Een Stief Kwartiertje: Leefbaarheid

Een Stief Kwartiertje: Leefbaarheid

Leefbaarheid is een belangrijk begrip met over het algemeen een positieve klank, al kan de leefbaarheid onder geweldige druk staan en zelfs daaronder bezwijken. Leefbaarheid is dan ook een zogenoemd containerbegrip, we kunnen er van alles instoppen en uithalen, net wat ons uitkomt. Politici zijn mensen die buitengewoon goed in staat zijn om de leefbaarheidskaart uit te spelen als een belangrijke troef, want ze weten dat burgers hun persoonlijke situatie graag leefbaar willen houden in de goede zin van het woord, evenals de houdbaarheidsdatum ervan.

Ine van Burgsteden is wethouder van de gemeente Brummen en wil graag haar gemeente leefbaar houden. Dankzij een geslaagde flirt met de ongekroonde koning van Gelderland, Jan Markink, heeft ze onlangs de inwoners van Brummen het idee gegeven dat ze samen met de provincie het gemeentelijke bankroet heeft weggepoetst. Dat gaat weliswaar ten koste van de leefbaarheid van de Brummenaren, want door de verhoging van de gemeentelijke belastingen moeten die ook fors bijdragen om de ondercuratelestelling van de gemeente op afzienbare termijn op te heffen. Maar Ine wil meer. Ze wil ook de leefbaarheid van de dorpen opkrikken en zeker dat van Eerbeek. Daar is weliswaar een prachtig maar kostbaar centrumplan ontwikkeld, maar er zal nog een hevige flirt met Jan, de onderkoning, moeten plaatsvinden en wellicht ook nog wat intiemer, omdat Jan de portemonnee moet trekken om het plan te verwezenlijken. Ze gooit al haar charmes in de strijd.

Naast Jan heeft Ine nog een troef, waarmee ze ook een innige relatie wil aangaan: de toerist. Net als Jan heeft ook de toerist geld in de kontzak. Die innige relatie met de toerist is gespeeld, want het gaat Ine niet zozeer om de toerist, maar om de leefbaarheid van de dorpen te verbeteren. De toerist is het middel en niet het doel, zegt ze. Het is nagenoeg zeker dat toeristen niet in de gaten hebben dat Ine hen gebruikt voor hogere doelen, dus zullen ze daar niet van wakker liggen. Ine overigens ook niet. Het is echter wel weer een voorbeeld waarbij de taal even fraai als verhullend is, want als je de toerist gebruikt als middel dan doe je dat om een doel te bereiken; sterker nog, vaak is er sprake van het doel dat de middelen heiligt. Ine weet dat maar al te goed, ze slaapt er steeds beter door.

Toeristen betalen toeristenbelasting, want ze belasten met hun aanwezigheid hun verblijfplaats, onze omgeving dus. Aangezien nagenoeg alle gemeenten op de Veluwe en zeker die op de Veluwezoom, waaronder Brummen, met grote tekorten zitten is de omgeving verheven tot verdienmodel. Zowel de gemeenten als de recreatieondernemers willen de populariteit van de Veluwe aanwenden om hun eigen leefbaarheid overeind te houden en..…u voelt hem al aankomen….. dat gaat in veel gevallen ten koste van de leefbaarheid van diezelfde Veluwe. Men wil graag de recreatieterreinen uitbreiden en het liefst met luxe huisjes, want die leveren het meeste op en uiteraard wil men de natuur en het landschap overeind houden en de biodiversiteit mag en zal er niet onder lijden…. etc. etc. Aan gevoelvolle garanties geen gebrek, evenals aan onzekerheden.

Ine heeft zich onlangs zelfs laten vaccineren met een toeristisch DNA, waardoor ze nog beter aanvoelt wat de toerist wil en daarmee wil ze die verleiden naar de dorpskernen te komen om daar het liefst een jarenlange verbintenis aan te gaan met de middenstanders. Ine vindt de natuur erg waardevol….want het levert geld op. Ze zou ook de vriendin van de koning kunnen zijn.

Desiderius Antidotum