toegevoegde waarde hebben.

Misschien is het anders als je echt alleen in de sauna zit. Maar ik doe vaak juist andere dingen. Behalve bubbelen ga ik graag een beetje zwemmen, Liny’s Leespakket lezen op een strandbedje, een hamburger eten (voor maar € 25). En waarom moet ik dat in mijn blote kont doen? Omdat dat zogenaamd hygiënischer is? Flauwekul natuurlijk.

Preuts als ik ben, ben ik dus wel blij met deze trend. Ik hoop ook dat het doorzet. Dat de blote konten de nieuwe rokers zullen zijn. De paria’s in de wellness resorts. Misschien komt er overal een apart hoekje. Naast het rokershok. Het blotekontenhok.

Een Stief Kwartiertje: Afvalligen

De afvalverwerking kan eerdaags bij het grofvuil. Nu wil natuurlijk niemand dat het nog een grotere zooi wordt dan het al is, maar als de chaos zowel bij de afvalverwerkers als bij ons, de toeleveranciers, aanhoudt dan gaat alles richting de stort. Er moet echt iets veranderen.

De afgelopen week heb ik weliswaar niet besteed aan het graaien in alle afvalsystemen die in de regio gangbaar zijn, maar aangezien elke gemeente een ander systeem en andere voorwaarden hanteert, net als de asfaltverwerkingsindustrie zelf, is iedereen de afvalweg kwijt. Het is een zooitje in meerdere opzichten. De ouderwetse stort is door de hoge vlucht van de afvalscheiding getransformeerd tot recyclepleinen, wat op veel plaatsen een verhullende term voor vuilnisbelt is. De medewerkers moeten daar als milieu-agenten optreden, omdat veel mensen op de gemakkelijkste manier van hun zooi af willen, zeker als ze ervoor moeten betalen. Het afgebroken tuinmuurtje aanbieden als tuinafval is in een aantal gemeenten aanmerkelijk goedkoper dan het als puin storten. De goeden uiteraard niet te na gesproken, die keurig het afval in de daarvoor bedoelde bak gooien. Gelukkig zijn dat de meesten, maar desondanks blijft het een zooi.

Burgers moeten tegenwoordig een graad in de hogere afvalkunde gehaald hebben willen ze wijs worden uit de instructies hoe het afval te scheiden. Het boterhamzakje staat er symbool voor; dat mag niet in de PDM-bak (plastic- en metaalverpakkingen en drankkartons) als het thuis wordt gebruikt, maar wordt het daarbuiten gebruikt dan wel. Hetzelfde geldt voor aluminiumfolie, als de plaats waar het verkocht wordt verschilt van de plek waar het gebruikt wordt, dan is het ook een verschillend soort afval. Leg dat maar eens aan de dolende burger uit. En dus pleuren veel mensen de hele handel bij elkaar en mogen de afvalverwerkers het uitzoeken, maar die kunnen het daarom niet scheiden en pleuren op hun beurt alles bij elkaar.
Daarnaast kun je met allerlei andere soorten afval creatief omgaan, want als vrienden of familie in een andere gemeente wonen waar andere regels gelden, dan kun je kijken waar je je troep het goedkoopste kwijt kunt. Kortom, overal heerst chaos en dat leidt tot bijzondere maatregelen.

Nog niet in onze regio, maar er zijn al gemeenten die een soort afvalpolitie in het leven hebben geroepen. Het zijn klikorechercheurs, die zelfs boetes mogen uitdelen. Ze schuimen als straathonden in de vroege ochtend langs de kliko’s en duiken erin op zoek naar verboden spullen. Omdat dit veel agressie oproept en er gedreigd wordt de kliko op het hoofd van de klikogluurder te ledigen, worden er nu andere en meer opvoedkundige maatregelen genomen, de klikocoach is in aantocht om het afvallige volk in de goede afvalbanen te leiden; een spoedcursus afval scheiden op de stoep. Vooralsnog zijn we daar nog van gevrijwaard, maar voor hoelang?

Het gaat er natuurlijk om dat gemeenten en afvalverwerkers opnieuw om de tafel moeten om een uniform en eenvoudig dus voor iedereen begrijpelijk systeem te ontwikkelen. Het moet afgelopen zijn met in elke gemeente verschillende bakken, plastic zakken en containers met en zonder pasje en waar je daar wel en daar niet voor hoeft te betalen. Daarnaast moeten ook de supermarkten met elkaar afspreken dat ze op een uniforme manier en met hetzelfde materiaal producten verpakken. Daar vraag je me wat. Wellicht komt het nog een keer goed als de overheid c.q. de politiek haar verantwoordelijkheid neemt en concrete afspraken maakt met de afvalverwerkingsindustrie. Niemand wil de afvallige zijn, maar nu zijn we het allemaal.

Desiderius Antidotum

Retrospectief: De sluis in de Oude IJssel

Momenteel ligt het gebied rond het sluizencomplex tussen Oude IJssel en de IJssel en Doesburg behoorlijk op z’n kop. Niet voor het eerst worden daar werken uitgevoerd ter verbetering van de aansluiting tussen bij rivieren. Er wordt ter plekke gewerkt aan het plan De Blauwe Knoop. Eén van de belangrijkste kunstwerken is de aanleg van een vistrap, die het voor vissen mogelijk moet maken tot maximaal 5 meter hoogteverschil te overbruggen. Verder wordt het gebied – een soort schiereiland tussen sluis en stuw – beter toegankelijk en beleefbaar gemaakt voor bezoekers. Samen met de passantenhaven en de voormalige GTW-loods belooft het een mooi stukje Doesburg te worden.

Op deze foto uit 1953 zien we de schutsluis in Oude IJssel. Die is een jaar daarvoor in gebruik genomen ter vervanging van een ouder en kleiner exemplaar. De eerste sluis op die plek werd in 1890 in gebruik genomen. Voor het eerst konden schepen daarna in één keer doorvaren, zonder bij Doesburg over te moeten laden. Het hoogteverschil tussen beide wateren is soms wel vijf meter en werd via een stuw overbrugd. Al sinds vele eeuwen mondde de Oude IJssel, die in het Duitse Raesfeld ontspringt, bij Doesburg in de IJssel. Momenteel is die waterweg 81,5 kilometer lang, waarvan 26,5 kilometer op Nederlands grondgebied. Het grootste deel is echter niet bevaarbaar anders dan voor kano’s. Pleziervaart kan tot Ulft komen, de beroepsvaart kan niet verder meer dan Doetinchem.

De sluis die in 1952 werd geopend meet 55 x 8 meter en heeft een zogenaamde drempeldiepte van 2,5 meter. Die maten werden aangehouden omdat ook coasters of kustvaarders – langs kusten varende zeeschepen – met hout uit Scandinavië geschut konden worden. Die voeren onder andere naar Oldenboom in Doetinchem.

In 1964 werd het sluizencomplex vernoemd naar de geestelijk vader van de waterwerken, ‘ir. R. Ver Loren van Themaat’. Een gedenkplaat over de naamgever werd na de verbouwing van het bedieningsgebouw (rechts naast de brug) overgeplaatst op het nieuwe gebouw, dat in 2007 in gebruik werd genomen. Van daaruit worden overigens ook de bruggen bij Hoog- en Laag-Keppel bediend.