Een Stief Kwartiertje: De Doesburgse methode

Een Stief Kwartiertje: De Doesburgse methode

We zijn een landje van dienstverleners. We zijn in de afgelopen eeuw van landbouw naar industrie naar dienstverlening gegaan en dat heeft ons geen windeieren gelegd. Dienstverlening is de grootste werksector binnen de Nederlandse economie. Er zijn vele vormen van dienstverlening en die zijn in alle sectoren in min of meerdere mate terug te vinden. Thuis is er ook altijd sprake van dienstverlening, maar veelal ook de vraag wie nu diensten aan wie levert en waarom die verdeling niet eerlijk verloopt, maar dit terzijde. Wie levert aan wie is inmiddels in de schimmige wereld van de dienstverlening uitgegroeid tot het grootste maatschappelijk vraagstuk van de laatste tijd. De overheid en de aan haar gelieerde instellingen hebben het middels fraaie doelstellingen nagenoeg in theorie tot kunst verheven, waarmee ze menen hun bestaansrecht te legitimeren.

Als de bestrijding van corona ons iets heeft duidelijk gemaakt, dan is het wel het idee dat instellingen, die dienstverlening als hun kernactiviteit zien, de diensten in eerste instantie aan zichzelf en aan de verwante instellingen aanbieden, alvorens te beseffen waarvoor ze in het leven zijn geroepen en voor wie ze er zijn. Al die instellingen, die onze samenleving menselijk moeten houden, zijn gebureaucratiseerd en geprotocolleerd tot ver achter de komma met als bijkomend probleem dat ze voortdurend elkaar besmetten. Vanaf het prille begin werden signalen m.b.t. het virus onderschat. Dat proces hobbelt nu al bijna 2 jaar voort. Daarom zijn we steeds het laatste land dat maatregelen neemt. We wachten zowel af als op elkaar en onderwijl sterven er mensen, lopen ziekenhuizen vol en dweilen de zorgverleners met de kraan open. Het overlegcircus leert dat men de kool en de geit spaart en daarna worden beide ziek. De conclusie luidt dan ook dat er pas echt actie ondernomen wordt als er ferme geluiden vanuit het land komen in samenhang met veel concreet aanbod in de vorm van materialen en mensen; dan gebeurt er echt wat. In onze moderne vorm van dienstverlening is de menselijke maat het eerste slachtoffer. Maar desondanks blijven we overleggen en verwarring zaaien met allerlei meningen in allerlei praatprogramma’s met allerlei deskundigen. De onbekendheid van het virus mag ondertussen geen rol meer spelen, de complexiteit evenmin.

Vandaar dat er sprake van een prima en pragmatische opschudding toen afgelopen week er een bus in Doesburg stond waar 70-plussers zonder afspraak een boosterprik konden halen. De wethouder en de burgemeester prezen het aan en het werkte. Maar het past natuurlijk niet in het protocol en de papierwinkel van de GGD en die riep dan ook heel hard dat dit niet de bedoeling was. Maar het kwaad was geschied, een heel goed ‘kwaad’, want een paar dagen later kon er in Midden-Nederland ook de boosterprik gehaald worden zonder afspraak. Maar opnieuw paste ook dat niet in onze protocollen en papierwinkel en riep de manager van de veiligheidsregio dat de verkeersdrukte het boosteren te veel besmette en werd alles weer afgeblazen. De slotsom is dat regelgeving bepalend is, niet het succes van de actie, laat staan de noodzaak ervan. Toch heeft Doesburg een trend gezet, de trend van het nuchter en praktisch denken, het signaal dat handelen echt dienstverlening is.

De huidige dienstverlening legt eerst windeieren, daarna echte. We pakken de grote problemen van deze tijd in theorie aan, waardoor we hopeloos achter de feiten aanhollen in plaats van de Doesburgse methode te hanteren: zet er een bus neer en begin te prikken. Als de dienstverleners geen lessen leren dan zouden ze het land een dienst verlenen door een functie elders te zoeken.

Desiderius Antidotum