Wethouder in zwaar weer om Noordelijk Molenveld

DOESBURG – Met een kleinst mogelijke meerderheid – acht om zeven stemmen – heeft wethouder Frans Hofman (D66) donderdag een motie van wantrouwen tegen hem overleefd. Oorzaak is de gang van zaken rond het project Noordelijk Molenveld in Doesburg, waar de waterhuishouding wordt gerenoveerd. De kosten vallen wellicht 100 procent hoger uit.

Het project Noordelijk Molenveld heeft niet alleen flink vertraging opgelopen, ook financieel zit het in zwaar weer. Bovendien is de buurt de overlast inmiddels meer dan zat en roept ze om actie. “Eerst het één afmaken voordat je aan het ander begint”, menen buurtbewoners, die al vele maanden te maken hebben met opgebroken straten en waar bij hevige regen in de zomer op een bepaald moment zelfs de woningen blank dreigden te komen staan.
Het Molenveld is het ‘afvoerputje’ van Doesburg, waar het de waterhuishouding betreft. Om problemen met water daar op te lossen, werd in 2008 een bedrag van 2,8 miljoen gereserveerd voor de werkzaamheden. Oppositiepartij CDA schat intussen in dat er nog een zelfde bedrag bij zal moeten voordat alles helemaal klaar is. Een enorme aanslag op de financiële reserves van Doesburg.

Vorige week vroeg verantwoordelijke wethouder Frans Hofman op het laatste moment, tijdens een extra commissievergadering VROM, aan de gemeenteraad om een extra bedrag van 600.000 euro. Daarmee kan het project in ieder geval tot februari 2011 door en intussen zal berekend moeten worden hoe groot de schade – ook door meerwerk – daadwerkelijk is. De aannemer verwacht 1,3 miljoen boven de gereserveerde 2,8 miljoen nodig te hebben.

Tijdens de raadsvergadering kwam het donderdag tot een uiterst felle discussie, die zelfs resulteerde in een motie van wantrouwen. Het zwaarste middel dat een gemeenteraad heeft. De coalitiepartijen SP, Stadspartij en D66, samen goed voor acht zetels, stemden tegen. De complete oppositie, zeven zetels, steunde de motie. De positie van Hofman werd daarmee nipt veiliggesteld en een intern onderzoek moet nu in kaart brengen hoe groot de planologische en financiële schade is.