Home / Rheden / Honderd jaar Veluwezoom: het begon met Hagenau

Honderd jaar Veluwezoom: het begon met Hagenau

RHEDEN – Het is feest in Rheden. Honderd jaar geleden kocht Natuurmonumenten Hagenau. Dat is het begin van wat zou uitgroeien tot Nationaal Park Veluwezoom. Het is ook tachtig jaar geleden dat het Nationaal Park Veluwezoom is opgericht. Maar weinig mensen weten dat hiervoor al in 1911 de basis werd gelegd.

“In 1911 zijn de bossen van Hagenau door Natuurmonumenten aangekocht”, weet boswachter André ten Hoedt te vertellen. “De bossen werden verkocht door de toenmalige eigenaar Reekers. De omwonenden waren bang dat het gekapt zou worden, hout was een waardevol goed, en schakelden Natuurmonumenten in, dat het bos kocht.” Natuurmonumenten was destijds een jonge vereniging, in 1905 opgericht door Jac. P. Thijsse en bankier Van Tienhoven, echte natuurliefhebbers die uit idealisme besloten dat aankopen en beheren de beste manier was om de natuur te beschermen. De bossen van Hagenau waren de tweede aankoop in de provincie Gelderland en het begin van het Nationaal Park Veluwezoom.
“In 1930 werd een volgende grote aankoop gedaan”, vertelt Ten Hoedt, die een echte kenner blijkt van de geschiedenis van het natuurgebied. “De heideterreinen van de Rheder- en Worthrhedermarke waren in onbruik geraakt. Begin twintigste eeuw werd de grond intensief door de inwoners van Rheden gebruikt om plaggen te steken, waarmee het land werd bemest. Met de komst van de kunstmest werd dit overbodig en men besloot de grond te verkopen. De marken werden ontbonden en Natuurmonumenten kocht het land. Tot grote vreugde van de inwoners van Rheden, die op de dag van de koop massaal de vlag uithingen. Ze waren blij dat hun prachtige ‘achtertuin’ gespaard bleef.”

Gebruik
Kort na de aankoop van de Rheder- en Worthrhedenheide, werd het gebied aangemerkt als het eerste Nationaal Park van Nederland. In de loop der jaren werd meer grond aangekocht, variërend van kleine percelen tot de landgoederen langs de dorpenroute. Inmiddels telt het park ruim 5000 hectaren, dat is zo’n 5 bij 10 kilometer groot, die zich uitstrekken van het Eerbeekse Veld tot aan de A50. De laatste grote aankoop was Landgoed Heuven in 1967. “Nationaal Park Veluwezoom is een heel divers natuurgebied, bestaande uit zowel heide- als bosgebieden. Je kan er mooi zien dat de natuur in beweging is. In de tweede helft van de negentiende eeuw was ruim de helft heide met daarnaast een aantal boskernen: de Onzalige Bossen, de Imbos en Beekhuizen bijvoorbeeld. Later, toen kunstmest in zwang kwam, werd een deel van de heide ingeplant met productiebos. Daarnaast is een deel van de heide op natuurlijke wijze dichtgegroeid. Bovendien ziet de heide zelf er nu ook heel anders uit dan vroeger. De paars bloeiende planten die we nu kennen, waren er toen niet. Zo’n heideveld krijg je niet bij intensief agrarisch gebruik en wel bij het onderhoud dat we nu plegen door de heide te laten begrazen.”
Waar natuur tot begin twintigste eeuw meer voor praktisch gebruik was, kwam na de oorlog, in de jaren vijftig, het toerisme meer op gang. “Mensen verworven nieuwe vrijheden, zoals de vrije zondag en een eigen auto”, aldus Ten Hoedt. “Toen kwam ook de eerste horeca, kleine kioskjes met één tafeltje. Paviljoen de Posbank is ook ontstaan uit zo’n keetje. Veel werd er ook aan bermtoerisme gedaan. Het is nu ondenkbaar, maar mensen reden met hun nieuwe auto de natuur in en gingen daarnaast picknicken.”
Rond 1970 stichtte Natuurmonumenten haar eerste bezoekerscentrum Bezoekerscentrum, vroeger bekend onder de naam De Heurne. Natuureducatie ging wat later ook een rol spelen. Er kwamen en zijn steeds meer rondleidingen en natuurexcursies.
Er zit veel wild op de Veluwezoom en dat laat zich volgens Ten Hoedt ook makkelijk bekijken. “Zolang er een evenwicht is tussen mens en dier, voelen de dieren zich prima op hun gemak. Als mensen op de paden blijven, weten de dieren dat ze in de rest van het gebied veilig zijn. Dan zullen ze zich ook dicht bij de paden laten zien. Wie veel lawaai maakt, gaat wijzen en door de struiken loopt, jaagt de dieren weg. Het blijft schipperen: je wil de natuur zoveel mogelijk tot zijn recht laten komen, maar ook bezoekers zoveel mogelijk laten genieten. De wildobservatieplekken op het Herikhuizerveld en de Elsberg zijn een mooie manier om dieren te bekijken zonder ze te hoeven storen.”

Natuurmonumenten heeft in de loop der jaren een aantal interessante initiatieven ontplooid op de Veluwezoom, die landelijk niet onopgemerkt bleven. Zo werden in de jaren tachtig de eerste proeven gedaan met begrazing door Schotse Hooglanders. “Er liepen zo’n tien dieren, in netjes afgerasterd gebied. Dat was destijds heel vooruitstrevend, men vond het maar vreemd”, weet Ten Hoedt. “Het resultaat was echter meteen goed. Zo’n hooglander heeft dan wellicht een vreemde verpakking, het gaat om de functie van het dier. Het onderhoud van de heide vindt op een veel natuurlijker manier plaats dan de mens het zou kunnen. Wij zouden het veel te monotoon doen, door begrazing ontstaat er een grotere verscheidenheid in de begroeiing. ”
Een ander project, waar tot op de dag over gesproken wordt, is het ecoduct over de A50. “Dit was het tweede ecoduct in Nederland. Het ecoduct is gebouwd toen ook de A50 is aangelegd, precies op de plek waar regelmatig edelherten op de weg sneuvelden. Met name in de bronst willen de dieren toch naar de andere kant”, aldus Ten Hoedt. “Inmiddels is het nut van het ecoduct wel gebleken. Vroeger telden we diersporen, nu bekijken we het ecoduct met een webcam en er wordt door duizenden grote dieren gebruik van gemaakt.”
Ook het beleid is in honderd jaar nogal veranderd. Een grote ommezwaai kwam in de jaren zeventig en werd ingezet door de natuur zelf. “Tijdens een paar grote stormen waaide het halve bos om”, vertelt Ten Hoedt. “De bossen bestonden destijds uit bomen van dezelfde soort en dezelfde leeftijd, ze waren immers aangeplant. Dat is geen natuurlijke situatie. Tegenwoordig proberen we meer een natuurlijk ecosysteem te handhaven. Voor de verschillende gebieden op de Veluwezoom hebben we verschillende strategieën. De landgoederen onderhouden we als landgoederen, de wandelpaden houden we goed begaanbaar en hoe verder je het bos inkomt, hoe meer de natuur zijn gang kan gaan. Dood hout laten we liggen, dat is weer goed voor kleine planten en insecten. Bezoekers vinden dat wel eens vreemd, maar als je de gedachte erachter uitlegt, begrijpt men het wel.” Volgens Ten Hoedt is dat een belangrijk onderdeel van het werk van Natuurmonumenten: uitleggen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. “Bewoners van de Veluwezoom zien het bos als hun achtertuin. En terecht, de vroegere gemeenschapsgronden worden nog steeds intensief door de gemeenschap gebruikt. Het is belangrijk dat ook gebruikers een stem hebben in de toekomst van het gebied. Natuurmonumenten wil de wensen van onszelf, gebruikers en ondernemers op elkaar aan laten sluiten. Daarom wordt het jubileum op 15 mei ook een feest voor iedereen.”
Meer informatie over dit jubileumfeest volgt later in deze krant.

Foto:
Het is nu ondenkbaar, maar mensen reden in jaren vijftig en zestig met hun nieuwe auto de natuur in en gingen daarnaast picknicken.
 

Lees ook

Sportcombinatie Rheden wil Open Club worden

RHEDEN – Voetbalvereniging SC Rheden wil een Open Club worden. Dat betekent dat de accommodaties …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.