Van zilver naar goud?

REGIO – Tijs Groen, 25 jaar en voormalig inwoner van Ellecom, loopt in het weekend van 12 en 13 februari weer mee op de 1500 meter tijdens het NK Atletiek. Vorig jaar behaalde hij een tweede plaats; dit jaar gaat hij natuurlijk voor goud, maar de concurrentie is moordend. Tijs staat tiende op de ranglijst van Nederland.

De 1500 meter is de specialisatie van dit jonge hardlooptalent. Tijs is iemand die altijd hoge doelen voor zichzelf stelt. “Om kans te maken op de titel is het van belang dat je veel traint. Je moet veel kilometers maken en daar ben ik sinds oktober druk mee bezig. Twee weken voor het NK ben ik begonnen met meer snelheid. De week ervoor rust ik, maar blijf ik wel ritme houden ”. Zondag 30 januari rende hij mee op de 800 meter in Dortmund. “Hier ga ik sneller lopen. Het is een goede trainingsprikkel om mijn doel, de titel op het NK, te bereiken, om te pieken op de 1500 meter”.
Tijs bereidt zich goed voor op deze belangrijke kampioenschappen. “ Goed uitgerust zijn en veel energie hebben, zijn belangrijke factoren. Ik probeer altijd boven mezelf uit te stijgen, maar een wedstrijd blijft toch ook een momentopname.”
In een 1500 meter race starten de atleten op de 100 meter lijn naast elkaar. De 1500 meter is de kortste afstand waarbij er niet in banen wordt gestart. “ De snelheid die ik 1500 meter lang ren is 23,7 km per uur. De snelheid die door de snelste Kenianen gelopen wordt in een tien kilometer race is ongeveer 21,7 km per uur. Als deze snelheid vergeleken wordt met de snelheid door jongens op de 1500meter, dan denk je misschien: horen de 1500m jongens niet veel harder te lopen? Hoe harder er gelopen wordt, hoe onefficiënter die verbrandingssystemen van de atleten werken. Daarom zijn de vorderingen in de snelheid die gelopen wordt op de 1500meter zo minimaal.” Tijs wil de eerstkomende EK en WK graag meerennen. Om dit hoge doel te bereiken moet hij iets meer dan een kilometer per uur harder gaan lopen om zich te kunnen plaatsen.
Tijs is een hardlooptalent dat in 2006 begon met baanatletiek. Na veel blessures aan zijn schenen en een veranderde loopstijl, merkte Tijs in januari 2010 tijdens een training in Zuid-Afrika dat hij grip kreeg over zijn fysieke systeem. “ Ik ging vaker naar de masseur en ik kon merken dat ik, vooral in mijn benen, sterken was geworden. Ik bleef heel en kon ineens weken van 90 tot 95 kilometers maken.” Niet alleen het fysieke gedeelte speelt een rol bij de goede loopconditie van Tijs. Tijs geeft aan dat een gemiddelde man verzuurd bij 6mmol lactaat. “ Ik verzuur bij 22mmol lactaat. De snelste 1500 meter mannen op aarde zitten zo tussen de achttien en 24mmol waarden. Bij mij is dit gebied dus erg goed. Helaas is hard rennen niet alleen afhankelijk van deze waarde. Sven Kramer zal ongetwijfeld boven de 20mmol lactaat komen, maar onder de vier minuut twintig zal hij op een 1500 meter niet rennen, omdat hij een mindere efficiënte vorm van bewegen heeft als het gaat om rennen. Dus ik zal nooit zo hard kunnen schaatsen”. Naast alle kilometers die dit hardlooptalent rent, doet hij veel lactaatresistente trainingen; harde tempo’s, weinig herstel, veel verzuren.
Tijs weet heel goed waarom hij zulke hoge doelen voor zichzelf stelt. “ Ik heb nog nooit de trainingsarbeid kunnen verrichten die mijn collega-lopers doen. Zij lopen maanden lang rond de 120 kilometer per week. Daar kwam ik eerder niet aan.” Sinds juni 2010 is Tijs minder gaan werken; hij werkt nu één dag in de twee weken met autistische kinderen. “ Ik heb nu dus de tijd, energie en de kracht om de benodigde trainingsarbeid te verrichten. Gezien mijn talent op ‘lactisch gebied’ (verzuren), geloven mijn trainer en ik dat ik heel hard zou kunnen rennen als ik een jaar heel blijf en weekgemiddelden van 100 km kan draaien en daar ben ik nu al hard mee bezig.” Op naar de gouden titel.