Home / Algemeen

Algemeen

Retrospectief: Trein stopt op verzoek

Op 20 september 1839 reed tussen Amsterdam en Haarlem de eerste trein van ons land. Het was het begin van een voortvarende groei. Aanvankelijk waren de lijnen particuliere initiatieven, maar in 1860 nam de overheid het heft in handen. Er werd opdracht gegeven voor de aanleg van tien grote zogenaamde staatslijnen voor de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, kortweg de SS. Die nieuwe lijnen kregen de letters A t/m I. Onder de letter A werd de spoorlijn Arnhem – Leeuwarden aangelegd. Het eerste deel daarvan, het traject van Arnhem naar Zutphen, werd op 2 februari 1865 geopend. Aan die lijn verschenen stations en haltes, 25 in totaal. Eén daarvan was de Halte Hofstetten in Ellecom, te zien op deze foto uit circa 1900.

Aanvankelijk werd het tracé aangelegd als enkelspoor, maar direct wel met de bedoeling later een tweede spoor aan te leggen. Aan het traject kwamen stations te liggen in Arnhem, Velp, Rheden, Dieren, Brummen en Zutphen. Die zijn er nog steeds. Er werd ook een aantal haltes gerealiseerd. Plekken waar op verzoek werd gestopt als er reizigers waren die er wilden in- of uitstappen. In Velp waren er haltes bij Café Unie en Hotel Naeff, in Worth-Rheden was een stopplaats en ook bij Hotel de Engel, de Diepesteeg en de Holleweg in de Steeg. In Ellecom waren maar liefst drie haltes: Klein Avegoor (het latere Jeugdland), Ellecom (ter hoogte van de Kastanjelaan) en bij Villa Hofstetten. Verderop aan de lijn kenden ook Spankeren, Leuvenheim, de Weg naar Voorst, Het Vosje en Voorstonden nog haltes. Die werden overigens niet allemaal direct bij de opening van de lijn in 1865 in gebruik genomen, maar waren in 1917 allemaal verdwenen. Van Halte Hofstetten is bekend dat die tussen 1882 en 1917 bestond en in de dienstregeling voorkwam.

Op de foto zien we de trein vanuit Dieren komen en te zien is het wachtlokaaltje. Rechts is het kantoor annex woonhuis van de baanwachter te zien. Dat gebouw werd naar verluid in 1932 afgebroken. De naam dankte de halte aan de nabij gelegen Villa Hofstetten, een in 1835 gebouwd landhuis.

Retrospectief: Geitenhouders bij het kasteel

Rond 1920 hadden veel Loenenaren een melkgeit. Omdat de dood van een melkgeit in die tijd een kostbaar verlies was, had men een zogenaamd geitenfonds in het leven geroepen. Per maand moest een kleine contributie worden betaald.
Eenmaal per jaar ging men naar kasteel Ter Horst, dat vroeger een centrale plaats was in het dorp, om de geiten te laten zien. Natuurlijk werden de dieren van tevoren netjes gewassen en gekamd. De familie Van Lynden, die toen het kasteel bewoonde, had veel aardigheid in deze traditie en kwam graag even kijken en een praatje maken met de geitenhouders.
Gijs van Laar was in het dorp algemeen bekend als geitendokter. Als de geit ziekteverschijnselen toonde, dan werd Van Laar ingeschakeld. Van heinde en verre kwamen ze naar deze geitendokter om raad. Tuberculose was in die tijd een zeer gevreesde ziekte.
De melkgeiten waren talrijk in het dorp omdat de geit goedkoop was. Het was ‘de koe’ voor de arbeider. Wie een stuk grond bij huis had nam een geit en zette overdag het dier ‘aan het tuur’ (een stuk touw aan een paal) op het grasveld of langs de weg.
De geit leverde voedzame melk met een speciale smaak. Bovendien kreeg het beestje ieder jaar een of meer jongen. De jonge bokken(mannetjes) werden direct verkocht voor vijftien cent aan Plant aan de Eerbeekseweg. Kwamen er vrouwelijke nakomelingen dan werden deze verder opgefokt om te verkopen of zelf te houden.
Aan de Molenallee had een vrouw een dekbok. Ze werd toch De Kippenvrouw genoemd. Algemeen bekend is dat de bokken een sterke penetrante geur verspreiden. De geitenhouders gingen daar jaarlijks heen als de geit ‘boks’ was.
Het melken van de geit leverde nogal eens problemen op. De beesten hadden rare kuren. Vaak mocht alleen de man of vrouw de geit melken. Moest een ander dit overnemen door ziekte of om een andere reden dan verzette de geiten zich tot het uiterste om gemolken te worden.
Later toen de tijden beter werden kwamen er steeds minder geiten. Nu zijn er wel grote speciale geitenbedrijven. Populair zijn wel de dwerggeiten. Die worden veel voor kinderen gehouden. Hier een daar zijn ook wel andere grotere rassen te zien.

Retrospectief: Hotels en pensions in Dieren

Deze week kijken we naar een oud stukje Dieren. We zien hier een deeltje van de Hogestraat. We kijken richting Doesburgse dijk, met in het midden achter de mannen in de witte kielen een deel van de Koningsmuur. De foto is gemaakt in 1890, in de tijd dat voor het maken van zo’n prent veel licht en een lange sluitertijd nodig was. De jongen op de voorgrond stond niet stil en dat leverde een onherroepelijk onscherp beeld op. Maar verder is het een fraaie plaat, die een blik biedt op een stukje Hogestraat waaraan twee grote hotels en twee flinke pensions waren gelegen.

Pensions en hotels waren er – net als cafés – in het hele land meer dan genoeg in die tijd. Het wegennet was slecht, auto’s langzaam en onbetrouwbaar en grotere afstanden werden afgelegd met de trein. Dikwijls was een langere reis zelfs in òns land niet te maken in één dag, dus moest er overnacht worden. En ook het toerisme speelde zich, voor degenen die zich dat konden veroorloven, veelal in eigen land af. Iedere stad, elke dorp, hoe groot of hoe klein, had dan ook minstens een hotel en enkele pensions.

Op deze foto zien we links hotel Het Wapen van Gelderland. Daarnaast, achter de bomen, lagen twee pensions en de overtuin van hotel De Kroon. Dat hotel zelf is rechts te zien. Net voorbij de bocht lag ook nog hotel Hofzicht.
Van de hotels en pensions op de foto is niets meer over. In 1909 werd het Wapen van Gelderland door brand verwoest. Die brand was overigens de aanleiding voor de oprichting van het Dierense brandweerkorps. Op de plek van het hotel werden twee villa’s gebouwd in opdracht van mevrouw J. Haitsma-Viëtor. Ook de Kroon brandde af, in 1911, maar dat werd herbouwd. De bekende feestzaal bleef bij die brand overigens gespaard. Menig Dierens orkest of toneelgezelschap gaf er hun uitvoeringen. Door onvoorzichtigheid van Canadese soldaten brandde de feestzaal in 1945 alsnog af.
Anno 2020 resten dan ook nog slechts de herinneringen aan al die hotels en pensions. Maar gelukkig hebben we de foto’s nog…

Retrospectief: Kerkklok riep op voor gebed en hulp

Het is al honderden jaren hetzelfde. Een woongemeenschap heeft zonder een kerk met toren geen centraal punt. De kerk blijft het centrum van het dorp en daarbij hoort nu eenmaal een toren met klokken. De kerktoren heeft eeuwenlang een belangrijke functie vervuld. Hoort men thans de klok alleen maar luiden op bepaalde tijden, voor de diensten of wanneer er iemand gestorven is (overluiden) in de geloofsgemeenschap, vroeger waren de klokken onmisbaar voor het oproepen van de dorpsbewoners.
Het gebruik om in de kerktoren klokken op te hangen is zeer oud. In de negende eeuw was het vrij algemeen. De klok vervulde een belangrijke functie in het kerkelijke en in het gewone leven. De klok riep de gelovigen op voor gebed. Op zon-, feest- en heiligendagen maande het klokgelui de bewoners de gang naar de kerk te maken. De klokken luidden bij overlijden en bij begrafenis. Ook bij vreugdevolle gebeurtenissen als intocht van een nieuwe pastoor of bezoek van een bisschop.
In het gewone leven waren de klokken ook onmisbaar. De klok gaf de aanvang van de arbeid aan, ‘s middags de schafttijd en ‘s avonds het einde van de dagtaak. Men luidde de klok bij rampen, zoals branden en overstromingen. Bij branden moesten in de dorpen en steden de bewoners in touw komen. Over belangstelling had de plaatselijke brandweer nooit te klagen.
Dan was er ook nog de zogenaamde ‘banklok’. Wanneer die geluid werd, moesten alle mannen in het dorp zich melden om te strijden voor hun landsheer. Dit gebeurde ook in 1506 toen hertog van Gelre zich onrechtmatig het Huis te Wilp in bezit had genomen en later weer aan de eigenaar moest terug geven.
Vroeger werden de klokken meestal ter plekke gegoten. De opdrachtgever kon dan een oogje in het zeil houden, want er werd met de samenstelling van het brons nog wel eens geknoeid.
Vaak werden de klokken geroofd. Het was in alle oorlogen een geliefde buit. Het brons diende voor het fabriceren van wapens en kanonnen. Oudere generaties ligt de klokkenroof in de laatste oorlog in bijna alle kerken nog goed in het geheugen. Een klein aantal klokken keerde na de oorlog op hun plek weer terug.
Nog altijd beieren de klokken hun vrolijke en (soms) droevige klanken over de woongemeenschappen.

Kringloopkunst maken in Tuin van Sjef

VELP – Zaterdag 24 oktober kunnen kinderen van 6 tot 12 jaar zelf kunst maken van kringloopspullen. In de tuin van Sjef in Velp kunnen de deelnemers inspiratie opdoen. Er kunnen bomen en planten geschilderd of getekend worden, maar ook vreemde bouwsels, de vijver of de waterval. Samen met kringloopspullen wordt dit gecombineerd tot een uniek kunstwerk. Buiten kan er coronaproof gewerkt worden. Deelneme kost 8 euro. De workshop begint om 14.00 uur en eindigt rond 16.30 uur. Inschrijven alleen via cultuurensportstimulering.nl.

Foto: Truus Schennink

Pompoenwedstrijd volkstuindersvereniging Doesburg

DOESBURG – Zaterdag 3 oktober vond de prijsuitreiking plaats van de allereerste pompoenwedstrijd van de volkstuinvereniging Doesburg. De leden van de vereniging kregen aan het begin van het seizoen allemaal twee zaden om een reuzenpompoen te kweken. Wie aan het eind van het seizoen de zwaarste pompoen had, kon mooie prijzen winnen. Er ontstond in de zomer een mooie strijd tussen de leden, met als hoogtepunt het weegmoment op 3 oktober. Meneer S. Rap bleek de winnaar met een pompoen van 54,6 kilo.

www.volkstuindoesburg.nl

Scouting zorgt voor schone straten in Doesburg

DOESBURG – Vanwege World Cleanup Day, de dag waarop de hele planeet een opknapbeurt krijgt, heeft Scouting Doesburg onlangs met alle groepen de wijk rondom het clubgebouw opgeruimd. De wijk werd onderverdeeld zodat iedereen een deel kon opruimen. Met prikkers en vuilniszakken gingen de kinderen de straat op en er werd hard gewerkt. Na afloop was er geen papiertje meer te vinden.

Retrospectief: Uitstapje van Loenense buurt

In veel buurten was het vroeger de gewoonte dat men er samen jaarlijks op uit ging. Samen het gehele jaar sparen voor een gezellig busreisje. Het was vaak het hoogtepunt van het jaar. Bijna iedere buurt of wijk had wel zo’n club. Vaak werd zo’n club opgericht bij gelegenheid van een feest. Na de oorlog kwamen er veel buurtverenigingen. Aan de Imbosweg in Loenen had men meer dan vijftig jaar een buurtvereniging, die er jaarlijks met de bus op uit ging. Ook al vertrok men uit de buurt, men bleef lid want dit gezellige uitje wilde men niet missen. Helaas is de club enige jaren geleden gestopt.
In 1988 bestond Loenen 1150 jaar. Het was een topjaar voor het dorp. Nooit werd voordien zoveel festiviteiten gehouden. De organiserende stichting wist in bijna alle wijken van Loenen een club op te zetten. Deze groepen deden mee met Dorpslag, een groots opgezette zeskamp, de langste optocht die ooit in Loenen werd gehouden en het gehele dorp was erg mooi versierd. En nog veel meer. Wat heeft Loenen toen massaal feest gevierd.
Nu, na vele jaren, zijn er in enkele buurten zoals de Vrijenbergweg en Hoofdweg nog steeds buurtclubs.
Nog altijd is er in de buurtschap De Achterste Molen, de Voorsterweg over het kanaal, al 37 jaar een buurtvereniging die zich toepasselijk (naar deze buurtschap) De Achterste Mölle noemt. Antoon Klomp is al jaren de voorzitter. Bewoners van de Voorsterweg over het kanaal, tot de gemeentegrens met Brummen en Voorst, zijn lid. Er is ieder jaar een barbecue, een excursie naar een Loenens bedrijf of bezienswaardigheid en een dagje uit. Bijna alle aanwonenden worden lid. Ook alle nieuwe bewoners doen graag mee.
Vroeger was er aan de Voorsterweg vanaf de Hoofdweg tot het Kanaal ook een samenwerking tussen de buren. Er werd een bus gehuurd en men maakte er een gezellig dagje van. Onderweg werd toch even een foto gemaakt. De meeste personen werden door lezers herkend. Geheel links staat een onbekende man, daarna meneer Garagoski. Gerrit Burgers (met pet), Cees van Gijtenbeek, Gerritje Kruk, (tussendoor) Marinus Kruk, Riek Burgers, Mies Garagoski en een onbekende vrouw. Voor staan Aaltje van de Beld en Jet van Gijtenbeek.

Zonnebloemgroet door de brievenbus

LOENEN – De Zonnebloemvrijwilligers mogen helaas nog niet bij hun gasten op bezoek. Vanuit het hoofdkantoor van de Zonnebloem werd een mooi gedicht gestuurd. Van dat gedicht heeft de Zonnebloem afdeling Loenen dankbaar gebruik gemaakt en een leuke, lekkere attentie voor haar gasten bedacht. Het gedicht ging, samen met een reep chocola, in een envelop en werd door vrijwilligers bij de gasten in de bus gedaan. De actie is mede gesponsord door Spar Loenen. De ontvangers stelden de attentie zeer op prijs.

Nieuw boek ‘Kijk Jan Mankes’ is een ode aan Eerbeekse kunstenaar

EERBEEK – ‘Kijk Jan Mankes’ is een rijk geïllustreerd boek over de beroemde kunstschilder en graficus uit Eerbeek. Het boek verscheen onlangs bij GelderBoek Uitgevers in Zutphen en is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting 100 jaar Jan Mankes.

‘Kijk Jan Mankes’ is een ode aan de kunstenaar die na een productief, maar kort leven in 1920 te Eerbeek overleed. Zijn directe omgeving was voor hem een belangrijke inspiratiebron: de natuur, het weidse landschap, zijn naasten, maar vooral dieren vormen het onderwerp van zijn schilderijen, tekeningen en prenten. Zijn ‘Jonge, witte geit’ is alom bekend, evenals de prenten van uilen, valkjes, kraaien en lijsters.

Het hart van dit boek wordt gevormd door kleurrijke afbeeldingen van Mankes’ mooiste schilderijen. Veertien bekende schrijvers en kunstkenners schreven bij hun favoriete kunstwerk een verhaal of een persoonlijke impressie. Onder anderen Charlotte Caspers, Sjarel Ex, Hans Dorrestijn, Lydia Rood, Rob Møhlmann, Henk Helmantel en Bas Steman leverden een bijdrage. Daarnaast schreven Marguerite Tuijn en Gerd Renshof een uitgebreide inleiding over Jan Mankes tijdens zijn vruchtbare Eerbeekse periode en over zijn eigenzinnige schildertechniek.

‘Kijk Jan Mankes’ is een uitgave van GelderBoek Uitgevers. Het heeft ISBN 978 94 92588 04 3.