Home / Algemeen / De herkomst van het Rheeës dialect

De herkomst van het Rheeës dialect

RHEDEN – Het Rhedens dialect, het Rheeës, kent woorden en kenmerken uit zowel de Nedersaksische en Neofrankische talen en dialecten. Wolter van den Brink, geboren en getogen in Rheden, onderzocht de oorsprong van het lokale dialect. “Het is te hopen dat deze noordelijke uitloper van de Neofrankische taalcultuur voor het nageslacht behouden kan blijven. Ook dit is Veluwezooms erfgoed dat verdient bewaard te blijven.”

Het dialect is de oorsprong van verreweg de meeste talen. Nederland was vroeger een waar dialecten-paradijs. Dialect is een emotie-transport en verschilt hiermee fundamenteel van taal. Mensen die gewoonlijk geen dialect spreken, doen dit wel in uitbundige en droevige situaties. Maar wie verder wil reizen dan het dialect-boemeltje, stapt over op een doorgaande trein, de taaltrein. Dialectsprekers kunnen dat makkelijk, want zij zijn tweetalig binnen hun eigen land. Dialectkenners profiteren van deze verrijking van hun leven. Ter illustratie hiervan wil ik iets zeggen over de oorsprong en bouwstenen van onder andere het Rheeës, concreet gezegd: het Nedersaksische en Neofrankische taalgebied in Nederland.

Nedersaksisch in het noorden

Nedersaksische subdialecten worden gesproken in het noordoosten van ons land en zijn ondermeer het Gronings, het Veendrents, het Zanddrents, het Twents, het Sallands en het Achterhoeks. Maar de dialectgrenzen zijn veelal vaag. Zo is ook het noordelijk Achterhoeks verwaaierd met het zuidelijke Tukkers. Als zuidgrens van het Nedersakssische Achterhoeks kunnen we uitgaan van de Oude IJssel, maar aan beide zijden van deze rivier hoort men Nedersaksische én Neofrankische woorden en woordsamenstellingen.
Als westkant van het Nedersaksische Achterhoeks kun je globaal de IJssel aanwijzen. In Zutphen spreekt men Achterhoeks met een Neofrankische herkenbaarheid. Ze zeggen daar bijvoorbeeld ‘verjeurdag’ in plaats van het Achterhoekse ‘verjoardag’. Zo heeft zich in het IJsseldal, door de vermenging van de Franken en Bataven, ongeveer rond het begin van onze jaartelling, het Neofrankische dialect ontwikkeld.

Neofrankische in het zuiden

Natuurlijk kent ook het Neofrankisch taalgebied, dat vooral in de zuidelijke Nederlanden wordt gesproken, vele subdialecten, waaronder het Liemers, het Veluws, het Betuws, plat-Utrechts en het Belgisch-Nederlands en Brabants-Limburgs.
Op de Veluwezoom, het zuiverst in Rheden, treffen we een bijzonder interessante overgangszone aan tussen het Nedersaksische en Neofrankische taalgebied. Dialectsprekers in deze contreien gebruiken beide soorten dialect, zowel als gemeenschap als individueel. De een noemt een tafeltje ‘taofeltje’ (Nedersaksisch) en de ander zegt tööfeltje (Neofrankisch). De ‘öö’-klank wordt meestal wel (enigszins) zangerig overgebracht. De Rhederijkers kennen zodoende een uitgebreid palet van dialectische nuances en variaties.

De ontwikkeling van het Nedersaksisch op het Rhedens dialect vindt onder andere zijn oorsprong in de eeuwenlange contacten met de ‘oaverkant van den Iesselt’. Bijvoorbeeld via Doesburg en het Rhedense Veer. Langs beide routes liepen landbouwwegen, doorkruist met tal van smokkelweggetjes, naar Duitsland. De herkomst van het Rhedens heeft niets van doen met de Nederlandse taal of cultuur. Dialecten zijn sowieso veel ouder dan talen. De Rhedense dialectcultuur wortelt tot diep in het langgerekte Rijnland, maar je kunt het Rhedens ook dichterbij duiden. Het is namelijk sterk gerelateerd aan het Liemers en Overbetuws.

Tekst: Wolter van den Brink

Lees ook

Klimaatburgemeester gezocht voor Rheden

GEM. RHEDEN – Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is op zoek naar een …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.