Home / Dieren / Nieuw-Guinea veteranen dragen trots hun kruis op 4 mei

Nieuw-Guinea veteranen dragen trots hun kruis op 4 mei

DIEREN – De Nieuw-Guinea veteranen Cor van Geest en Johan de Schipper vinden het eervol dat zij namens het Comité 4 en 5 mei een krans mogen leggen tijdens de gemeentelijke Dodenherdenking op woensdag 4 mei. Deze plechtigheid vindt jaarlijks plaats bij het monument ‘Sta een ogenblikje stil’ op het plantsoen Rozenbos in Rheden.

“Een eer dat we deze kranslegging op ons mogen nemen”, ervaart Cor. Johan vindt het een mooi gebaar om dit samen met Cor te kunnen doen. Ondanks dat deze beide heren op leeftijd plaatsgenoten zijn, ontmoeten zij elkaar vaker op veteranendagen van het Korps Mariniers dan in het centrum van Dieren. “Het doet er niet toe dat je elkaar niet persoonlijk kent, een band hebben we absoluut, met kilometers gesprekstof.” Johan verwijst daarmee naar de plakboeken en enkele attributen die zij voor dit gesprek hebben meegenomen, zoals das, onderscheiding en baret. Echter veel wordt er niet in gebladerd, gesproken des te meer én vooral in een jargon dat af en toe extra uitleg nodig heeft.

Omdat Indonesië Nederlands Nieuw-Guinea opeiste, hadden mariniers in de jaren ’50 de opdracht dit eiland te beschermen tegen Indonesische infiltranten. De oud-mariniers waren niet met dezelfde missies uitgezonden: Johan was gelegerd in het noorden, bij Sorong in de Vogelkop van Nieuw-Guinea in 1958 – 1959 en Cor in het lager gelegen Kaimana, vanaf mei 1960 en moest uitrouleren (afzwaaien, red.) in mei 1961.
Deze veteranen hebben de mazzel gehad dat ze in hun tijd geen serieuze schietincidenten hebben meegemaakt. Afzien was het wel. Johan: “Op de leeftijd van twintig jaar werd je direct na je opleiding in Doorn inzetbaar. Zo groen als gras, nog nooit gevlogen en van huis weggeweest, werd je na 36 uur reizen 20.000 kilometer van Nederland gedropt in een warm klam en onherbergzaam land. De beddenpoten stonden in potjes water en klamboes waren nodig tegen het ongedierte. De laarzen waren iedere ochtend groen uitgeslagen van het vocht.”
Cor vertelt over paraatheidsoefeningen waarbij zij 72 uur op pad waren. “Ik kwam zo bleek als ik weet niet wat uit Nederland en we moesten direct in gevechtsformatie oplopen naar de strip (vliegveld, red.). Helemaal kapot waren we, maar ook direct ontgroend met een fel roodverbrand hoofd.”
Johan benoemt dat het onderling vertrouwen door dik en dun erg belangrijk was. "Kameraadschap was enorm van belang, anders redde je het geestelijk niet.”
Cor: “Reken maar dat je na jouw term (uitzending , red.) behoorlijk was veranderd. Je ging erin als een jochie en kwam eruit als een man.”
Beide heren ondervonden aan den lijve dat de binnenlanden van Nieuw-Guinea ondoordringbaar waren. “Alleen de randen zijn bewoonbaar. Werkelijk een land waar de sterksten overleven.”
Ook Johan herinnert zich nog goed een zogenaamde acclamatietocht van vier dagen lang: “Er liep een pijpleiding door de rimboe. Veertig kilometer lang moesten we alleen maar takken weghakken om ons een weg te banen. De harde gesteenten maakten het voor ons nog lastiger. De zon weerkaatsten op deze rotsen. Een zware tocht compleet met bepakking.”

“We hebben veel met de Papoea’s te maken gehad. Met handen en voeten en enkele Maleise kreten, konden we ons verstaanbaar maken. De Papoea’s gingen vaak als dragers mee op patrouille.” Johan noemt hen een oervolk: “Deze oorspronkelijke bewoners waren trotse mensen. Je moest ze niets flikken. Zij hadden absoluut geen medelijden met infiltranten die iets uit hun tuin jatten.” En beide mannen beamen dat zij hun best hebben gedaan voor de Papoea’s.

Bij Cor komt de herinnering naar boven dat er slechts een karrespoor langs de zee liep, met daarnaast een hoge dichte groene wand, waar je nog geen halve meter de jungle in kon kijken.
“Ploppers werden zonder eten en drinken met stapels propagandamateriaal in kano’s gezet om de boel in Nieuw-Guinea op te jutten. Deze infiltranten konden we aan de rand van de rimboe heel eenvoudig oppakken. Ze waren eigenlijk geen militairen. Uitgehongerd gaven zij zich maar wat graag over. Er was wel veel machtsvertoon ter bescherming van het Nederlands grondgebied. In latere periode werd de strijd feller met gerichte militaire aanvallen”, weet Cor te vertellen.

Zowel Cor als Johan waren ploegcommandant in Nieuw-Guinea. De twee oud-mariniers zijn als vanzelfsprekend blij dat zij ongeschonden uit de strijd zijn gekomen. Maar toch heeft het een blijvende verandering in hun beider leven bewerkstelligd. Weer thuis in Nederland moesten ze wennen aan de mate van Hollands geneuzel. Johan: “Als je uitgezonden bent geweest, klaag je niet meer zo gauw wanneer je weer terug bent in Nederland.”
Pas veel later zijn de Nieuw-Guineagangers erkend als veteranen met een officieel Nieuw-Guineakruis. Dit herinneringsteken zullen Cor van Geest en Johan de Schipper vast en zeker eervol én verdienstelijk dragen tijdens de dodenherdenking op 4 mei.

Foto:
De veteranen Cor van Geest en Johan de Schipper halen graag herinneringen op uit hun tijd in Nieuw-Guinea – foto: Maud van Braam

 

Lees ook

Grootse theaterdienst

DIEREN – Wat gebeurt er als je één genereuze generaal, twee stoere soldaten, twee invloedrijke …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.