Home / Rheden-Regiobode / Wolter van den Brink (85) herinnert zich de Duitsers in het Rheden in de oorlog

Wolter van den Brink (85) herinnert zich de Duitsers in het Rheden in de oorlog

RHEDEN / DOESBURG – Het is 75 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog eindigde. Wolter van den Brink (85) uit Doesburg is geboren in getogen in Rheden en kan zich de oorlogsjaren nog goed herinneren. Hij heeft de gebeurtenissen uit zijn jeugd aan papier toevertrouwd en deelt er deze zomer een aantal met de lezers van Regiobode. Deze keer vertelt hij over zijn herinneringen aan de Duitsers in het dorp.

Zurück of terug

De hele oorlogstijd door passeren er wel Duitsers door of langs het dorp. Meestal gemotoriseerd, maar ook regelmatig met paardentractie. Met veel gevorderde Nederlandse paarden. Ze vervoeren van alles en nog wat. Bijvoorbeeld grote nepkanonnen, die hier en daar langs de weg worden ingegraven.
Het bivak voor zo’n paardentransport is altijd een gevorderde boerderij. Zo ook op een goede dag bij de Grote boer. Er zijn zes paarden van Duitse en Nederlandse ‘nationaliteit’. Boerenzoon Hendrik vindt dat er vier Nederlandse paarden bij zijn, maar deze veronderstelling wordt hevig bestreden door de ‘paardencommandant’.
De Wachtmeister eist dat Hendrik maar moet bewijzen dat er Nederlandse paarden onder dit transport zijn. Zo gezegd, zo gedaan. Alle paarden worden nu in het gelid gezet en Hendrik vat het eerste paard bij de halster. Zachtjes zegt hij tegen het paard ‘terug, terug’. Het dier verroert geen vin. Dan commandeert de keurmeester ‘zurück, zurück’ en de knol doet een stapje terug – Duitse afkomst bewezen.
Zo gaat de boerenzoon de hele rij langs en vindt vier paarden van Nederlandse herkomst. De Wachtmeister wordt ‘schrecklich böse’.

Mijn bed wordt gevorderd

In het oorlogsjaar 1942 hebben mijn vader en moeder enkele keren last gehad van ongenode gasten. Duitse officieren vorderden dan een slaapkamer in ons grote huis. Gelukkig bleven ze nooit lang, maar ze eisten toevallig altijd mijn slaapkamer. Ik vond dat natuurlijk wel erg. Ik besefte de hele oorlog dat het om de boze vijand ging en dat vader en moeder zo’n bevel nooit konden weigeren.
Het ging meestal om doortrekkende kleine Duitse eenheden, die onderdak nodig hadden voor soldaten en paarden. De soldaten lagen dan op de hildes boven de stallen, zoals bij onze buurman. Officieren kwamen dan vaak bij ons terecht. ’s Avonds zaten ze dan in de voorkamer wat met vader en moeder te kletsen. Over hun gezinnen in Duitsland of over die Weihnachten, die ze hoopten thuis te kunnen doorbrengen.
Ik vond het natuurlijk een heel raar idee dat de ‘moffen’ in mijn bed sliepen. Dus ik bedacht dat ik ze een lelijke poets zou kunnen bakken. Ik zou het hoofdkussen van die officieren vol kunnen stoppen met naaispelden. Dan zouden ze wel snel wegvluchten van ons huis.
Ik vroeg moeder een handvol van die spelden. “Wat wil je ermee?”, vroeg moeder. Ik zei wat mijn bedoeling was en vroeg: “Is dat goed? Ja hè?” Ik dacht dat mijn moeder het wel een mooi plannetje zou vinden, want moeder was altijd voor Wilhelmina. Maar nee, moeder werd boos en ze zei dat ik absoluut niet van die gekke dingen mocht doen. Dan zouden die Duitsers heel erg kwaad worden, ruzie gaan maken en vader meenemen naar de gevangenis.

Wolter van den Brink

Lees ook

Geslaagde buitenlesdag op Dorpsschool Rozendaal

ROZENDAAL – Dinsdag 22 september was een bijzondere dag voor de leerlingen van de Dorpsschool …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.